Micha 6, 1-4.6-8

Micha 6, 1-4.6-8: Wat God wenst

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1480)

De Heer gaat Israël aanklagen. En de bergen en heuvels moeten het horen. Luister, bergen, naar de aanklacht van de Heer! Ook diep in de aarde moeten zijn woorden gehoord worden.
De Heer zegt tegen zijn volk: ‘Mijn volk, wat heb ik verkeerd gedaan? Waarmee heb ik jullie lastiggevallen? Vertel het me toch!
Toen jullie slaven waren in Egypte, heb ik jullie bevrijd. En ik heb Mozes, Aäron en Mirjam gestuurd om jullie leiding te geven.
(…)
Jullie vragen: ‘Wat kunnen we de Heer geven? Hoe kunnen we de machtige God eren? Zullen we offers aan hem brengen? Zullen we onze beste kalveren aan hem offeren? Zou hij tevreden zijn met duizend rammen? Of met tienduizend liter olijfolie? Of moeten we ons oudste kind aan hem geven voor alles wat we verkeerd hebben gedaan?’
Maar de Heer heeft jullie al verteld wat hij van jullie verlangt. Hij heeft al bekendgemaakt wat goed is. Hij vraagt alleen dit: Wees eerlijk, rechtvaardig en trouw. En denk niet alleen aan jezelf, maar leef dicht bij God.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Luister naar wat God zegt.
'Sta op, begin een rechtszaak ten overstaan van de bergen!
Laat de heuvels je getuige zijn!'
Luister, bergen, wat God aanklaagt.
En jullie ook, onwrikbare fundamenten van de aarde:
God heeft een rechtszaak tegen zijn volk.
Hij wil afrekenen met Israël.
'Mijn volk, wat heb Ik je misdaan?
Waarmee deed Ik je verdriet? Geef Me een antwoord.
Ik leidde je uit Egypte en verloste je uit de slavernij.
Ik liet Mozes, Aäron en Mirjam voor je uit gaan.
(…)
'Waarmee zal ik voor God komen
en buigen voor God in den hoge?
Benader ik Hem met brandoffers, met eenjarige kalveren?
Kan ik God plezier doen met duizenden rammen,
in ontelbare beken van olie?
Moet ik voor mijn misdaden mijn eerstgeboren kind offeren,
mijn kind, voor de zonden die ik deed?'
'God heeft je gezegd wat goed is, mens,
en wat Hij van je verlangt:
Hij wil niets anders dan dat je recht doet, trouw eerbiedigt
en je verstandig gedraagt tegenover je God.'



Stilstaan bij …

Eerstgeboren kind offeren
Gebruik dat bestond in andere godsdiensten.
Het verhaal over Abraham die zijn zoon Isaak wilde offeren, maar uiteindelijk door een engel werd weerhouden, reageerde tegen dit gebruik. Genesis 22, 1-13.15-19

'''God heeft je gezegd wat goed is''’
God zei dit doorheen de woorden van de profeten, woordvoerders van God.





Bij de tekst

Rechtszaak

Deze tekst lijkt op een rechtszaak: God klaagt zijn volk aan, met de bergen en heuvels als getuigen. Maar in plaats van te zeggen wat het volk verkeerd deed, vraagt God eerst wat Híj verkeerd deed. Heeft Hij het volk ooit slecht behandeld?
Hebben ze ooit iets te klagen gehad?
God is er niet verantwoordelijk voor dat het nu zo slecht gaat tussen Hem en het volk.

Maar het volk reageert verontwaardigd (vers 6):
. Wat wil God dan van hen?
. Ze houden zich aan de voorschriften voor offers - moet er dan nog iets bij? Ze vinden dat God onredelijks is en misschien zelfs iets onmogelijks van hen vraagt: offer van een eenjarige kalf? duizenden rammen? sloten olie? offer van het eerstgeboren kind?



Betekenis

God legt zijn zaak uit, en beschuldigt het volk: ‘Weten ze dan niet wat Hij wenst?’ Hij herinnert het volk ook aan wat Hij allemaal voor hen deed.

De profeet Micha zegt wat ook veel andere profeten zeggen: men houdt zich uiterlijk wel aan de geboden, maar komt niet toe aan goede menselijke verhoudingen, wat God uiteindelijk vraagt. Op die manier is liturgische praal schijnheilig.



Offers

In de tempel in Jeruzalem werden iedere dag offers gebracht. Dat konden dieren zijn, maar ook olie, bloem of ander voedsel. De offers die in deze tekst van Micha vernoemd worden, zijn groot en duur of erg ingrijpend: een eenjarig kalf, duizend rammen, tienduizend liter olijfolie, het eerstgeboren kind.

Micha is zegt dat God zo’n overdreven grote offers niet wil, dat Hij liever wil dat het volk Israël goed en eerlijk leeft. Wie zo leeft, kan niet anders dan omzien naar mensen die het minder goed hebben.