Mefiboset
Wie?
Mefiboset was een zoon van Jonatan en een kleinzoon van de eerste koning van Israël, Saul. Hij was vijf jaar oud toen hij vernam dat zijn grootvader Saul en zijn vader Jonatan in de oorlog tegen de Filistijnen sneuvelden (1 Samuël 31, 6). Toen zijn verzorgster met hem wilde vluchten, nam ze hem op haar armen mee, maar struikelde in haar haast. Daardoor werd hij kreupel (2 Samuël 4, 4).
Bij de dood van Saul en Jonatan, stond Mefiboset er dan ook heel slecht voor:
. hij was de kleinzoon van een gekke koning,
. zijn vader was dood,
. hij was kreupel, en koning David had een hekel aan kreupele mensen (2 Samuël 5, 8b).
Naam
Mefiboset heette oorspronkelijk Meribaäl (= mijn heer is Baäl). Maar door het optreden van de profeet Samuël begon men de naam baäl als een godslastering te zien. Want 'Baäl' was de naam van de vruchtbaarheidsgod bij de Kanaänieten.
De naam Meribaäl werd later veranderd in Mefiboset (= verspreider van schande). Een naam die zeker niet beter was. Het kwam er voor Mefiboset op neer dat hij het woord schande aan zijn naam kreeg toegevoegd.
Woonplaats
Mefiboset woonde bij Machir, de zoon van Ammiël. (2 Samuël 9, 3b-4). Die man behoorde tot de stam Manasse en woonde aan de oostkant van de Jordaan. De plaats waar Mefiboset woonde heette Lo-Debar (= geen woord), en verwijst symbolisch naar het stilzwijgen van God in zijn leven.
David
Een verbond
Jonatan (= JHWH heeft gegeven), de oudste zoon van koning Saul, werd de vriend van David vanaf het eerste moment dat hij hem ontmoette: direct nadat David de Filistijn Goliat had verslagen (1 Samuël 18, 1). Jonatan sloot een verbond met David waarbij hij hem zijn mantel, zijn harnas, zijn zwaard, zijn boog en zijn koppelriem gaf (1 Samuël 18, 3-4).
Omdat het leven van David gevaar liep door de agressieve houding van koning Saul, moesten de twee vrienden afscheid nemen van elkaar. Toen sloten ze een tweede verbond. Hierbij beloofde David goed te zorgen voor alle nakomelingen van Jonatan indien hij, David, koning zou worden (1 Samuël 20, 14b-17). Jonatan was er immers vast van overtuigd dat God David had geroepen om zijn vader Saul als koning op te volgen (1 Samuël 23,16-18).
Tot tweemaal toe zei David (2 Samuël 9, 1.3) dat hij van plan was om de familie van Saul, dus ook die van Jonatan, goed te behandelen. De dood van Jonatan zette dit verbond met David in werking. Toen David te horen kreeg dat Mefiboset kreupel was (2 Samuël 9, 3b), kwam er wellicht een gevoel van afkeer in hem op omdat hij een hekel had aan kreupele mensen (2 Samuël 5,8b), maar de kracht van het verbond met Jonatan bleek uiteindelijk sterker.
De bezittingen van Saul
Volgens de heersende gewoonten van zijn tijd zou het voor David normaal geweest zijn om zich alle bezittingen van Saul toe te eigenen en toe te voegen aan zijn eigen bezittingen. (In elke oorlog werd een verslagen land geplunderd en de rijkdommen van de verslagen koning kwamen in het bezit van de overwinnaar.) Maar David gaf alle bezittingen van de familie van Saul aan Mefiboset. Zo deed David meer dan volgens het verbond was afgesproken. Bovendien gaf hij Mefiboset de hoogste eer die een koning aan een onderdaan kon geven: het voorrecht te mogen zitten aan de tafel van de koning (2 Koningen 25, 27-30).
David en Mefifoset
Het minderwaardigheidscomplex van Mefiboset
Opnieuw boog Mefiboset, en hij zei:
'Wie ben ik, heer, dat u zich bekommert
om een dode hond als ik?' (2 Samuël 9, 8)
Iemand omschrijven als een dode hond was het toppunt van minachting, want de term 'hond' werd gebruikt voor heidense offers of voor mannelijke prostituees. Zichzelf omschrijven als een dode hond kwam voort uit grote angst (1 Samuël 24, 15) of uit een diepgeworteld minderwaardigheidscomplex zoals bij Mefiboset.
Mefiboset was zeer waarschijnlijk met een hart vol dodelijke angst bij David gekomen, niet wetend wat hem te wachten stond. Maar hij werd ongetwijfeld overvallen door de vriendelijke manier waarop David hem behandelde. Aanvankelijk wist hij er geen raad mee. Gaandeweg zal hij begrepen hebben dat zijn redding gebaseerd was op het verbond tussen David en Jonatan.
Succesrijk vervolg
Mefiboset die zelf geen eigen huis had, kreeg in één klap niet alleen huizen maar ook landerijen en personeel om de akkers te bewerken. Alle opbrengst was voor hem. Hij werd dus in één keer een rijk man.
Hij ontving niet alleen grote rijkdommen door de houding van David, hij verwierf er ook een hoge en eervolle positie mee aan het hof van David.
De man die zichzelf beschouwde als een kreupele en als een dode hond, werd de stamvader van een geslacht van dappere krijgers en boogschutters.
Laatste berichten
In 2 Samuël 15, 13 moest David vluchten voor zijn zoon Absalom die een samenzwering tegen hem had gesmeed. Op zijn vlucht vernam David dat Mefiboset in Jeruzalem was achtergebleven. Hij kreeg door een leugen van Siba, de knecht van Mefiboset, te horen dat Mefiboset was overgelopen naar Absalom (2 Samuël16, 3-4). Daarom gaf David alle bezittingen van Mefiboset aan Siba.
Later bleek dat de knecht gelogen had (2 Samuël19, 27). Want Mefiboset had zichzelf sinds het vertrek van David zelfs niet meer gewassen of verzorgd omwille van zijn verdriet over de vlucht van David (2 Samuël19, 25). David die te vermoeid was om de juiste toedracht te onderzoeken, besloot om Mefiboset een deel van zijn bezittingen terug te geven.
Mefiboset reageerde als volgt:
'Nu u ongedeerd bent teruggekomen, mijn heer en koning, mag hij wat mij betreft zelfs alles hebben.' (2 Samuël 19, 31) Mefiboset gaf dus al zijn bezittingen aan zijn knecht die hem bedrogen had. Hij toonde hiermee een vergevingsgezinde ingesteldheid. Zo werd de man, die zoveel genade had ondervonden, zelf een man die grote genade en vergeving schonk.