Loading...
 

2e paaszondag A - eerste lezing

Handelingen 2, 42-47: De eerste christenen

Handelingen 2, 42-47 // Handelingen 4, 32-35 // Handelingen 5, 12-16



De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1720-1721)

Alle gelovigen gingen met elkaar om als mensen van één familie. Ze kregen van de apostelen uitleg over Jezus. En ze kwamen steeds bij elkaar om te bidden en om met elkaar het brood te delen. De apostelen deden veel wonderen, en iedereen was diep onder de indruk.
Alle gelovigen kwamen steeds bij elkaar. Ze deelden alles wat ze hadden. Ze verkochten hun bezittingen, en het geld gaven ze aan iedereen die het nodig had. Elke dag kwamen ze naar de tempel om samen te zijn. Bij elkaar thuis deelden ze het brood. Vol vreugde aten ze samen, en iedereen was even belangrijk. Ze eerden God, en het hele volk had veel waardering voor hen.
Elke dag kwamen er meer mensen bij die door God gered waren.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Zij waren ernstig bezig met wat de apostelen hen leerden.
Ze bleven trouw aan het leven in gemeenschap,
het breken van het brood en het gebed.
Ze hadden ontzag voor de vele wondere tekenen
die de apostelen verrichtten.
Al wie geloofde in Jezus Christus, was één van hart
en bezat alles gemeenschappelijk.
Ze verkochten hun bezittingen en goederen
en deelden de opbrengst uit aan wie het kon gebruiken.
Elke dag bezochten ze trouw de tempel,
braken het brood in een of ander huis,
en gebruikten samen hun maaltijden
in blijdschap en eenvoud van het hart.
Ze loofden God en stonden in de gunst bij iedereen.
En elke dag bracht de Heer er meer bijeen,
die gered zouden worden.



Stilstaan bij ...

Leer van de apostelen
Voor mensen die nog geen christen waren betekende dit: prediking over de dood van Jezus en zijn verrijzenis (= kerugma)
Voor bekeerde christenen was dit: dieper ingaan op wie Jezus was en onderricht in een nieuwe levenswijze die gekleurd wordt door het geloof in de verrijzenis van Christus.

Brood breken
Een van de oudste benamingen voor de eucharistie.

Bezittingen
De eerste christenen waren ervan overtuigd dat bezit de plicht in zich hield om te delen, zodat niemand in armoede hoefde te leven. Sommige christenen gingen hierin zo ver dat ze hun bezit verkochten.

Tempel
Bij de eerste christenen was er aanvankelijk geen breuk met de joodse godsdienst. Daarom beleefden ze hun godsdienst zoals ze dit voorheen als joden deden.





Bij de tekst

Het leven van de eerste christenen

Driemaal komt in het boek Handelingen een soort samenvatting over het leven van de eerste christenen in Jeruzalem. De eerste van die samenvattingen (A-jaar) is de meest volledige.
De volgende activiteiten komen naar voren:
. VERKONDIGING / LEREN Onderwijs
. DIENSTBAARHEID / DELEN Gemeenschappelijk leven
. LITURGIE / VIEREN Breken van het brood (eucharistie vieren)
. GEBED / BIDDEN




Wortel in het evangelie

In dit fragment uit het boek Handelingen blijken de eerste christenen te leven zoals Jezus dat van de rijke man vraagt: ze verkopen al hun bezittingen en geven het geld aan mensen die dat nodig hebben. ( Marcus 10, 17-30)



Plinius over de christenen in zijn tijd

Plinius was tussen 111-113 stadhouder in Bitynië (Noorden van het huidige Turkije). De volgende tekst komt uit de correspondentie die hij van daaruit met keizer Trajanus voerde:

‘Zij (= mensen die eerder christen geweest waren) verklaarden dat hun schuld, of vergissing, erin had bestaan dat ze de gewoonte hadden om op een afgesproken dag voor zonsopgang samen te komen; een beurtzang te zingen voor Christus als voor een god; elkaar onder eed te beloven geen diefstal, roof of overspel te plegen, geen trouwbreuk te begaan, en niet te weigeren om goederen die ze in bewaring kregen terug te geven aan de rechtmatige eigenaar. Na afloop daarvan gingen ze uiteen en kwamen op een later tijdstip weer bij elkaar om gewoon te eten.’





Suggesties

Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Het leven van de eerste christenen

Materiaal
Teken een klavertjevier op een flap of op een bord.


Verloop
Lees de tekst voor uit de eerste lezing.
Zoek met de kinderen wat de eerste christenen allemaal deden.
(Trouw de lessen volgen van de apostelen; Bijeen komen om het brood te breken; Bidden; bezittingen verkopen - geld delen met wie het nodig heeft)
Schrijf elk van deze handelingen met staakwoorden in één van de bladen van het klavertjevier dat je vooraf getekend hebt: DELEN, VIEREN, BIDDEN, LEREN.



Het leven van christenen nu

De kinderen zoeken naar voorbeelden van DELEN, VIEREN, BIDDEN, LEREN in hun parochie. Of ze gaan op stap / op onderzoek in de parochie.
- Hoe worden in deze parochie de verschillende bladen van het klavertje vier gerealiseerd?
Nodig eventueel een aantal mensen uitnodigen om over hun inzet en/of inbreng te spreken.



'De handelingen van de parochies'

De parochies en christelijke gemeenschappen kennen vandaag nog steeds dezelfde belangrijke kenmerken: DELEN, VIEREN, BIDDEN, LEREN
Verbind de verschillende groepen met de handelingen die ze doen. (Verschillende groepen kunnen met verschillende handelingen gekoppeld worden.)

Noteer deze vier woorden in het midden: LEREN; BIDDEN; VIEREN; DELEN.
Schrijf er rond, de namen van de groepen: Liturgische werkgroep; Vormselcatechisten; Koor; Misdienaars; Ziekenzorg; Doopselcatecheten; Jeugdbeweging

- Hoe gebeurt dit in deze parochie?
- Wie houdt zich bezig met wat?
Zoek bij elke groep een of meer namen van mensen die erbij betrokken zijn. Schrijf er ook bij wat ze van plan zijn te doen. Genoeg vragen voor een kleine enquête ...


TIP
Het kan boeiend zijn om met de kinderen op zoek te gaan naar passages uit het leven van Jezus die met de handelingen uit het klavertje vier te maken hebben.

Bijvoorbeeld:
DELEN: Broodvermenigvuldiging
BIDDEN: Onze Vader
VIEREN: Laatste avondmaal
LEREN: Jezus vertelt een of andere parabel



Eén grote familie

(C. LETERME in Samuel plus, uitgeverij Averbode, 2011 nr 1)

Materiaal
. Kopie van de Bijbelteksten (zie verder)
. Groot vel papier
. Een aantal exemplaren van het parochieblad ('Kerk en leven')
. Stift of markeerstift
. Eventueel: rode draad + plakband


Verloop
Vertel over de situatie waarin Handelingen geschreven werd: toen Jezus gestorven was, waren zijn leerlingen eerst totaal ontredderd. Maar toen zijn Geest over hen neerkwam, gingen ze zonder vrees naar buiten en vertelden ze iedereen over het leven en de boodschap van Jezus.
Een groot aantal mensen hoorden en zagen hen bezig en wilden ook behoren tot die groep volgelingen. Want zo te leven vonden ze de moeite waard. Toen Lucas schreef over die eerste christenen, schreef hij dan ook neer wat hem in hen trof.

Laat de volgende teksten voorlezen:

De eerste christenen bleven trouw het onderwijs van de apostelen volgen. Ze leefden als broers, braken het brood* en maakten tijd om te bidden. De apostelen deden vele wonderen. Alle mensen die christen werden, leefden samen. Ze bezaten alles gemeenschappelijk. Ze verkochten hun bezit en verdeelden de opbrengst ervan onder elkaar, volgens wat ieder nodig had. Elke dag gingen ze trouw en eensgezind naar de tempel. Daarna braken ze het brood bij iemand thuis. Ze aten samen in eenvoud en vol vreugde. Ze loofden God en werden graag gezien door de mensen. Hun aantal werd elke dag groter. Steeds meer mensen werden christen.
Naar Handelingen 2, 42-47

(* Het brood breken: dit is de manier waarop de eerste christenen zegden dat ze de eucharistie vierden.)


De groep gelovigen was één van hart en ziel. Niemand zei dat zijn bezit zijn eigendom was, want ze bezaten alles gemeenschappelijk. De apostelen spraken met grote kracht over de verrijzenis van de Heer Jezus en God gaf hen veel gunsten. Onder hen was er niemand die arm was. Want al wie grond of een huis bezat, verkocht het en bracht de opbrengst van de verkoop naar de apostelen. Dat geld werd uitgedeeld onder de gelovigen, volgens wat men nodig had.
Naar Handelingen 4, 32-35


De apostelen deden vele wonderen. De gelovigen kwamen eensgezind bijeen in de tempel, in de Zuilengang van Salomo. Niemand durfde bij hen te gaan. Toch spraken de mensen vol waardering over hen. Steeds meer mannen en vrouwen begonnen in Jezus te geloven. Men legde zelfs de zieken op straat neer op een bed of op een matras, in de hoop dat wanneer Petrus voorbijkwam tenminste zijn schaduw op een van hen zou vallen. Ook de mensen uit de steden rond Jeruzalem kwamen talrijk. Ze brachten zieken mee. Die werden allemaal genezen.
Naar Handelingen 5, 12-16


Plak een kopie van deze teksten in het midden van een groot vel papier.

Vertel: die teksten werden bijna 2000 jaar geleden geschreven. Zo lang al zijn er christenen.
Onderstreep / markeer in de tekst wat typisch voor hen was.
. ze volgden het onderwijs van de apostelen
. ze leefden als broers
. ze braken het brood
. ze maakten tijd om te bidden
. ze verdeelden hun bezittingen
. ze zijn eensgezind

(Bespreek bij: Er gebeurden vele wonderen...
- Welke wonderen / wonderverhalen ken je?
Zet ze op een rij. Stel vast dat dit verhalen zijn, waarbij Jezus mensen geneest, of nieuwe perspectieven geeft. Zoek met de kinderen op welke manier zij 'wonderen' kunnen doen.
Bv. Tijd maken voor een ander; behulpzaam zijn; aandacht hebben voor wie 'langs de kant staat')



- Zoek in het parochieblad: Hoe lijken christenen van nu nog op de eerste christenen. Knip deze passages uit. Kleef ze rond de Bijbeltekst. En verbind ze met de zin uit de Handelingen die erbij past. (Hiervoor kun je een lijn tekenen, of een draad kleven, die beide met elkaar verbindt.)
- Hoe maak je daar zelf in je leven tijd voor.
Noteer dat rond de tekst, en verbind met een lijn of een draad.


Bespreek:
- Welke zin uit de Handelingen is nog steeds heel kenmerkend voor christenen?
- Waarom is dat?
- Welke zin uit Handelingen heeft het minste voorbeelden uit de krant?
- Waarom is dat?


Nodig de kinderen uit om volgende week te proberen iets te doen van wat nu niet zo vaak meer aan bod komt.

Vergeet niet na een week de kinderen de kans te geven om hun ervaringen daarover te verwoorden.





VERDIEPEN

De eerste christenen

Verdeel de groep kinderen in kleinere groepen die elk de onderstaande tekst en opdrachten krijgt. Daarna brengen ze verslag uit over wat in hun groep gezegd werd.
Leid de tekst in als volgt:

Omdat de eerste christenen, net als Jezus, joden waren en zich nog helemaal jood voelden, gingen ze trouw naar de tempel om te bidden. Toch was er van het begin af aan een verschil met de andere joden: ze kwamen namelijk nadien in hun huizen bijeen om het brood te breken waardoor ze wilden uitdrukken dat Jezus in hun midden was.

'Alle gelovigen bleven bijeen en bezaten alles gemeenschappelijk. Ze verkochten have en goed en verdeelden dat onder allen naar ieders behoeften. Dagelijks gingen ze trouw en eensgezind naar de tempel, braken bij iemand aan huis het brood, gebruikten samen hun maaltijden in blijdschap en eenvoud van hart, loofden God en stonden in de gunst bij heel het volk. De Heer breidde hun kring dagelijks uit...'
(Handelingen 2, 43-47)



Opdrachten
. Schrijf met eigen woorden op: de kenmerken van de eerste christenen.

. Welke punten spreken je aan? Zet de belangrijkste bovenaan.

. Hoe zetten christenen de levenswijze van de eerste christenen nu nog voort?

. Maak met je groep hierover een collage met krantenkoppen en foto's uit tijdschriften.





BELEVEN

Koeken delen?

(C. LETERME, Zonneland Plus 24, 2005)

Verdeel de groep in groepjes van vier. Geef elk groepje een aantal koeken.
Bijvoorbeeld
Groep 1: één koek minder dan vier
Groep 2: één koek meer dan vier
Groep 3: twee koeken in plaats van vier
Groep 4: acht koeken in plaats van vier.
(Principe: verdeel de groep in een even aantal groepjes, waarbij per twee groepjes de ene zoveel meer koeken krijgt dan de andere er minder krijgt.)
Doe die koeken vooraf in zoveel zakken als er groepjes zijn. Geef per groepje zo'n zak: 'Dit is voor jullie'. Kijk toe wat er gebeurt.

Bespreek nadien het gebeuren:
- Wat is er gebeurd in jouw groepje?
- Hoeveel koeken kreeg je en wat heb je ermee gedaan?
- Hebben jullie goed gehandeld? Waarom? Waarom niet?
(Belangrijk: stuur op geen enkele manier het gesprek in een bepaalde richting - tenzij de kinderen naast de vraag beginnen te spreken. Laat ze vooral hun visie verantwoorden met goede argumenten)

Vertel het verhaal van een kip en een varken (zie verder).
Sta stil bij de uitspraak van het varken.
- Akkoord? Niet akkoord? Waarom?

Diep verder uit met:
- Is de situatie van het delen van de koeken te vergelijken met de situatie bij het varken en de kip?
- Wat was hetzelfde? Wat is verschillend?

Delen van bezittingen was typisch voor de eerste christenen.
Lees de tekst voor uit Handelingen 4, 32-35.

Stel je voor de je 'eerste christen' was.
- Wat zouden jullie fijn gevonden hebben,
- Wat zouden jullie moeilijk gevonden hebben?





VERTELLEN

De extra maand

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Uitgeverij Averbode, 2007, p. 140)

Er was eens een rijk man, die heel gierig was.
Op een dag stierf hij.

Hij kwam in een kamer met uitzicht op de hel en de hemel.
Niets lag er, zelfs niet het kleinste kruimeltje brood.
Hij riep een engel en vroeg:
‘Waarom word ik zo slecht behandeld?’
De engel zei:
‘Omdat je jou niet voorbereid hebt tijdens je leven.’
De man zei:
‘Maar daar heeft niemand me ooit iets van gezegd!
Mag ik misschien nog een maand langer leven
om me hier beter op voor te bereiden.’
De engel zei:
‘Goed. Je mag nog een hele maand langer leven.’

Zo kwam de oude gierige man terug op aarde.
Hij begon alle soorten voedsel klaar te maken.
Aan zijn kok vroeg hij
om heel veel droge koekjes te bakken.
Maar de arme kok
liet er een paar van verbranden.
Toen de rijke man hem begon uit te schelden,
klopte er een bedelaar aan de deur.
Omdat het de laatste dag was,
van de maand die hij langer mocht leven,
maakte de rijke man voor het eerst in zijn leven een groot gebaar:
hij gaf de bedelaar één van de verbrande koekjes.

Wat later kwam hij terug in de kamer met uitzicht op de hel en de hemel.
Daar vond hij in een hoek het verbrande koekje
dat hij aan de bedelaar had gegeven.

(Naar een verhaal uit Marokko)




Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, federatie Rotselaar, 15 april 2020, p. 1)

Na de dood van Jezus waren zijn volgelingen erg ontredderd.
Maar toen ze voelden dat de Geest van Jezus verder in hen leefde,
begonnen ze zich langzaam te organiseren.
Daarover schrijft Lucas in de ‘Handelingen van de apostelen'.
Drie keer noteert hij wat die eerste christenen bijeen bracht:

Hun aandacht voor de verkondiging:
ze wilden dat al wie christen werd, de boodschap van Jezus te horen kreeg.
Het belang aan het bijeenkomen om met elkaar het brood te breken.
Hun aandacht voor het bidden
en het delen van wat ze hadden om elkaar te steunen.

Tweeduizend jaar later gebeurt dit delen vooral met Kerstmis en Pasen.
'Welzijnszorg' met aandacht voor het welzijn van mensen in de vierde wereld.
'Broederlijk Delen' dat oproept om bezit te delen
met mensen over de hele wereld (derde wereld) alsof we broers van elkaar zijn.
Eigenlijk zou dit delen onze levensstijl moeten zijn. Maar ...

Het verhaal hierbij heeft het over iemand die niet kon delen.
Een engel in het hiernamaals zegt dat hij zich niet heeft voorbereid.
Die voorbereiding neemt de man letterlijk op.
Bij een nieuwe kans zorgt hij voor een voorraad droge koekjes
om geen honger te moeten lijden in het leven hierna.

Uit het verloop van het verhaal blijkt dat niet zo'n goed idee.
Het delen van wat hij had, bleek de beste voorbereiding te zijn.
En omdat hij maar één verbrand koekje
in een groot gebaar aan een bedelaar had gegeven,
kreeg hij in het leven hierna ook maar één verbrand koekje.

Jezus zegt hetzelfde op een andere manier. Bij het oordeel van de mensen op het einde der tijden, mogen alleen dié mensen bij zijn Vader
die eten gaven aan wie honger had, drinken aan wie dorst had,
kleding gaven aan wie er geen had, opvang verzorgden voor wie onderweg is,
aandacht en tijd voor wie ziek was of in de gevangenis.

Delen heeft veel gezichten!





Jongeren

VERDIEPEN

Wat houdt het in christen te zijn?

Schikking
In groepen van 4-5

Materiaal
In het midden van elke groep: een 30-tal bladen + 1 stift
Ieder heeft eigen schrijfgerei bij.
Muziek op de achtergrond.

Timing
uitleg: ± 5 min.
Uitvoeren van de individuele opdracht: 30 min.
Uitwisselen van ideeën: minstens 20 min.
Schikking van de woorden: 15 min.
Plenum: 30 min.




Drie woorden
Geef in drie woorden weer wat christendom op zich inhoudt (dus niet persoonlijk!)
Elk van die woorden schrijf je met stift op een ander blad.
De ommezijde van het blad gebruik je om je keuze te verantwoorden en/of uit te leggen.
Telkens een blad langs beide zijden ingevuld werd, leg je het in het midden van de groep, zodat ieder in de groep het woord dat met een stift geschreven werd, kan lezen.
(Indien er in de groep zijn die zo tot de ontdekking komen dat zij zelf dat ene woord ook belangrijk vinden, mogen zij dit zelf ook noteren - hun verantwoording kan anders zijn.)
Indien je na een tijd een vroegere keuze wilt veranderen, kan dat, maar dan mag je niet vergeten je vroegere keuze weg te nemen.
Indien je eerder klaar bent, kun je de overblijvende tijd gebruiken om verder na te denken of om je in te leven in de woorden van anderen: 'Waarom zouden die dat belangrijk kunnen vinden?'


Uitwisselen van ideeën
Wie heeft wat gezegd en waarom?

Belangrijk:
. vermijd clichés
. vraag je voortdurend af:
- is dat zo?
- beleef ik dat zo?
- hoe zie ik dat?
- waarom vind/vond ik dit ook belangrijk?


Schik de woorden
Spreek met de groep een volgorde af.

Bijvoorbeeld:
belangrijk - onbelangrijk
concreet - abstract
moeilijk - gemakkelijk
wereldvreemd - wereldnabij
haalbaar - onhaalbaar
Neem voldoende tijd om elke keuze te bepreken.


Plenum
Leg de schikking van de woorden voor aan de grote groep.
Hierop kan gereageerd worden.





Overweging

Paul Kevers

Het leven van de eerste christenen

(P. KEVERS in Samuel Plus, uitgeverij Averbode, 2007 nr 5)

In de eerste hoofdstukken van de Handelingen van de apostelen schetst Lucas drie keer een portret van de eerste christelijke gemeenschap. Daarin komen telkens vier kenmerken naar voren:
1. eensgezindheid;
2. het getuigenis van de apostelen, dat gepaard gaat met wonderen;
3. onderlinge solidariteit en zorg voor de zwaksten;
4. gemeenschappelijk gebed.

(...)
De eerste christenen bleven deelnemen aan de joodse tempelliturgie. Daarna kwamen ze bij iemand aan huis samen om de maaltijd te gebruiken en te bidden. 'Ze braken het brood', staat er. De leerlingen van Emmaüs hadden Jezus herkend, toen Hij bij hen thuis aan tafel het brood brak (Lucas 24, 30-35). Zo gebeurt het ook bij de eerste christenen. Wanneer zij samen bidden en maaltijd vieren, is de verrezen Heer voelbaar in hun midden aanwezig.