Loading...
 

Wijsheid van Jezus Sirach 17, 1-15

Wijsheid van Jezus Sirach 17, 1-15: God schiep de mens

De tekst

’Studiebijbel’

(Deze Bijbeltekst komt uit de NBV Studiebijbel, uitgeverij Jongbloed, Heerenveen 2008, p. 1669)

De Heer heeft de mens uit de aarde geschapen
en doet hem naar haar terugkeren.
Hij schonk de mensen een afgemeten aantal dagen,
maar ook macht over alles wat er op de aarde is.
Hij heeft hen toegerust met zijn eigen kracht
en hen naar zijn eigen beeld gemaakt.
Alles wat leeft heeft Hij ontzag voor de mens gegeven,
opdat deze zou heersen over dieren en vogels.
Hij kreeg van de Heer vijf zintuigen,
als zesde ontving hij van Hem het verstand,
als zevende het woord, vertolker van de zintuigen.
Denkvermogen, een tong, ogen, oren en een hart
gaf Hij hem om begrip te verwerven.
Hij deelde hem rijkelijk kennis en inzicht toe
en toonde hem het goede en het kwade.
In zijn hart heeft Hij ontzag voor hem gelegd,
opdat de mens zijn grote daden kon zien
en zich door de eeuwen heen op zijn wonderdaden kon beroemen,
zijn heilige naam zou prijzen
en zijn grote daden zou verkondigen.
Hij schonk hun kennis en gaf de wet die leven geeft,
opdat ze zouden beseffen dat zij nu leven, maar wel sterfelijk zijn.
Hij heeft met hen een eeuwig verbond gesloten
en hun zijn voorschriften gegeven.
Zij zagen zijn grote luister
en hoorden de macht van zijn stem.
Hij zei tegen hen: ‘Hoed je voor alle onrecht,’
en gaf hun regels voor de omgang met andere mensen.
Hun daden zijn Hem volledig bekend,
ze blijven niet voor zijn ogen verborgen.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

God schiep de mens uit de aarde
en deed hem weer tot haar terugkeren.
Hij schonk mensen een aantal dagen en een bepaalde tijd
en gaf hun de macht over de dingen op aarde.
Hij bekleedde hen met een kracht als de zijne
en maakte hen naar zijn beeld.
In al wat leeft, legde Hij de vrees voor de mens
en Hij maakte hem tot heer over dieren en vogels.
Hij vormde hun tong, hun ogen en hun oren
en gaf hun een hart om te denken.
Hij vervulde hen met onderscheidingsvermogen:
Hij toonde hun het goed en het kwaad.
Hij plantte zijn oog in hun hart.
Zo kunnen ze zien hoe groot zijn werken zijn,
over de grootheid van zijn werken spreken
en zijn heilige naam prijzen.
Hij schonk hun ook kennis
en Hij gaf hun de wet van het leven als erfdeel.
Hij sloot met hen een altijddurend verbond
en toonde zijn voorschriften.
Hun ogen zagen de grootheid van zijn glorie
en hun oren hoorden de glorie van zijn stem.
En Hij zei tegen hen: ‘Let op voor alle onrecht!'
En Hij schreef voor wat ieder aan zijn naaste verplicht is.
Hun wegen zijn Hem altijd bekend
en blijven niet verborgen voor zijn ogen.



Stilstaan bij …

Hart
In de Bijbel is het hart niet alleen de zetel van gevoelens, zoals men nu denkt, maar de bron van verbeelding, ideeën, kennis, inzicht, wijsheid, projecten en beslissingen.





Bij de tekst

Soort boek

‘De wijsheid van Jezus Sirach’ behoort tot de wijsheidsliteratuur, literatuur die levenswijsheid en ervaringswijsheid wil doorgeven, trouw aan de Tora en rekening houdend met God.

Het boek werd opgenomen in de Septuagint, de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel. Hiervan bestaat er een lange en een korte versie. Het Hebreeuwse origineel dat verloren raakte, werd intussen voor een belangrijk deel teruggevonden. Sommige fragmenten wijken wel af van de Griekse versies waarop de vertalingen van de Bijbel gebaseerd zijn.

De ‘Wijsheid van Jezus Sirach’ wordt ook een deuterocanoniek boek genoemd. Dat wil zeggen dat het boek maar in tweede instantie behoort tot de officiële Bijbel (Gr. deuteros = tweede; canon = maatstaf, richtsnoer). Hoewel het niet opgenomen is in de Hebreeuwse Bijbel, ervaren katholieke en oosters-orthodoxe kerken het als gezaghebbend.



Schrijver

Volgens het boek zelf is de schrijver ‘Jezus, de zoon van Eleazar, de zoon van Sirach, uit Jeruzalem’ (Sirach 50, 27), die ook Ben Sirach (= zoon van Sirach) genoemd wordt. Hij zou een Schriftgeleerde geweest zijn die rond 200 voor Christus zijn boek schreef in Jeruzalem, in het Hebreeuws, de taal van de Bijbel.
Zijn kleinzoon die in 132 in Egypte woonde, vertaalde het boek in het Grieks, waardoor het verspreid werd in de toenmalige hellenistische wereld.
Volgens de proloog werd het boek geschreven rond het begin van de tweede eeuw voor Christus.