Loading...
 

15e zondag door het jaar B - eerste lezing

Amos 7, 12-15: Vrij

De tekst

Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Amasja zei tegen Amos: ‘Ziener, maak dat je wegkomt!
Ga naar Juda en verdien daar maar je brood met profeteren!
Hier in Betel mag je dat niet meer doen,
want dit heiligdom is van de koning en dit gebouw is van het rijk.’
Amos zei tegen Amasja: ‘Ik ben geen profeet
en ik ben ook geen lid van een profetengilde,
ik ben veehoeder en vijgenkweker.
Maar God heeft mij van achter mijn beesten weggehaald
en Hij heeft mij gezegd: “Ga naar mijn volk Israël als profeet.” '



Stilstaan bij...

Amasja
(= JHWH is / maakt sterk)
Amasja was de officieel aangestelde priester van Betel, een soort 'beroepspriester' in dienst van koning Jerobeam II. Daarom was hij extra gevoelig voor de kritiek van Amos tegen de gevestigde orde van het Noordrijk. Hij beriep zich op de onschendbaarheid van de rijkstempel om te zeggen dat Amos met zijn uitspraken niets te zeggen had en dat hij en zijn volk niet onderworpen waren aan de eisen van God aan de maatschappij.
Later stierf Amasja later in ballingschap. Het invallende leger misbruikte zijn vrouw, doodde zijn kinderen en nam het land in beslag.
(dit wordt in het vooruitzicht gesteld in Amos 7, 17)

Ziener
Een vroegere naam voor 'profeet'.

Juda
Na de scheuring van het rijk van koning Salomo, werd Juda de naam voor het rijk in het zuiden.

Betel
(het huidige Baytin in Palestijns gebied)
Op deze plaats stond één van de twee rijkstempels die koning Jerobeam I in het Noordrijk had opgericht. De andere rijkstempel bevond zich in de stad Dan. De eredienst aan Jahwe was er vermengd met afgodendienst (gouden stierenbeeld) waaraan zelfs 'heilige' prostitutie te pas kwam. Oorspronkelijk was het stierenbeeld bedoeld als voetstuk voor de (onzichtbare) JHWH, maar redelijk snel zag men er een beeld in van de Kanaänitische god Baäl.

Profetengilde
Groep van profeten die zich verzamelden rond een profeet (bijvoorbeeld: Samuel, Elisa)

Profeet
(Grieks = ‘spreken voor of in naam van een ander’)
Een profeet is iemand die spreekt in naam van God. Als hij goed nieuws brengt, verwoordt hij Gods beloften van zegen en geluk. Als hij een concrete situatie aanklaagt, roept hij op om ze te veranderen en om te keren. Want hij roept de mensen op om te leven zoals God het droomt.
Heel wat profeten werden niet graag gezien omdat ze dingen zegden die de mensen niet graag hoorden.
Lees meer

Israël
Na de scheuring van het rijk van koning Salomo, werd Israël de naam voor het rijk in het noorden.





Bij de tekst

Betekenis

In deze tekst wordt men geconfronteerd met de botsing tussen God en het Noordrijk.
Hierbij treedt Amos op als woordvoerder van God, terwijl Amasja optreedt als woordvoerder van de gevestigde orde in dat rijk.

Merk op:
Amasja zag dit conflict met Amos op persoonlijk vlak, terwijl het bij Amos om het woord van God ging.
Amasja rept met geen woord over God, terwijl bij Amos het woord van God centraal staat.





Overwegingen

A. Lameire

Een aparte woordvoerder

Amos, een keuterboer uit het arme Zuidrijk, maakte er geen aanspraak op om als profeet erkend te worden. ‘Ik ben veeboer en vijgenteler’ zei hij.’ Toch waagde hij het om naar het rijke Noordrijk te trekken en daar, in het heiligdom van Betel, hooggeplaatsten en geestelijke leiders de les te lezen. Onrecht vierde hoogtij. Armen en weerlozen waren de beklagenswaardige slachtoffers van bedrog en uitbuiting. Priester Amasja die zich bij de koning ging beklagen, kwam terug met een uitwijzingsbevel: ‘Hier in Betel mag je niet langer profeteren, want dit is het heiligdom van de koning, de tempel van het koninkrijk.’
Van scheiding tussen kerk en staat was toen nog geen sprake. Koningen waanden zich Gods plaatsvervangend orgaan en velen onder hen trokken gretig alle macht naar zich toe.
Amos werd uit de stad verjaagd en, volgens oude joodse bronnen, met ezel en al in de afgrond gestort.
Maar tot op vandaag wordt, zeker in landen waar de bevrijdingstheologie zich een weg baant, gretig naar de boodschap van de koppige profeet geluisterd.



Niet als profeet geboren (2018)

De profeet Amos die we vandaag aan het woord horen, werd niet als profeet geboren. Nee, hij was een keuterboerke die het aan de rand van de woestijn moest rooien met de kweek van zijn schapen en de opbrengst van enkele vijgenbomen. De glorietijd van koning David was lang voorbij en het land was uiteengevallen in een Noord- en een Zuidrijk. We tellen de 8ste eeuw voor Christus.
Het vruchtbare Noordrijk, Israël, was rijk en het schrale Zuidrijk, Juda, was arm... en net daar woonde Amos.
Hij wist maar al te goed hoe het er in het Noordrijk aan toe ging. Rijken werden almaar rijker en armen almaar armer. De heersende klasse leefde op kap van de geringen; handelaars op de markten gebruikten onrechtvaardige praktijken : weegschalen werden vervalst, stenen gewichten uitgehold en lichter gemaakt en bloem om te bakken werd met krijt vermengd. Het is niet denkbeeldig dat Amos dit zelf aan den lijve had ondervonden toen hij de wol van zijn schapen en de vijgen van zijn boom op de markten van het noorden aan de man wou brengen.
Waar en wanneer precies die Amos tot profeet werd geroepen weten we niet maar de eerste lezing laat over die roeping geen twijfel bestaan waar hij zelf zegt: ‘De Heer heeft mij achter mijn beesten weggehaald en het is de Heer die mij gezegd heeft: Trek als profeet naar mijn volk Israël.’
En zo ontmoeten we hem vandaag als profeet in het Noorden, in het heiligdom Betel dat eigendom was van de koning en waar de priester Amasja de lakens uitdeelde. Die nam het niet dat Amos vanuit het Zuidrijk hier in het Noordrijk rijken de les kwam lezen. Die Amos beantwoordde helemaal niet aan het beeld van een profeet dat men daar voor ogen had. Hij was geen betaalde beroepspredikant zoals koning Jerobeam die daar in dienst had. Hij praatte niet naar de mond van de koning maar voorspelde dat diens rijk, omwille van al het onrecht dat daar geschiedde, ten onder zou gaan. Dus werd Amos uit de koninklijke galerijen weggejaagd: ‘ Ziener, maak dat je wegkomt !.
Maar wat Amos had voorspeld, werd 30 jaar later werkelijkheid. Israël werd door Assyrië overwonnen en diens inwoners gevankelijk weggevoerd.
En Amos zelf? Een joodse legende vertelt dat de profeet met ezel en al in een ravijn werd gestort.



P. Kevers

Vrij en ongebonden

(P. KEVERS in Kerk en leven,16 juli 2006)

In het conflict tussen Amasja en Amos staan twee vormen van godsdienstbeleving diametraal tegenover elkaar. De opvatting van Amasja blijkt uit zijn woorden: 'Dit heiligdom staat in dienst van het koninkrijk, de eredienst is ondergeschikt aan de macht. In feite waren de rijkstempels van Dan en Betel, die de koningen van het Noordrijk ter ere van de God van Israël lieten bouwen, een voorwendsel om hun eigen macht te verstevigen. De 'rijke' liturgie van Betel was een façade waarachter de welgestelden hun ontrouw aan Gods verbond konden verbergen.