Hebreeën 8, 6-13

Hebreeën 8, 6-13: Een nieuw verbond

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1917)

Jezus is een veel belangrijkere hogepriester dan de hogepriesters op aarde, want hij is hogepriester in de hemel. Dankzij Jezus geldt voortaan Gods nieuwe, betere afspraak met de mensen. God had beloofd dat het zo zou gebeuren.

Vroeger heeft God een afspraak met zijn volk gemaakt, maar die werkte niet goed. Daarom was er een nieuwe afspraak nodig. Dat weten we van God zelf. Want God werd boos op de Israëlieten, omdat ze zich niet aan die afspraak hielden. God zei: «Er komt een tijd dat ik een nieuwe afspraak maak met de inwoners van Israël en Juda. Ooit maakte ik een afspraak met mijn volk. Daar moesten zij zich aan houden, want zij waren mijn dienaren. Ik had hen bevrijd uit Egypte! Maar zij hielden zich niet aan die afspraak. En daarom heb ik hen in de steek gelaten.
Dit is mijn nieuwe afspraak met de Israëlieten: Ik zal ervoor zorgen dat ze mijn regels goed begrijpen. Ik zal de regels in hun hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn, en zij zullen mijn volk zijn. Ze hoeven dan niet meer tegen elkaar te zeggen: Zorg dat je God, de Heer, kent! Want in die tijd zal iedereen mij kennen, van klein tot groot! Dan vergeef ik hun fouten, en vergeet ik hun zonden.»
God heeft het hier dus over een nieuwe afspraak. En daaruit blijkt dat de vroegere afspraak verouderd is. En als iets verouderd is, verdwijnt het snel.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

In feite is de bediening die Jezus kreeg, veel belangrijker,
net het verbond waarvan Hij de middelaar is
en de beloften waarop het rust.
Was dat eerste verbond zonder fout geweest,
dan had keek men niet uit naar een tweede.
Maar God keurt hun fouten af met deze woorden:

Er komen dagen dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda
een nieuw verbond zal sluiten.
Het zal anders zijn dan het verbond dat Ik met hun vaderen sloot,
toen Ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte te leiden,
want zij hebben zich niet aan mijn verbond gehouden
en Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd, zegt God.
En zo zal het verbond zijn
dat Ik met het huis van Israël zal sluiten, zegt God:
Mijn wetten prent Ik in hun geest en Ik grif ze in hun hart:
Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
Dan zal niemand meer zijn medeburger onderrichten
noch zeggen tot zijn broeder: Ken uw Heer.
Ze zullen Me allemaal kennen, van de kleinste tot de grootste.
Want Ik zal hun fouten vergeven en hun zonden vergeten.

Door te spreken van een nieuw verbond
heeft Hij het eerste voor verouderd verklaard,
en alles wat oud en bejaard wordt,
staat op het punt te verdwijnen.



Stilstaan bij …

Ze zullen Me kennen
In het nieuwe verbond doet God de mensen leven naar zijn wil en neemt Hij hen aan tot zijn volk.





Bij de tekst

Wortel in het Oude Testament

Jeremia 31, 31-34
De oude overeenkomst, het oude verbond had betrekking op het buitenste van de mens: men moest de wetten van God gehoorzamen.
Het nieuwe verbond steunt op kennis en begrip, op de eenheid van hart en verstand tussen God en de mensen. In het nieuwe verbond doet God zelf de mensen leven naar zijn wil en neemt hij hen aan tot volk.



Ken je taal

Vergeven en vergeten
Het zou kunnen dat deze uitdrukking teruggaat op Hebreeën 8, 12:
Dan vergeef Ik hun misstappen,
Dan denk Ik niet meer aan hun zonden.'