Loading...
 

11e zondag door het jaar B - eerste lezing

2 Cedertak


…page…

Ezechiël 17, 22-24: Een prachtige ceder

De tekst

Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Zo spreekt God:
‘Ikzelf zal uit de top van een hoge ceder
een takje afbreken
en dat in de grond zetten.
Van de bovenste scheuten zal Ik een twijgje plukken
en Ik zal het planten op een hoge berg.
Ik zal het planten op de hoge bergen van Israël.
Het zal takken krijgen, en vruchten.
Het zal een prachtige ceder worden.
Daaronder zullen allerlei soorten vogels nestelen.
Ze zullen nestelen in de schaduw van zijn takken.
Dan zullen alle bomen in het veld erkennen
dat Ik, Jahwe, een hoge boom vernederd heb
en een lage boom verheven heb.
Dat Ik een sappige boom heb doen verdorren
en een verdorde boom weer laat bloeien.
Ik, God, heb het gezegd
en Ik zal het doen.



Stilstaan bij …

Ikzelf
God neemt het verloop van de geschiedenis in eigen hand: een prins uit het huis van David / het deel van het volk dat nog over is (‘een twijgje’), brengt Hij terug naar Israël, waar het wortel zal schieten en zal uitgroeien tot een prachtige ceder waarin allerlei soorten vogels zich kunnen nestelen.
Want God kan wonderen verrichten uit bijna niets.

Vogels in de takken
Beeld voor de stabiliteit die de boom geeft. Die boom biedt bescherming en groei aan het hele volk.





Bij de tekst

Ezechiël

(A. Lameire)
Ezechiël is de enige profeet is die met zijn volk mee de ballingschap is ingetrokken. Daar heeft hij zijn profetenroeping aanvaard. Volgens de islamitische traditie zou hij begraven liggen in Kafil, een dorp in de buurt van het oude Babel.
Ezechiël was een groot dichter maar ook een man die vaak verscheurd wordt door tegenstrijdige gevoelens en verwachtingen.



Historische context

In zijn profetieën klaagde Ezechiël de politiek aan van Sedekia, de koning van Juda. Die rebelleerde tegen Babylon en zocht steun bij Egypte, terwijl Juda een vazalstaat van Babylonië was.
Nebukadnesar, de koning van Babylonië, reageerde door Jeruzalem te verwoesten en inwoners van de stad in ballingschap naar Babylon te sturen.



Spreken met beelden

Het twijgje dat uitgroeit tot een gezonde boom kan het beeld zijn van:
. de koning die God zal plaatsen op de troon van David om zo en voor het herstel van de dynastie van koning David. Een niet zo onrealistisch beeld: er waren in Babylonië aan het hof voldoende prinsen uit de lijn van David te vinden, die ook na de ballingschap een rol speelden.
. een deel van het volk dat nog over is.

Ezechiël maakte met zijn profetie duidelijk dat niet Egypte maar God zelf Israël uit Babylon zal bevrijden.





Overweging

Agnes Lameire

Een machtige boom

Ezechiël was profeet in Jeruzalem. Toen die stad in 587 voor Christus door de legers van Nebukadnezar werd overwonnen en letterlijk in rook opging, trok hij met zijn mensen mee in ballingschap naar het verre Babylonië. Aanvankelijk verweet hij daar het volk zijn afvalligheid aan de Heer. De ramp die hun overkwam hadden ze alleen aan zichzelf te danken! Maar naarmate er nieuwe groepen ballingen in Babel aankwamen, veranderde zijn taal. Ezechiël werd de troostprofeet die de hoop levend hield dat God op een dag zijn volk zal bevrijden en terugvoeren naar eigen land en stad.
Ezechiël zag in visioenen. Dat is een innerlijk zien, een profetisch zien, dat hij uitdrukte in symbolische taal.
Zo zag hij de HEER die ‘vanuit de top van een hoge ceder, een teer twijgje wegplukt om het te planten op een hoge en verheven berg.’
De hoge ceder was het Babylonische wereldrijk van waaruit de HEER de kleine rest van het volk, het teer twijgje, zal nemen om het te planten op een hoge en verheven berg, de berg Sion, waar het zal opgroeien tot een machtige boom waar allerlei vogels in zullen wonen. Ik de Heer, heb het gezegd en Ik zal het doen.’
Inderdaad, in 538 voor Christus, na vijftig jaar ballingschap, keerde een eerste groep ballingen jubelend naar eigen land terug en bouwde Jeruzalem met zijn tempel weer op.