Hebreeën 6, 10-20: De hoop, het anker van de ziel
De tekst
’Bijbel in gewone taal’
(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1913)
Want God is rechtvaardig. Hij vergeet niet hoeveel goede dingen jullie gedaan hebben. Jullie hebben andere christenen geholpen, en dat doen jullie nog steeds. Zo hebben jullie laten zien hoeveel je van God houdt.
Ik wil heel graag dat jullie je best blijven doen, tot het moment dat God ons zal redden. We vertrouwen erop dat dat zal gebeuren. Word dus niet lui. Volg het goede voorbeeld van mensen die geloven en geduld hebben. Want dan krijg je wat God beloofd heeft.
God heeft beloofd dat hij ons redt
Zo ging het ook met Abraham. God deed een plechtige belofte aan hem. Hij zei: «Zo zeker als ik leef, ik zal je zegenen en je heel veel nakomelingen geven.» Abraham heeft geduldig gewacht. Daarom kreeg hij wat God hem beloofd had.
Ook mensen kunnen een plechtige belofte doen. Ze noemen daarbij dan iemand die belangrijker is dan zijzelf: God. Dan weet iedereen dat ze zullen doen wat ze beloven. Toen God zijn plechtige belofte aan Abraham deed, zei God erbij: ‘Zo zeker als ik leef’. Hij noemde dus zichzelf. Hij kon ook niemand anders noemen, want niemand is belangrijker dan hij.
God wilde ons voor altijd duidelijk maken dat zijn plan met ons niet zal veranderen. Dat deed hij met een plechtige belofte. En hij zei erbij: ‘Zo zeker als ik leef’. God spreekt altijd de waarheid. Dankzij zijn belofte en zijn plechtige woorden weten we dus zeker dat we gered zullen worden. Laten we daarop blijven vertrouwen!
Dankzij Jezus is ons vertrouwen heel groot. Het lijkt op een anker, waarmee een schip veilig vastligt. Want Jezus is voor ons uit gegaan naar de hemel. Daar is hij Gods heilige tent binnengegaan en onze hogepriester voor altijd geworden, een priester net als Melchisedek.
Dichter bij de tijd
(Bewerking: C. Leterme)
God is rechtvaardig.
Hij kan niet vergeten wat jullie uit liefde voor zijn naam deden:
al wat jullie voor christenen hebben gedaan en nog doen.
Maar ik zou wensen dat elk van jullie dezelfde vurige ijver blijft tonen,
tot jullie hoop helemaal vervuld is.
Jullie mogen niet lui worden.
Jullie moeten een voorbeeld nemen aan hen
die door geloof en geduld deel kregen aan de beloften.
Toen God aan Abraham zijn belofte deed, zwoer Hij bij zichzelf,
omdat Hij niemand boven zich had om bij te zweren:
‘Ik beloof dat Ik u zal zegenen en uw nageslacht talrijk zal maken.’
Abraham heeft dan ook, na lang en geduldig wachten,
gekregen wat hem beloofd was.
Mensen zweren bij een hogere macht,
en die eed is voor hen de hoogste vorm van bevestiging,
die alle tegenspraak moet uitsluiten.
En zo heeft God met een eed willen instaan voor zijn belofte,
om de erfgenamen van de belofte nog duidelijker te tonen
dat Hij zijn besluit niet zal veranderen.
God heeft dus twee onherroepelijke daden gesteld
die het Hem onmogelijk maken ons te bedriegen.
Onze toevlucht is het ons vast te houden aan de hoop op geluk.
De hoop is het veilige en vaste anker van onze ziel.
Zij dringt door binnen het heiligdom,
waarin Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan,
nu is Hij voor altijd hogepriester net als Melchisedek.
Stilstaan bij …
Twee onherroepelijke daden
Die daden zijn:
. zijn belofte
. de eed waarmee Hij zijn belofte bekrachtigt.
Anker
Dat de hoop het veilige en vaste anker van onze ziel is, ligt aan de basis van het feit dat men op begraafplaatsen vaak een anker tegenkomt.
Melchisedek
(= ‘mijn koning is de rechtvaardige’, of ‘mijn koning is Sedek’. Sedek was een Fenicische godheid)
Melchisedek was koning van Salem (het latere Jeruzalem). Deze koning wordt ook voorgesteld als priester, een combinatie die in het oude Midden Oosten wel meer voorkwam. Hij was niet alleen het hoogste burgerlijke gezag, maar ook de belangrijkste religieuze autoriteit.