Loading...
 

Jakobus 3, 1-10

Jakobus 3, 1-10: Over het spreken

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p.1932)

Vrienden, in de kerk moet niet iedereen leraar willen zijn. Jullie weten dat de leraren door God extra streng gestraft worden als ze verkeerde dingen doen. En verkeerde dingen doen we allemaal. Alleen als je nooit iets verkeerds zegt, ben je volmaakt. Want als je de baas bent over je tong, waarmee je spreekt, dan ben je de baas over je hele lichaam. De teugels van een paard zijn maar dun. Maar met die teugels kun je dat grote paard laten doen wat je wilt. Het roer van een schip is maar klein. Maar met dat kleine roer kan de stuurman het schip alle kanten op laten gaan. Ook als het schip heel groot is, ook als het heel hard waait.
Net zo heeft ook onze tong veel invloed. De tong is maar een heel klein deel van ons lichaam. Maar o, wat heeft die tong van ons veel praatjes!

Luister! Door een klein vlammetje kan een heel bos afbranden. Onze tong lijkt op een vlammetje, maar dan een vlammetje van het vuur van de hel! Want onze tong doet veel verkeerd. Met dat kleine deel van ons lichaam maken we grote fouten. De slechtheid van onze tong maakt ons hele lichaam slecht. Het hele leven wordt erdoor verwoest.
Mensen zijn de baas over alle dieren: over grote en kleine dieren, over vogels en vissen. Maar niemand van ons is de baas over zijn tong. Want steeds weer zeggen we verkeerde dingen. Ja, met onze woorden kunnen we zelfs mensen doden!

We gebruiken onze tong om God, onze Vader, te danken. Maar we gebruiken onze tong ook om andere mensen te vervloeken. En die mensen zijn ook door God gemaakt, en ze lijken op God, net als wij! Uit één mond komen dus mooie woorden, maar ook afschuwelijke woorden. Dat is niet goed, vrienden!



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Broeders en zusters,
Jullie moeten niet allemaal leraar willen zijn.
Jullie weten toch, dat ons een strenger oordeel te wachten staat.
Want we struikelen allemaal vele keren.
Wie nooit iets verkeerd zeg, is volmaakt:
Hij is in staat zichzelf helemaal in toom te houden.
Wij moeten een paard slechts een bit in de mond te leggen
om het hele dier te besturen en in de hand te hebben.
Of denk aan een schip: hoe groot het ook is
en al wordt het door hevige winden voortgedreven,
toch is het een klein roer dat de richting van de stuurman bepaalt.

De tong is maar een klein deel van ons lichaam,
toch kan die een hoge toon voeren.
Bedenk hoe een kleine vlam een groot bos kan in brand steken.
De tong is ook zo’n vlam: een wereld van onrecht,
die onze ledematen en ons levensrad
in brand kan steken, met vuur uit de hel.
De mens kan wilde beesten, vogels, reptielen, vissen,
alle diersoorten temmen,
maar geen enkel mens kan de tong temmen:
dat onberekenbare kwaad vol dodelijk gif.
Met onze tong zegenen wij onze Heer en Vader,
en met haar vervloeken we mensen,
die geschapen zijn naar de gelijkenis van God.
Uit een en dezelfde mond komen zegen en vloek.
Dit mag zo niet zijn, broeders en zusters!



Stilstaan bij …

Tong
Beeld voor: spreken.

Levensrad / rad van het leven / levensloop
Verwijst waarschijnlijk naar de cyclische levensloop van de mens. (Een typisch hellenistische voorstelling)





Bij de tekst

De schrijver van de brief van Jakobus

Uiteindelijk weet men niet wie de brief van Jakobus schreef. Was het een leerling van Jezus? Was het zijn broer? Was het iemand die in Jezus is gaan geloven?
In elk geval was ‘geloven’ voor hem meer dan het eens zijn met een bepaalde leer. Voor wie in Jezus gelooft, verandert dat geloof die persoon van binnenuit (Jakobus 2, 18) en heeft het invloed op alles wat die doet.



Spreken met beelden

een paardwordt door dunne teugels in toom gehouden
een schipwordt door een klein roer bestuurd
een bosbrandbegint met één kleine vlam


Met iets dat zoveel macht heeft, moet men heel zorgvuldig omgaan!
Zo is het ook met de tong, met wat mensen zeggen.





Suggesstie

Grote kinderen

VERTELLEN

Woorden die genezen
(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode, 2007, p. 298)

Een wijze soefimeester zei: ‘Woorden kunnen genezen.’

Op een dag kwam er een man bij hem die hem vroeg:
‘Geloof je echt dat woorden de kracht hebben om te genezen?’
De wijze man antwoordde – zeer tegen de soefi-gewoonte in –
met een botte wedervraag:
‘Wie bent u om zo’n domme vraag te stellen?
De man was beledigd en zei: ‘Hoe kan een soefi zo grof zijn?’
De meester zei: ‘Als grove woorden u zo’n pijn kunnen doen,
waarom twijfelt u er dan aan
dat er ook woorden zijn die kunnen genezen?’




Bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 28 januari 2015, p. 1)

Mensen zeggen wel eens:
''t Zijn maar woorden',
alsof woorden weinig waarde hebben,
niets kunnen, niets vermogen.

Maar woorden kunnen als messen zijn
en kunnen diepe wonden slaan.
Ze kunnen als gif zijn
en sluimerend hun vernietigende werk doen.
Ze kunnen als bloemen zijn
en iemand opvrolijken.

Ze kunnen iemand vleugels geven
maar ook verpletteren
Ze kunnen iemand doen groeien
maar ook klein maken
Ze kunnen iemand blij maken
maar ook verdrietig.

Voor onszelf weten we maar al te goed
welke woorden we het liefst horen.
Het zouden wel eens dezelfde woorden kunnen zijn,
waar een ander ook van houdt,
waar een ander ook beter van wordt.

Wat belet ons die woorden uit te spreken
die mensen doen groeien,
die ze vleugels geven,
die hen gelukkig maken,
die hen genezen
of minstens minder ziek maken?