1 Koningen 21, 17-29: Elia en Achab
De tekst
Dichter bij de tijd
(Bewerking: C. Leterme)
God zei tegen de profeet Elia:
‘Ga naar koning Achab, die in Samaria woont.
Hij is nu naar de wijngaard van Nabot om die in bezit te nemen.
Zeg hem dat Ik zeg:
Kom je na een moord de wijngaard in bezit nemen?’
Op de plaats waar de honden het bloed van Nabot oplikten
zullen ze ook dat van jou oplikken.'
Toen Achab Elia zag, zei hij: 'Heeft mijn vijand me weer gevonden?'
Elia zei: Ja, want je deed iets wat God niet graag heeft.
Daarom zul je ongeluk kennen.
Alle mannen uit je familie zal God doden.
Net zoals Hij deed met de familie van Jerobeam en van Baësa.
Want je hebt Me getergd en de Israëlieten doen zondigen.
En over Izebel zegt God:
De honden zullen haar verslinden bij de stadsmuur van Jizreel.
Alle familie van Achab die in de stad sterft,
zal door honden verslonden worden
en wie op het land sterft,
zal door de vogels van de hemel opgevreten worden.'
Nog nooit liet iemand zich zo gebruiken
om te doen wat God niet graag heeft als Achab,
die daartoe aangezet werd door zijn vrouw Izebel.
Hij heeft zich schandelijk gedragen door afgoden te vereren,
net zoals de Amorieten dat deden, die God ook verdreef.‘
Toen Achab dat hoorde, scheurde hij zijn kleren.
Hij trok een boetekleed aan over zijn blote lichaam en vastte.
Hij liep berouwvol rond en ging slapen in een boetekleed.
Daarom zei God tegen Elia uit Tisbe:
'Heb je gezien hoe Achab zich voor Mij vernederde?
Omdat hij zat deed, zal het ongeluk niet komen tijdens zijn leven,
maar tijdens dat van zijn zoon.'
Stilstaan bij ...
Elia
= Eli-Jahoe
= Mijn God is Jahwe (alleen)
In de naam Elia ligt een programma van exclusief geloof in Jahwe.
Achab
Achab was de zevende koning van Israël. Hij streefde een evenwichtspolitiek na. Hij waardeerde Jahwe (zie de namen van zijn kinderen: Achazja, Joram en Atalja) maar bouwde tegelijk een tempel voor Baäl in Samaria.
Samaria
Hoofdstad van het Noordrijk Israël. De hele stad Samaria was het eigendom van koning Achab (een erfdeel van de voorouders van Achab) en toch wilde hij de wijngaard van Nabot (een erfdeel van de voorouders van Nabot).
Zo wilde de schrijver van deze tekst wellicht de hebzucht van koning Achab scherper duidelijk maken.
Zo spreekt de Heer
Elia verwijt Achab dat hij twee ‘woorden’ van God negeerde: ‘Je zult niet doden’ en ‘Je zult niet stelen.’
‘Waar de honden het bloed van Nabot oplikten, zullen ze ook uw bloed oplikken.'
Dit is het principe van: 'oog om oog, tand om tand’, een wetgeving die barbaars overkomt, maar bedoeld was als een bescherming tegen oeverloze wraak: men mag niet verder gaan dan het kwaad dat werd aangericht.
Izebel
Dochter van de koning van Tyrus. Haar huwelijk met Achab droeg bij tot de welvaart van Israël. Maar Izebel bracht ook haar godsdienst mee: de verering van de Baäls, Kanaänitische vruchtbaarheidsgoden.
Jizreël
Stad aan de voet van de berg Gilboa, in het oosten van een vruchtbare vlakte met dezelfde naam, waar het zomerpaleis lag van de koningen van Israël.
Vasten
Het was in Israël de gewoonte om een vasten uit te roepen bij een noodsituatie (bijvoorbeeld: droogte).
Vasten was een teken van inkeer en bezinning.
Bij de tekst
Betekenis
De profeet Elia laat God kennen als:
. de verdediger van de rechtvaardigheid.
. een barmhartige God, die niet de ondergang van de zondaar wil maar zijn bekering.
Suggesties
Grote kinderen
VERDIEPEN
Profeet, woordvoerder van God
Wat is een woordvoerder?
(iemand die spreekt in naam van iemand anders. Bijvoorbeeld: de woordvoerder van de president van Amerika)
Elia is zo'n woordvoerder, niet van een president, maar van God. Zo'n woordvoerders worden profeten genoemd.
Elia zegt wat God van de mensen wil.
- Wat zegt God via Elia, aan koning Achab in deze tekst?
