Loading...
 

7e zondag door het jaar A - eerste lezing

Leviticus 19, 1-2.17-18: Bemin je naaste als jezelf

De tekst

Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

God zei tot Mozes:
“Zeg tot heel de groep Israëlieten:
‘Wees heilig, want Ik, Jahwe uw God, ben heilig.

Haat jouw broer niet.
Wijs elkaar terecht:
dan maken jullie zich niet schuldig aan de zonde van een ander.
Neem geen wraak op een volksgenoot
en koester geen wrok tegen hem.
Bemin jullie naaste zoals jullie zelf.
Ik ben Jahwe.’”



Stilstaan bij…

Mozes
(Egyptisch = uit het water gered)
Mozes leidde de Israëlieten uit Egypte en bracht hen tot aan de grens van het Beloofde Land. Daar stierf hij op de berg Nebo, in het zicht van het Beloofde Land.

Israëlieten
Nakomelingen / afstammelingen van Jacob, die Israël genoemd werd.

Naaste
Merk op in de context dat met ‘naaste’ de ‘broeder’ bedoeld wordt, iemand die tot hetzelfde volk behoort en hetzelfde geloof belijdt.





Bij de tekst

Leviticus

In Leviticus, het derde boek van het Oude Testament, is het woord ‘heilig’ heel belangrijk. God is heilig, dat is eigen aan Hem. Mensen die in God geloven moeten heilig leven, zo leven dat de heiligheid van God in hen te zien is. Dit kunnen ze als ze leven volgens de wil van God. Die wetten en regels staan in het boek Leviticus. Ze zijn gemakkelijk te begrijpen en ook vlot geformuleerd zodat men ze goed kan onthouden.
Ze worden ervaren als een richtingwijzer om gelukkig te leven en de zegen van het verbond te kunnen krijgen.

In Leviticus 1-16 staan vooral wetten voor priesters.
In Leviticus 17-27 staan vooral wetten voor gewone Israëlieten.



Nieuwe Testament

Jezus herneemt in zijn bergrede (Matteüs 4, 44) de wet die in Leviticus (Leviticus 19, 18) staat, maar verruimt het begrip ‘naaste’ / ‘medemens’. Bij Hem wordt dat letterlijk al wie naast jou / mee met jou leeft, ongeacht zijn afkomst, zijn geloof, zijn mogelijkheden. Dit illustreert Hij in de parabel over de barmhartige Samaritaan.