Inhoudstabel
…page…
2 Timoteüs 1, 1-3.6-12: Hou het vuur brandend
De tekst
’Bijbel in gewone taal’
(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1897)
Dit is een brief van Paulus aan Timoteüs.
Ik ben een apostel van Jezus Christus. Dat is de wil van God. Hij heeft mij de opdracht gegeven om over zijn belofte te vertellen. Die belofte is dat iedereen die bij Jezus Christus hoort, eeuwig zal leven. Timoteüs, ik houd van je alsof je mijn eigen kind bent. Ik wens je toe dat God, onze Vader, en onze Heer Jezus Christus goed voor je zijn, van je houden en je vrede geven.
Ik dank God voor jou. Hij is de God die ik vereer met een zuiver hart, net zoals mijn voorouders dat deden. Ik noem je in al mijn gebeden, ik denk dag en nacht aan je. (…)
God heeft je een bijzondere kracht gegeven toen ik mijn handen op je hoofd legde. Daarom zeg ik je: Gebruik die kracht goed. God heeft ons zijn Geest gegeven. Niet om bange mensen van ons te maken, maar moedige mensen, vol liefde en geduld.
Je moet je er niet voor schamen om over onze Heer te vertellen. En je moet je ook niet schamen voor mij. Ook al zit ik in de gevangenis omdat ik de Heer dien. Nee, je moet, net als ik, lijden voor het goede nieuws. God geeft je daarvoor de kracht.
God heeft ons gered, en ons uitgekozen om bij Christus te horen. Niet omdat wij dat verdienen, maar omdat dat altijd al zijn plan was. Zo goed wilde God voor ons zijn! Voordat God de wereld maakte, had hij al besloten dat wij gered zouden worden door Jezus Christus.
Nu is Jezus Christus, onze redder, gekomen. Daardoor is nu overal bekend dat God goed voor ons is. Christus heeft de dood overwonnen. Dankzij hem krijgt iedereen die het goede nieuws gelooft, het eeuwige leven!
God heeft mij uitgekozen als apostel. Ik moet het goede nieuws vertellen en uitleggen. Daarom moet ik veel lijden. Maar daar schaam ik mij niet voor! Want ik ken de God op wie ik vertrouw. Hij zorgt ervoor dat mijn uitleg van het goede nieuws verdedigd wordt tot de dag dat Christus terugkomt. Ik weet zeker dat God de macht heeft om dat te doen.
Dichter bij de tijd
(Bewerking: C. Leterme)
Deze brief is van Paulus,
apostel van Christus Jezus door de wil van God,
gezonden om de belofte te brengen
van het leven in eenheid met Christus Jezus,
aan Timoteüs, van wie hij houdt alsof het zijn eigen kind is.
Genade, barmhartigheid en vrede voor jou
vanwege God de Vader en onze Heer Christus Jezus!
Ik dank God, die ik met een zuiver geweten dien
net zoals mijn voorouders dat deden.
Ik dank Hem als ik je naam noem in mijn gebeden,
zonder ophouden, dag en nacht. (…)
Vergeet niet het vuur brandend te houden van de goedheid
die God je schonk toen ik je de handen oplegde.
Want God schonk ons geen geest van vrees,
maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.
Schaam je dus niet om over Jezus te spreken.
Schaam je ook niet voor mij, die omwille van Hem gevangen is.
Deel in het lijden voor het evangelie,
met de kracht die God je geeft.
Hij heeft ons gered en ons geroepen tot een heilige taak,
niet op grond van onze daden,
maar omdat Hij dat in zijn goedheid besloten had.
Die was ons al van alle eeuwigheid gegeven in Christus Jezus,
Maar nu is ze bekend geworden
door de verschijning van onze Redder, Christus Jezus,
die de dood heeft vernietigd
en onvergankelijk leven deed oplichten door het evangelie.
Ik ben aangesteld als verkondiger, apostel en leraar
van dit evangelie.
Daarom moet ik ook dit alles ondergaan,
maar ik schaam me er niet voor,
want ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld,
en ik ben ervan overtuigd, dat Hij bij machte is
om te bewaren wat mij is toevertrouwd, tot aan de grote dag.
Stilstaan bij …
Paulus
Schrijver van deze brief aan Timoteüs.
Paulus was een jood die aanvankelijk de volgelingen van Jezus vervolgde, maar nadien zelf een belangrijk apostel van Jezus werd.
Apostel
(Grieks = ‘afgezant’, ‘gezondene’, ‘iemand die gestuurd wordt’)
Het woord ‘apostel’ wordt nu vooral gebruikt voor de twaalf leerlingen, die Jezus van nabij volgden. Maar in het Nieuwe testament werd het woord ‘apostel’ ruimer gebruikt: het was iemand die Jezus uitzond om het evangelie te prediken en in zijn naam mensen te genezen. Zo wordt Paulus wordt ook apostel genoemd, al zag hij Jezus nooit in levende lijve. Hij werd dé apostel van de heidenen genoemd.
Timoteüs
Timoteüs was afkomstig van Lystra. Zijn vader was Grieks. Zijn moeder Eunice en zijn grootmoeder Loïs waren joods. Hij werd als kind opgevoed als jood.
Op de eerste reis van Paulus was Eunice christen geworden. Ook haar zoon Timoteüs bekeerde zich tot het christendom voor veel getuigen (1 Timoteüs 6, 12).
Als Paulus bij zijn tweede reis weer in Lystra kwam, vroeg hij aan Timoteüs om zich bij hem aan te sluiten.
Paulus kon het heel goed vinden met Timoteüs.
Kind
Woord dat leraars voor hun leerlingen gebruikten.
Genade
Synoniemen: goedheid, gunst.
Barmhartigheid
Synoniemen: medelevend, zorgend.
Voorouders
Met zijn joodse voorouders te vernoemen benadrukt Paulus de continuïteit tussen het joodse geloof en wat Paulus aanleert.
Handoplegging
De handoplegging komt in het Nieuwe Testament voor bij het genezen van zieken en als een gebaar van zegen. Bij het doopsel is de handoplegging een deel van het ritueel bij het meedelen van de Geest.
Kracht, liefde en bezonnenheid
Deze deugden worden de apostolische deugden genoemd.
Evangelie
Hiermee wordt niet de geschreven tekst van het evangelie bedoeld, wel de Goede Boodschap dat God in Jezus een nieuw tijdperk begint, dat door de apostelen wordt verkondigd.
Bij de tekst
Begin van een brief
Het was in de eerste eeuwen van onze jaartelling gebruikelijk om een brief te laten beginnen met een groet in de derde persoon, die uit drie delen bestond:
. Men vermeldde de afzender
. Men schreef voor wie de brief bedoeld was
. Men formuleerde een korte groet. Bijvoorbeeld: een wens van vrede of geluk.
God en de mensen
Het vuur van de Geest geven … dat is het werk van God. Maar zonder onze handen kan God niets. Daarom roept de schrijver van 2 Timoteüs op om het vuur aan te wakkeren … dat is de verantwoordelijkheid van de mensen. Dan pas kan de Geest zijn werk doen.
Suggestie
Jongeren
VERDIEPEN
De Geest die God schenkt
In de brief aan Timoteüs staat dat God ons geen geest gegeven heeft van vrees
Bekijk uw omgeving
Wanneer en in welke omstandigheden zou je kunnen denken dat christenen een geest van vreesachtigheid hebben gekregen?
In die brief staat ook dat christenen een geest van kracht, liefde en bezonnenheid gekregen hebben.
Bedenk wat christenen te doen hebben of kunnen doen om die geest duidelijk te maken.
Overweging
Johan Poppe
Adem
(27e zondag - jaar C, Dendermonde, 5 oktober 2025)
Adem Schol (hij is nu 11) uit Ukkel is een bijzondere jongen.
Adem Schol was 5 jaar oud toen hij in het steegje
bij hem achter in de buurt een oudere vrouw zag liggen.
Hij dacht dat ze was gevallen, maar toen hij dichterbij kwam
zag hij hoe zich zichzelf injecteerde met drugs.
Als kind zou je zoiets niet moeten zien …
Maar zelfs op die jonge leeftijd nam hij het heft zelf in handen.
Toen hij zeven was begon hij dat steegje, de Rozenweg,
volledig op te knappen met vogelhuisjes, planten, knuffels, tekeningen …
De drugsverslaafden blijven sindsdien weg uit het steegje,
en de buurt noemt men nu ‘het Ademsteegje’.
Een kleine jongen die geheel onbevreesd
in actie schoot en zo een wereld van verschil heeft gemaakt.
Adem is een moedige getuige van de drang tot leven die in hem zit.
De foto in de krant toont een meer dan levenslustige jongen
die zich niet door toevalligheden wil laten opzij drummen.
In plaats van te ondergaan of zich terug te plooien
in een virtuele wereld, pakt hij de dingen die op zijn pad komen aan.
‘Dierbare, vergeet niet het vuur aan te wakkeren bij jezelf en anderen,
geef de geest van vreesachtigheid geen kansen,
schrijft Paulus aan zijn vriend Timoteüs.
Ik vermoed niet dat Adem deze aanbeveling
heeft gelezen of gehoord alvorens hij zich voor zijn steegje engageerde.
In onze wereld waar persoonlijk geluk, status en perfectie
bovenaan worden gezet, kan je kiezen voor klagen en zagen.
In een wereld waar je geen grote inspanningen moet leveren
om in de gebrokenheid van mensen binnen te wandelen
kan je kiezen om je ontgoocheld terug te trekken
in de kleine cocon van zelfbeklag.
Iedereen kent situaties van gebrokenheid
en elk van ons kan zich zoals Adem
momenten en situaties van broosheid
en kwetsbaarheid voor de geest halen,
maar wie is er echt kwetsbaar?
De mens die blijft hangen in zijn aarzelingen?
De mens die zijn tegenslag als on
De mens die dromen en visioenen voor een betere tijd heeft losgelaten,?
De mens die zich verbergt achter een muur van perfectionisme?
Wie het wenen kent kan ook troosten,
wie de twijfel kent kan moed in spreken,
wie de aarzeling heeft gekend kan duwtjes in de rug geven,
wie boosheid heeft gekend kan een ander hart tot rust brengen,
wie kleinheid heeft ervaren kan anderen groot laten zijn,
wie onrecht heeft ervaren kan kwetsbare mensen begrijpen,
wie een verpauperde buurt ziet kan er een ‘Ademsteegje’ van maken
en wie ‘graag zien’ waardevol vindt toont dat schaamteloos
door met de glimlach in het leven te staan.
Wanneer je de geest van liefde en bezonnenheid
ruimte geeft in je denken en je voelen,
wanneer je het hart opent voor wat onbekend en nieuw is,
laat je de geest van vreesachtigheid geen kansen tot afbraakwerk.
De vele beangstigende ervaringen
zullen ons niet meer om het hart grijpen,
we zullen niet langer verstarren
in de gedachte dat alleen besloten leven,
en sociaal isolement ons kan redden.
Net door te aanvaarden dat we kwetsbaar zijn,
zijn we in staat tot goddelijke daden.
Als het Adem lukt,
waarom dan niet elk van ons,
waarom dan niet de mens die zegt christen te zijn?!
