Inhoudstabel
…page…
Jozua 24, 1-13: Vergadering in Sichem
De tekst
’Bijbel in gewone taal’
(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 350-351)
Jozua riep alle stammen van Israël bij elkaar in Sichem. Hij liet de leiders van het volk, de leiders van de stammen en alle rechters naar voren komen bij de heilige kist van de Heer.
Toen zei Jozua tegen het hele volk: ‘Dit moet ik zeggen van de Heer, de God van Israël: Jullie voorouders Terach, Abraham en Nachor woonden lang geleden ten oosten van de rivier de Eufraat. Zij vereerden toen andere goden. Maar de Heer haalde jullie voorvader Abraham daar weg, en liet hem door heel Kanaän rondtrekken. De Heer gaf hem veel nakomelingen.
De zoon van Abraham heette Isaak. Isaak was de vader van Jakob en Esau. Aan Esau gaf de Heer de Seïr-bergen om in te wonen. Maar Jakob en zijn zonen gingen naar Egypte.
Later stuurde de Heer Mozes en Aäron naar Egypte. Hij strafte de Egyptenaren met zware straffen, en hij haalde jullie voorouders daar weg. Toen zij bij de Rietzee kwamen, zagen ze achter zich de Egyptenaren met hun paarden en wagens. Op dat moment smeekten jullie voorouders de Heer om hulp. Toen zorgde de Heer ervoor dat het donker werd, en hij liet de Egyptenaren verdrinken in de zee. Zo bevrijdde de Heer jullie voorouders uit Egypte.
Daarna woonden jullie lange tijd in de woestijn. Totdat de Heer jullie naar het land ten oosten van de Jordaan bracht. Daar woonden de Amorieten. Zij vochten tegen jullie, maar de Heer zorgde ervoor dat jullie sterker waren. Hij vernietigde de Amorieten, en jullie konden in hun land gaan wonen.
Daarna vocht de koning van Moab tegen jullie. Die koning was Balak, de zoon van Sippor. Balak wilde dat Bileam, de zoon van Beor, jullie zou vervloeken. Maar de Heer wilde niet naar Bileam luisteren. Hij zorgde er juist voor dat Bileam jullie zegende!
Daarna staken jullie de Jordaan over en kwamen jullie bij de stad Jericho. Jullie moesten de inwoners aanvallen, en jullie versloegen hen. Jullie moesten ook strijden tegen de Amorieten, de Perizzieten, de Kanaänieten, de Hethieten, de Girgasieten, de Chiwwieten en de Jebusieten. Jullie wonnen elke strijd. De Heer zorgde ervoor dat die volken in paniek raakten en wegvluchtten. Zo waren ook de twee koningen van de Amorieten weggejaagd. Ook toen hoefden jullie geen wapens te gebruiken!
De Heer gaf jullie een land, en daar hoefden jullie zelf niets voor te doen. Jullie wonen nu in steden die jullie niet zelf hoefden te bouwen. Jullie hebben nu prachtige wijngaarden en olijftuinen, die jullie niet zelf hoefden aan te leggen.
Dichter bij de tijd
(Bewerking: C. Leterme)
Jozua riep alle stammen van Israël in Sichem bijeen,
met de oudsten van Israël, de familiehoofden,
de rechters en de schrijvers.
Toen ze voor God stonden, zei Jozua tegen het volk:
'Zo spreekt de God van Israël:
Je voorouders, Terach, de vader van Abraham en van Nachor,
woonden vroeger aan de overkant van de Rivier.
Daar vereerden ze andere goden.
Ik haalde je vader Abraham daar weg van de overkant van de Rivier
en deed hem heel Kanaän doorkruisen.
Ik gaf hem een talrijk nageslacht en schonk hem Isaak.
Aan Isaak schonk Ik Jakob en Esau.
Aan Esau gaf Ik het bergland van Seir.
Jakob en zijn zonen trokken naar Egypte.
Toen zond Ik Mozes en Aäron en sloeg Ik Egypte met de plagen.
Ik teisterde hen daarmee en leidde je daarna het land uit.
Toen Ik je voorouders uit Egypte leidde en je bij de zee kwam,
achtervolgden de Egyptenaren je voorouders
met wagens en paarden tot aan de Rietzee.
Toen je voorouders tot God riepen,
legde Hij een donkere nevel tussen jullie en de Egyptenaren
en joeg Hij de zee over hen heen, die hen overspoelde.
Met eigen ogen heb je gezien wat Ik in Egypte deed.
Nadat je lange tijd in de woestijn doorbracht,
leidde Ik je naar het land van de Amorieten in het Overjordaanse.
En toen ze je aanvielen, gaf Ik hen in je macht,
zodat je hun land in bezit kon nemen. Ik roeide hen uit voor jullie.
Toen begon Balak, de zoon van Sippor, de koning van Moab,
de oorlog tegen Israël.
Hij ontbood Bileam, de zoon van Beor, om je te vervloeken.
Maar Ik wilde niet naar Bileam luisteren, zodat hij je zegende.
Zo redde Ik je uit zijn macht.
Toen stak je de Jordaan over en kwam bij Jericho.
De burgers van die stad, de Amorieten, de Perizzieten, de Kanaänieten,
de Hetieten, de Girgasieten, de Chiwwieten en de Jebusieten
voerden oorlog tegen je, maar Ik leverde hen aan je over.
Verslagenheid zond Ik voor je uit,
die hen - de twee koningen van de Amorieten - voor je verdreef,
zonder dat er zwaard of boog aan te pas kwam.
Zo gaf Ik je een land waarvoor je niet hebt gezwoegd,
steden die je niet hebt gebouwd maar waarin je toch woont,
en zo eet je van wijngaarden en olijfbomen die je niet hebt geplant'.
Stilstaan bij …
Jozua
(= God is redding)
Volgens de Bijbel was Jozua een zoon van Nun uit de stam Efraïm (één van de twee zonen van Jozef). Hij volgde Mozes op. Onder zijn leiding trokken de Israëlieten het Beloofde Land binnen.
Israël
(= strijder met God)
Naam die de aartsvader Jakob kreeg na zijn gevecht met God bij de beek Jabbok (Genesis 32, 28-29)
Naargelang de context verwijst deze naam in de Bijbel naar:
. Jakob, kleinzoon van Abraham
. het joodse volk, de afstammelingen van Jakob
. het koninkrijk waar de Israëlieten woonden
. de tien stammen die samen het Noordrijk vormden
Tegenwoordig is Israël de naam van het land waar Israëli's wonen.
Sichem
Sichem lag ten oosten van het huidige Nabloes. Het was een Kanaänitische stad tussen de bergen Ebal en Gerizim. Daar woonde de aartsvader Jakob. Tot op vandaag vindt men er het graf van zijn lievelingszoon Jozef.
Sichem was voor Jozua de ideale plaats om een laatste verbondstoespraak te houden voor alle stammen omwille van de voorgeschiedenis van de plaats:
. Abraham bouwde er een altaar (Genesis 12, 6 7).
. Jakob begroef er de vreemde goden (Genesis 35, 2 4).
. Jozua vernieuwde er eerder het verbond (Jozua 8, 30 35).
Oudsten
Dit waren de familiehoofden. Ze vertegenwoordigden hun stam en hadden een leidinggevende positie.
Rechters
Wanneer het volk Israël na de tocht door de woestijn in het Beloofde Land aankwam, speelden 'rechters' een belangrijke rol. Het waren sterke figuren die plunderingen bestreden en voor lange of korte tijd rust brachten. Ze waren tegelijk veldheer, rechter en priester. Ze brachten de Israëlieten telkens opnieuw terug tot trouw aan het verbond dat God met hen sloot. God, die hen uit de slavernij van Egypte had bevrijd.
Rietzee
De Rietzee wordt ook wel de Rode Zee of de Schelfzee genoemd. Waarschijnlijk heeft de naam Rietzee met papyrusplanten (riet) te maken. Het woord ‘schelf’ is een ander woord voor ‘riet’. De naam Rode Zee zou gegeven zijn omdat het water soms een rode gloed heeft, of omdat de aarde langs de zee een rode kleur heeft.
Bij de tekst
Wat God deed voor Israël
God (ik-vorm) herinnert het volk Israël aan alles wat Hij ervoor heeft gedaan, vanaf Abraham tot de intocht in het land.
Zo wordt benadrukt de tekst dat Israël bestaat dankzij het initiatief en het handelen van God.
Het boek Jozua
Omdat in het boek Jozua wordt geschreven over de intocht van de Israëlieten in het beloofde land:
. instorting van de muren van Jericho
. inname van de stad Ai
. overwinning op de koningen van het land
. reorganisatie van het hele grondgebied
. afscheidsrede van Jozua
lezen christenen dit boek als een geschiedenis boek.
Maar bij de joden behoort het boek Jozua samen met de boeken Rechters, Samuël en Koningen tot de profetische boeken (Nebiim), want het zijn boeken die proberen de waarden uit de tora aan het volk voor te houden en in te prenten.
| Het boek Jozua | beschrijft hoe mensen het land moeten bewonen (vanuit de Tora). |
| Het boek Rechters | beschrijft hoe recht en gerechtigheid uit deTora tot stand moeten komen. |
| Het boek Samuel | beschrijft hoe het land moet bestuurd worden volgens de Tora. |
| De boeken Koningen | beschrijven hoe het land moet bestuurd worden volgens de Tora. |
| De geschriften van de Profeten | roepen rechtstreeks op om te leven met de Tora als leidraad. |