Loading...
 

Matteüs 13, 47-53

Matteüs 13, 47-53: Goede en slechte vissen

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1545)

Gods nieuwe wereld lijkt ook op een net dat uitgegooid wordt in een meer. In dat net worden allerlei vissen gevangen. Als het net vol is, trekken de vissers het naar de kant. Ze gaan zitten en halen de goede vissen eruit. Die doen ze in manden. Maar de slechte vissen gooien ze weg. Zo zal het gaan bij het einde van deze wereld. Dan zullen de engelen komen. Zij zullen de slechte mensen weghalen bij de mensen die gehoorzaam zijn geweest aan God. En zij zullen die slechte mensen in een brandende oven gooien. Daar zullen ze huilen van ellende en spijt.’
Jezus vroeg aan de leerlingen: ‘Hebben jullie alles goed begrepen?’ ‘Ja,’ antwoordden ze. Toen zei Jezus: ‘Stel dat iemand de heilige boeken goed kent. En dat hij een leerling van mij wordt, en gelooft in het nieuws over Gods nieuwe wereld. Dan lijkt hij op een man met een huis vol schatten. Hij heeft veel nieuwe schatten om te laten zien, en ook veel oude.’
Dat waren de voorbeelden die Jezus gaf. Daarna reisde hij weer verder.


Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Jezus vertelde:
Je kunt het koninkrijk der hemelen ook vergelijken met een net.
Op een dag gooien vissers dat in zee
en vangen zo vissen van allerlei soort.
Als het net vol is, trekken de vissers het op de oever.
Daar gaan ze zitten
Ze verzamelen de goede vissen in manden,
de slechte gooien ze weg.

Zo zal het zijn op het einde van de tijd.
De engelen zullen de kwaden tussen de rechtvaardigen uithalen
en hen in het vuur gooien.
Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars.

Hebben jullie dat allemaal begrepen?’ vraagt Jezus
Zijn leerlingen antwoorden: ‘Ja.’
Hij zegt: ‘Daarom is iedere Schriftgeleerde die leerling is geworden
te vergelijken met een huisvader,
die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt.’



Stilstaan bij ...

Rijk der hemelen
Volgens het joods gebruik in zijn tijd, gebruikt Matteüs uit eerbied voor God de woorden ‘Rijk der hemelen’ wanneer hij het rijk van God bedoelt. Dit Rijk heeft te maken met een levensstijl waarbij men ruimte geeft aan het woord van God. In dit Rijk is iedereen welkom: armen, gebrekkigen, kreupelen, blinden, zondaars, wie ‘verdwaald’ is ...
Dit Rijk heeft niets te maken met het materiële noch met succes, of met werelds machtsvertoon. Op dit punt botste Jezus op onbegrip en verzet bij zijn leerlingen en bij de mensen. Want die dachten dat bij de komst van het Rijk van God de Romeinse bezetter verdreven zou worden.

Sleepnet
Deze gelijkenis doet denken aan de opdracht van Jezus aan Petrus: een visser van mensen worden.
Toen Jezus leefde zag men de zee als de plaats van het kwade. In die context is een net een middel om de mensen te bevrijden uit de macht van het kwaad.

Schriftgeleerde
Schriftgeleerden waren vooraanstaande leraars toen Jezus leefde. Ze bestudeerden de Wet, en waren de geestelijke leiders van het volk. Naast de geschreven wet, hielden ze zich ook aan de mondelinge overlevering. Sommige van hen hadden leerlingen die zich onder hun leiding schoolden in de Wet. Zij stonden hoog in aanzien. Ze waren tegen Jezus omdat Hij zich anders opstelde en op een eigentijdse manier sprak. Niet zoals zij dat deden: ‘Het is altijd zo geweest; het is nu eenmaal zo’. Jezus liet de woorden van Mozes zien als nieuw en leven brengend.

Doorgaans spreekt Matteüs over Schriftgeleerden als tegenstanders van Jezus.
In deze tekst gaat het om iemand die leerling van Jezus geworden is en de Wet verklaart in het licht van wat Jezus daarover te zeggen heeft.

Nieuwe en oude dingen
Met deze woorden geeft Matteüs de eenheid en de complementariteit aan van het Nieuwe en het Oude Testament.
Wie bezig is met de uitbouw van het Rijk van God inspireert zich zowel op de boodschap van Jezus (nieuw) als op die van de profeten (oud).





Bij de tekst

Betekenis

Het woord van God dat in de wereld wordt uitgesproken is als een net, dat veel mensen bijeen brengt.

Op het einde van de tijden zal blijken wat de vruchten zijn die mensen voortbrengen op basis van dat woord.

De veroordeling van wie ‘slecht’ is, gebeurt pas op het einde der tijden omdat God hen alle kansen wil geven om zich nog te bekeren.