Loading...
 

3e zondag door het jaar C - tweede lezing

1 Korintiërs 12, 12-30: Het lichaam van Christus

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1820-1821)

Het menselijk lichaam is één geheel, maar het bestaat uit veel delen. En al die verschillende delen vormen samen dat ene lichaam. Net zo vormen wij samen één lichaam, want we horen allemaal bij Christus. We zijn allemaal gedoopt. We hebben allemaal die ene heilige Geest gekregen. Dat geldt voor Joden en voor niet-Joden, voor slaven en voor vrije mensen. Wij vormen samen één geheel.

Een lichaam bestaat niet uit één deel, maar uit veel verschillende delen. Stel dat de voet zegt: ‘Jammer, ik hoor niet bij het lichaam, want ik ben geen hand.’ Dat kan de voet wel zeggen, maar een voet hoort toch echt bij het lichaam! Of stel dat het oor zegt: ‘Jammer, ik hoor niet bij het lichaam, want ik ben geen oog.’ Dat kan het oor wel zeggen, maar een oor hoort toch echt bij het lichaam!
Als het hele lichaam alleen maar uit ogen bestond, dan zouden we niet kunnen horen. En als het hele lichaam alleen maar uit oren bestond, dan zouden we niet kunnen ruiken. God heeft elk deel van het lichaam een eigen taak gegeven. Precies zoals hij dat wilde.

Een lichaam bestaat dus uit veel delen, en al die delen zijn verschillend. Want als ze allemaal hetzelfde waren, zouden ze nooit met elkaar één lichaam kunnen vormen. Het oog kan niet tegen de hand zeggen: ‘Ik heb je niet nodig.’ En het hoofd kan niet tegen de voeten zeggen: ‘Ik heb je niet nodig.’ Nee, natuurlijk niet! Sommige delen van het lichaam lijken minder belangrijk, maar we hebben ze toch echt nodig. Ons lichaam heeft ook delen waarvoor we ons schamen, en delen waarmee we onze behoefte doen. Maar juist voor die delen zorgen we extra goed, en we bedekken ze zorgvuldig met kleding. De delen van het lichaam waar we trots op zijn, hebben die extra zorg niet nodig.
We zorgen dus extra goed voor die delen van ons lichaam die dat nodig hebben. God heeft dat zo gewild, toen hij de mens maakte. Want hij wil niet dat het ene deel van het lichaam zichzelf belangrijker vindt dan het andere deel. Nee, alle delen van het lichaam moeten met elkaar verbonden zijn. Als één deel van het lichaam pijn heeft, voelen alle andere delen die pijn ook. En als één deel van het lichaam extra goed verzorgd wordt, genieten alle andere delen daar ook van.

Zo is het ook met jullie. Jullie vormen samen één kerk, ieder van jullie hoort erbij. Want jullie horen allemaal bij Christus.
En in de kerk geeft God de mensen allerlei functies en bijzondere krachten. Er zijn apostelen, profeten en leraren. Er zijn mensen die wonderen kunnen doen, en mensen die zieken kunnen genezen. Er zijn mensen die anderen kunnen helpen en steunen in hun geloof. En er zijn mensen die in vreemde klanken kunnen spreken.
Niet iedereen is een apostel, of een profeet, of een leraar. Niet iedereen kan wonderen doen. Niet iedereen kan zieken genezen. Niet iedereen kan in vreemde klanken spreken, of uitleggen wat die klanken betekenen.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Het lichaam van de mens vormt met zijn vele ledematen één geheel:
alle ledematen, hoeveel ook, vormen samen één lichaam.
Zo is het ook met Christus.
Want wij zijn allemaal door het doopsel één lichaam geworden,
doordrongen van één Geest
of we nu Jood waren of Griek, slaaf waren of vrije mens.

Een lichaam bestaat uit veel delen.
Stel je voor dat de voet zegt: ‘Ik ben geen hand,
daarom behoor ik niet tot het lichaam.’
Behoort een hand dan niet tot het lichaam?
En stel je voor dat het oor beweert: ‘Ik ben geen oog,
daarom behoor ik niet tot het lichaam.’
Behoort een oog dan niet tot het lichaam?
Als het hele lichaam alleen oog zou zijn,
waarmee kan het dan horen?
Of als het helemaal oor zou zijn,
waarmee kan het dan ruiken?
In werkelijkheid heeft God alle lichaamsdelen
een eigen plaats in het lichaam gegeven.
Het oog kan niet tegen de hand zeggen: ‘Ik heb je niet nodig’
En het hoofd kan niet zeggen tegen de voeten: ‘Ik heb je niet nodig’.
Nog sterker,
de lichaamsdelen die het zwakste lijken, zijn onmisbaar.
Wanneer één lichaamsdeel pijn heeft,
dan delen alle andere die pijn.
Wordt één lichaamsdeel geëerd,
dan delen alle andere in die vreugde.

Welnu, jullie vormen allemaal samen het lichaam van Christus
en ieder van u is een onderdeel van dat lichaam.
Nu heeft God in de Kerk allerlei mensen een plaats gegeven:
ten eerste zijn er de apostelen,
ten tweede de profeten,
ten derde de leraars.
Verder zijn er mensen die wonderen kunnen doen
en mensen die zieken kunnen genezen.
Er zijn er die hulp geven en anderen die kunnen leiden.
En er zijn mensen die vele talen kennen.
We zijn niet allemaal apostel, profeet, of leraar.
We kunnen niet allemaal wonderen doen
en we kunnen niet allemaal genezen.
We kunnen ook niet allemaal klanktalen spreken
of de betekenis ervan uitleggen.



Stilstaan bij...

Joden
Dit woord is afgeleid van Juda, het vroegere Zuid-Rijk van Israël, waar zich de stad Jeruzalem bevond.
In de loop van de tijd wordt dit woord gebruikt voor wie tot ‘het volk van God’ behoort.

Grieken
Onder de heerschappij van Alexander de Grote, overheerste Griekenland grote delen van de Oosterse wereld. Ook Palestina was daarbij. Toen Paulus schreef was die invloed alleen nog cultureel. Het Grieks was dé voertaal in de gebieden rond de Middellandse zee.
Als Paulus schrijft over Grieken, bedoelt hij er gewoonlijk die mensen mee, die geen jood waren.

Slaven
In de Bijbel is er sprake van twee soorten slaven:
. vreemdelingen die gekocht werden of tijdens een oorlog buitgemaakt waren.
. joodse mensen, die verkocht werden of zichzelf verkochten, om hun schulden te kunnen betalen.
Slaven waren werkzaam in bouwprojecten of deden dienst in huizen van rijke mensen.

Vrije mens
Hiermee worden de mensen bedoeld die vrij over hun leven konden beschikken.

Doop / doopsel
Deze onderdompeling in water doet christenen breken met het verleden en is het begin van een nieuw leven als christen.
De onderdompeling doet aan dood denken (vgl. verdrinken). Het opstaan uit het water doet denken aan de opstanding, de verrijzenis van Jezus (opstaan uit de dood).

Apostel
(Grieks = iemand die gezonden wordt)
In het Nieuwe Testament is een apostel iemand die Jezus uitzendt om het evangelie te prediken en in zijn naam mensen te genezen. Zo noemt Paulus zich apostel, ook al zag hij Jezus nooit in levende lijve. Hij werd dé apostel van de heidenen.
‘Apostel’ wordt nu vooral gebruikt voor de twaalf leerlingen die Jezus van nabij volgden.

Profeet
(Grieks = iemand die spreekt voor of in naam van een ander)
Een profeet spreekt in naam van God. Hij klaagt concrete situaties aan en roept op om ze te veranderen, om ze om te keren vanuit Gods droom over de wereld.





Bij de tekst

Paulus

Deze tekst komt uit de eerste brief van Paulus aan de christenen van Korinte.



Korinte

Toen Paulus brieven schreef naar de christenen van Korinte, was dat een belangrijke havenstad. Het was ook de hoofdstad van de Romeinse provincie Achaje (het tegenwoordige Midden-Griekenland).
In Korinte woonden veel joden. Die bezocht Paulus tijdens zijn tweede grote reis. Hij bleef er anderhalf jaar wonen.
In de brief die Paulus later aan de christenen van Korinte schreef, beantwoordde hij een aantal vragen. Die geven een inkijk in het leven van de eerste christenen in Korinte.




Context

In de jonge gemeenschap in Korinte zijn er predikers die tegenstrijdige boodschappen verspreiden, die ze bovendien verkeerd uitleggen met Grieks-Romeinse denkbeelden.
Paulus veroordeelt die verscheidenheid niet. Hij roept wel op tot een eenheid in verscheidenheid. Die eenheid is te vinden in de Geest. Verliest men dit perspectief uit het oog, dan wordt verscheidenheid verdeeldheid en zelfs een bron van onverdraagzaamheid.



Spreken met beelden

Paulus spreekt over de gemeenschap van christenen als een lichaam met verschillende ledematen. Hij gebruikt het lichaam als beeld omdat mensen weten wat een lichaam is. Hij gebruikt die kennis om minder toegankelijke aspecten van het bestaan onder woorden te brengen. Zo wil hij de christenen in Korinte stimuleren tot meer eenheid in hun gemeenschap.
Het beeld van het lichaam dat Paulus gebruikt, was in zijn tijd wel bekend.




Suggesties

Kleine kinderen

VERTELLEN

Staking

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Averbode 2007, p. 184)

De jongen hoorde zijn hart kloppen.
‘Eigenlijk slaap jij nooit,’ dacht hij, ‘jij tikt maar. En overal voel ik je.’
Hij kwam met zijn handen dicht bij zijn voeten.
‘Wie ben jij?’ zei voet.
‘Ik ben de hand,’ zei de hand, ‘Wat ben jij lekker warm.
Wat heb je vandaag al gedaan?’
‘Gehold, naar school en weer terug, en gevoetbald. En jij?
‘Geschreven, allerlei dingen aangepakt,’ antwoordde de hand,
‘water gevoeld en zand, zachte en harde dingen.
Maar ik moet altijd alles weer afgeven.
Soms aan een andere hand, soms aan de mond.
Die krijgt heel wat van mij, maar houdt alles voor zichzelf.’
‘Eigenlijk doen wij alles en krijgen niks terug,’ zei de voet,
‘we moeten staken!’ De hand vond het een goed idee.
Na een tijd begon de buik te knorren.
De mond werd droog en de benen werden stijf.
‘Vreemd,’ zei de hand, ‘ik voel me niet meer zo best.’
Het hoofd riep iedereen bij elkaar: de keel, de tong, de ogen,
de oren en de neus, de pink en de duim,
de tanden en ook de longen, de nieren, de maag...
‘Vrienden,’ zei het hoofd, ‘stel u zich even aan elkaar voor.’
De hand begon: ‘De hele dag neem ik van alles en geef het weer af.’
‘Ik loop de hele dag, breng jullie overal naar toe,’ zei de voet.
‘Ik zorg dat je niet struikelt,’ zei het oog.
En iedereen vertelde wie hij was en wat hij deed.
Toen zei het hoofd:
‘Stel je voor dat we allemaal hand waren,
dan konden we niet lopen en zien.’
‘Dat klopt’, zei het hart, Ik zorg ervoor dat jullie bij elkaar blijven.’
Toen zeiden ze: ‘ O.K.!
We werken met elkaar samen, want we zijn één lichaam.
Het hoofd is ons hoofd en het hart houdt ons bij elkaar. Zo is het goed.’

De jongen werd wakker. ‘Heerlijk,’ dacht hij,
‘ik kan springen, zien, horen, voelen, ademen, zingen en lopen!’
En hij voelde zijn hart overal kloppen.




Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 23 januari 2019, p. 1)

Stel je voor … je voeten willen niet meer vooruit.
Ze staken, want ze voelen zich ondergewaardeerd!
Ook je handen willen niets meer doen.
Ze vinden ze dat ze nog meer recht van staken hebben dan de voeten.
En je oren … die willen niet meer horen.
En ook de tong wil niet meer mee:
elke dag proeven en praten en een bijdrage leveren bij het eten,
zonder dat iemand dat door heeft … Genoeg redenen om te staken!

Dat het lichaam van alles doet,
zonder dat men er zich bewust van is.
gebeurt ook in elke gemeenschap.
Of het nu een school is, een bedrijf, een kerkgemeenschap …
heel veel gebeurt zonder dat men het ‘ziet’.
Tot men vindt dat anderen profiteren van hun inzet.
Als men dan gaat staken, begint alles vierkant te draaien,
en begint men oog te hebben voor hun inbreng.

Een pleidooi tegen het staken of juist niet? Helemaal niet!
Wel een pleidooi om de inbreng van elk ander te waarderen
en oog te hebben voor de belangrijke schakel die ze vormen
in de gemeenschap waar ze deel van uitmaken.
Een pleidooi ook om te verwoorden
wat mensen doen in het geheel van een gemeenschap
zodat ze er hun eigen waarde in kunnen ontdekken
en zichzelf positief bekijken.




TIP
Dit verhaal kan heel grappig gebracht worden en aangevuld met allerlei eigen ideeën.
De bedoeling is dat kinderen aanvoelen dat verscheidenheid een bron van rijkdom is. Dit is niet alleen zo voor het lichaam, maar ook voor de maatschappij.
Dit verhaal roept op tot waardering van die verscheidenheid. Maar zeker niet tot de bevestiging van mogelijke wantoestanden.





Grote kinderen

VERDIEPEN

Nadenken over verbondenheid

Vooraf
Zorg voor evenveel kleine lege doosjes (die te stapelen zijn) als er kinderen zijn.
Zorg voor evenveel halve A4 bladen als er kinderen zijn. Boven op elk van die halve bladen staat de naam van één van de kinderen.


Activiteit
De kinderen krijgen elk een half A4-blad. Boven op dat blad staat een naam van iemand in de groep (niet hun eigen naam!). Op dat blad schrijven ze waarom het fijn is dat X (de naam boven aan het blad) in de groep zit. (Bijvoorbeeld: kan tof spelen, kan goed vertellen, is grappig, is altijd vrolijk...)
Laat de kinderen, met hun papiertjes bij, in de kring zitten.
Ze zeggen wat ze neergeschreven hebben. De anderen of ook de juf, meester of catechist(e) kunnen elementen toevoegen. Deze worden verder op het blad neergeschreven.
Na de gespreksronde krijgen alle kinderen een leeg doosje, waarin ze het papiertje steken.

Stapel nadien alle doosjes. Als alle doosjes gestapeld zijn, kun je het bouwwerk vergelijken met een klas.
Zeg dan: Stel je voor dat iemand van de groep zou moeten verhuizen, wat zou er dan gebeuren?
Laat de kinderen hier vrijuit over praten.
Nadien kun je dat visueel duidelijk maken door een doosje van onder aan het 'bouwwerk' weg te nemen. Alles stort in elkaar. De groep is niet meer dezelfde.

Vertel dan wat Paulus in een brief schreef: Iedereen hoort op zijn manier bij Jezus.



Elk kind hoort erbij

(Zonnestraal 2006-6 - K. Janssen)

We kunnen niemand missen! Iedereen is weer in iets anders goed.
Maak vooraf voor elk kind in de klas een blad apart.
Bovenaan staat:
Wij zijn blij met .................... (naam) , omdat ......................

Laat deze bladen rondgaan. Iedereen schrijft op elk blad iets in.
. Waarin is hij/zij goed in?
. Waarom kunnen we hem/haar niet missen?
Als elk blad de hele klas is rond geweest, krijgt elk kind het terug.
Daarin kunnen ze lezen waarom de anderen hen onmisbaar vinden.


Belangrijk
Help de kinderen vooraf met enkele suggesties.
Zorg ervoor dat ze niet van elkaar overschrijven, maar echt iets zelf bedenken.
Bovendien gaat het niet alleen om dingen die in de school belangrijk zijn (bv. rekenen, zingen, taal...) maar ook om vaardigheden als: handigheid, behulpzaamheid, attent zijn, goed kunnen vertellen, opruimen ...



Stellingenspel

De kinderen geven met een groen blad aan dat ze akkoord gaan, met een rood blad dat ze niet akkoord gaan.

Paulus zegt:
O Dat alle mensen dezelfde zijn
O Dat ieder mens belangrijk is
O Dat alle mensen kind van God zijn
O Dat de mensen elkaar aanvullen
O Dat de mensen elkaar niet nodig hebben
O Dat er niet veel plaats is in de Kerk





VERRUIMEN

Verbondenheid in de parochie

Een parochie is te vergelijken met een huis waar men samen aan bouwt.

Ik ben lector in mijn parochie. Als ik moet voorlezen, kom ik een beetje vroeger naar de eucharistieviering. De verantwoordelijke toont me dan de tekst die ik moet voorlezen. Ik lees die eerst een keertje in stilte. In het begin had ik wat plankenkoorts. Nu is dat niet meer.
Maïte, 18 jaar

Ik ben verantwoordelijk voor het koor. Om de eucharistieviering van de zondag op te luisteren, oefen ik samen met alle koorleden de liederen in. Het is niet altijd gemakkelijk om die op de juiste manier te zingen. Maar het eindresultaat mag er wel zijn.
Els, 43 jaar

De koster van mijn parochie was te oud geworden. Ik wilde hem wel vervangen, maar aarzelde eerst wat. Ik ben wel gelovig, maar weet niet zoveel over de Bijbel. Maar ik dacht bij mezelf: ik kan maar proberen. En ik ben mij gaan voorstellen. Sindsdien die ik de kerkdeur open en dicht, bestel ik de hosties en de wijn en zorg ik dat de klokken steeds op tijd luiden.
Joost, 53 jaar

Ik verzorg de kindernevendiensten. Zo kunnen de kinderen kennismaken met een tekst uit de Bijbel op een manier die hen aanspreekt. Ik ben onderwijzeres, maar vind het niet erg om ook op zondag iets te doen. Eerst vertel ik over een tekst uit de Bijbel die in de kerk op die dag voorgelezen wordt. Daarna mogen de kinderen tekenen of knutselen. Samen bereiden we het gebed voor dat we dan later in de viering voorlezen.
Katrien, 34 jaar

Ik poets de kerk en zorg ervoor dat alles er heel netjes bij ligt.

Ik neem deel aan alle bijeenkomsten in de parochie waar men beslist over de herstellingen en het onderhoud van de kerk en de pastorie.
Peter, 62 jaar

Ik ben misdienaar. Ik het begin was ik bang om over mijn lange witte kleed te struikelen of om de kelk om te duwen. En een keer heeft een vriend van me water gemorst op de voeten van de pastoor. Toen moesten we beide heel erg lachen. Ook de mensen in de kerk vonden dat toen grappig.


Lees de verschillende uitspraken van mensen die in de parochie werkzaam zijn.
Ken je mensen die hetzelfde werk doen in de parochie? Nodig eventueel een aantal van die mensen uit .
Misschien zijn er kinderen waarvan hun mama, papa, oom, tante, oma, opa … in de parochie werkzaam is. Laat ze erover vertellen.


Wie doet wat?

vormselcatechese OOparochiepriester
voorlezen in de eucharistievieringOOkerkfabriek
ziekenzorgOOkoorleider, organist
materiële voorbereiding van de eucharistieviering OOmisdienaar
koorOOlector
onderhoud van de kerkOOkoster
dienen in de eucharistieviering OOvrijwilligers die zieken bezoeken
boekhoudingOOcatechist
voorgaan in de eucharistievieringOOpoetsvrouw of poetsman



Correctiesleutel

vormselcatechese catechist
voorlezen in de eucharistievieringlector
ziekenzorgvrijwilligers die zieken bezoeken
materiële voorbereiding van de eucharistievieringkoster
koorkoorleider, organist
onderhoud van de kerk koster / poetsvrouw of poetsman
dienen in de eucharistievieringmisdienaar
boekhoudingkerkfabriek
voorgaan in de eucharistievieringparochiepriester



Belangrijk
In werkelijkheid kunnen verschillende opdrachten door dezelfde mensen uitgevoerd worden.





BELEVEN

Wat zou Paulus denken?

(naar: Echo, Uitgeverij Pelckmans 2008, p. 12)

TIPS VOOR EEN GOEDE GROEP
. Wees jezelf
. Probeer de beste te zijn
. Hou geen rekening met de anderen
. Iedereen kan gemist worden
. Werk samen
. Pest iemand als hij wat anders is
. Stoot niemand uit
. Respecteer elke bijdrage, hoe klein ook
. Wie een handicap heeft, hoort er niet bij

Schrap de tips waarmee Paulus niet akkoord zou kunnen zijn.
Maak er nieuwe voor in de plaats.

Met de vergelijking met het lichaam wil Paulus aantonen
dat we onze talenten moeten gebruiken
om een goede gemeenschap/groep te vormen.
Bovendien...
als iemand niet mag meedoen,
mist de gemeenschap/groep iets wat geen enkel ander in zijn plaats kan doen.




Verbondenheid

Maak zo de verbondenheid in je groep duidelijk:
Schrijf vijf van jouw kwaliteiten in een lichaamsdeel van het figuurtje.

2 Mannetje

Stel daarna nieuwe figuurtjes samen waarin de kwaliteiten van iedereen in de groep genoteerd worden.



Getuigenissen over 'verbondenheid'

Ik voel mij goed thuis bij mijn papa en mama en mijn zus, omdat ik alle dagen met hen leef. Mijn familie doet ook veel voor mij. Als je met iemand verbonden bent, voelt dat heel warm aan.
(Pieterjan, 10 jaar)

Ik ben dol op mijn knuffels. Voor mij zijn het precies mensen. Soms praat ik met hen en vertel ik wat er allemaal is gebeurd. Dan word ik helemaal rustig vanbinnen.
(Jill, 11 jaar)

Ik voel mij één met onze moeder aarde. Het geeft me een vreugdevol gevoel om ergens op een mooi plaatsje in de zon te zitten. Het lijkt alsof de natuur dan tegen mij zegt: groei maar mee met mij, ik moet ook nog groeien. Moeder aarde geeft mij levenskracht.
(Sien, 45 jaar)

Ik voel mij erg verbonden met bepaalde mensen. Het lijkt alsof zij mij een spiegel voorhouden. Door met hen te praten of gewoon bij hen te zijn, lijkt het of ik mezelf nog beter leer kennen. Dat is een grote rijkdom voor mij.
(Frans, 70 jaar)

Vorig jaar kreeg ik van mijn oma een armband cadeau. Ze zei dat ik er heel goed moest voor zorgen. Zij had hem van haar moeder gekregen. Ondertussen is mijn oma gestorven. Voor mij is die armband het mooiste wat er is. Als ik hem vasthoud, lijkt het alsof oma heel dicht bij mij is.
(Charline, 14 jaar)





VERTELLEN

Over de maag en de overige lichaamsdelen

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Averbode 2007, p. 110)

In de tijd dat de lichaamsdelen van de mens
nog geen echte eenheid vormden,
en elk deel zijn eigen wil en zijn eigen taal bezat,
protesteerden de ledematen:
‘Waarom moeten wij alles waarvoor we zorgen en werken,
aan de maag geven?’

De maag...
lag rustig in het centrum
en deed niets anders
dan proeven, genieten en profiteren.

Toen spraken de ledematen het volgende af:
‘De handen zullen geen eten meer brengen naar de mond.
De mond zal het niet meer opnemen
en de tanden zullen het niet meer kauwen.’

Maar terwijl de ledematen
de maag door honger wilden straffen,
ondervonden zij en het hele lichaam
dat ze alsmaar zwakker werden.

Naar een parabel van Titus Livius (rond 59 v.Chr. - 17 na Christus)




Deze parabel die Titus Livius optekende, zou wel eens het verhaal kunnen geweest zijn waar Paulus zich aan inspireerde bij het schrijven van zijn brief aan de Korintiërs.



De regenworm

(C.LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode 2007, p. 89)

Er was eens een kleine regenworm.

Zo'n regenworm bestaat uit kleine ringen,
die elkaar voortstuwen, elkaar voeden,
en samen de grond vol gaatjes boren
zodat die goed kan ademen.
De kleine regenworm was trots op zijn werk.

Op een dag kreeg de laatste ring een idee:
'Ik wil ook wel eens vooraan graven,' zei die.
En hij begon in de andere richting te graven,
tot grote verbazing van de andere ringen.

Maar ook zij wilden wel eens de eersten zijn.
En zo begon iedere ring zelf eerst te graven.

De kleine regenworm kronkelde zich in alle bochten.
Elke ring trok in een andere richting.
Meer nog,
ze gaven geen voedsel meer aan elkaar,
want ze wilden zelf
zoveel mogelijk groeien en sterk worden,
ook al moesten de anderen hiervoor uitdrogen.
Ze waren helemaal vergeten
dat zij van elkaar afhingen.

Korte tijd later,
lag de regenworm te sterven.




Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 20 januari 2016, p. 1)

Arme regenworm!
Nu moet ik wel zeggen dat mijn sympathie niet zo direct naar regenwormen gaat, maar in dit geval heb ik wel te doen met dit kleine regenwormpje. Natuurlijk zou je me kunnen zeggen: ‘Dat is maar een verhaal, in het echt gebeurt dat niet.’ Maar iedereen die dit verhaal leest weet: '‘t Is misschien niet echt gebeurd, toch zit er veel waarheid in.’ Zo'n verhaal is immers een handige manier om harde waarheden te zeggen zonder iemand al te veel te kwetsen en een spiegel voor te houden van een gedrag dat voor verandering vatbaar is.

Paulus schreef een gelijkaardig verhaal aan de christenen van Korinte. Hij had deze bruisende havenstad bezocht, en onder zijn impuls waren een aantal mensen christen geworden, maar dan op zijn ‘Korintisch’: elk vond zijn eigen manier van denken en geloven de beste en die van een ander bedenkelijk. Nu had Paulus wel aan die christenen gezegd dat verscheidenheid een grote rijkdom was en daar stond hij nog steeds achter, maar de manier waarop ze in Korinte met die verscheidenheid omgingen was dan weer te uitbundig: iedereen stippelde zowat zijn eigen weg uit om christen te zijn, zonder rekening te houden met de wegen van de anderen, en zonder er aandacht voor te hebben dat Jezus Christus zelf het grote licht was waar ze zich moesten naar richten. Dat maakt hij hun duidelijk met een verhaal waarbij de verschillende delen van het lichaam elk hun eigen weg, los van elkaar willen gaan.

Of het verhaal van Paulus het gewenste effect had bij de eerste christenen van Korinte, is niet meer na te gaan. Maar ze zullen het wel de moeite waard hebben gevonden want de brief met dit verhaal hebben ze zorgvuldig bewaard, zodat die uiteindelijk in de Bijbel terecht kwam.

Ook nu nog kan dit verhaal inspireren om meer aandacht te hebben voor wat ons als groep bijeenbrengt en bijeenhoudt, en onze bijdrage daarop af te stemmen.



Niet jij, niet ik, maar wij!

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode 2007, p.70)

Eens stond een groot bos
in vuur en vlam.

Er waren twee mensen in dat bos.
De ene was blind,
en de andere was verlamd
en kon dus niet lopen.
Beide mannen hadden op zich
geen schijn van kans
om het bos tijdig te kunnen verlaten.
Dus kwamen ze overeen:
de blinde nam zou de verlamde
op zijn schouders dragen.
En omdat de verlamde man kon zien
en de blinde kon lopen,
werden ze samen één man.

Zo kwamen ze het bos uit
en redden ze hun leven.


Bespreek
Om te kunnen lopen hebben we onze voeten én onze ogen nodig.
- Hoe kon de lamme toch lopen?
- Hoe kon de blinde toch zien?
- Stel je voor dat de lamme zegt tot de blinde: 'Ik heb jouw voeten niet nodig'
En dat de blinde zegt tot de lamme: 'Ik heb jouw ogen niet nodig',
Wat zou er dan gebeurd zijn?

Paulus zegt op dezelfde manier dat christenen, van waar ze ook zijn, elkaar nodig hebben.
- Heb jij al ooit de handen, voeten, ogen van iemand nodig gehad?
- Wat zou er gebeurd zijn als je dan alleen was geweest?



De bijl

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode 2007, p. 267)

Er was eens een man
die zijn bijl verloren had.
Hij dacht:
'De zoon van mijn buur
heeft die bijl gepikt.'

Hij begon goed naar hem te kijken
en zag dat alles aan die zoon
typisch was voor een dief:
zijn houding, zijn gezicht.
Alles wat hij deed,
maakte duidelijk
dat hij zijn bijl had gestolen.

Op een dag
- hij dacht al lang niet meer aan zijn bijl -
bewerkte hij zijn grond
en vond zijn bijl terug.

De volgende dag keek hij opnieuw
naar de zoon van zijn buur.
Maar er was niets in zijn houding,
noch in zijn gedrag,
noch in zijn manier van bewegen,
dat hem deed denken aan een dief.

Naar een parabel van LAO TSE




Bespreek
(Zonneland 2002-20)

De kinderen zoeken waarom mensen en ook zijzelf soms zo naar over anderen denken.
Daarna bespreken ze de parabel van Lao Tse.
Ze bespreken nadien ook hun eigen ervaringen.

Teken op een bord/flap één stam.
De wortels ervan lopen uit op lijnen waarop de kinderen hun bevindingen kunnen noteren. Bv.:
. Ik denk alleen maar aan mezelf
. Ik doe geen moeite om iemand anders te leren kennen
. Ik hoor alleen maar kwaad over die anderen spreken
. Ik verdraag niet dat iemand anders denkt dan ik
. Ik heb vooroordelen over andere mensen

Teken een tweede stam op bord / andere flap.
Laat de kinderen zoeken op welke manier Paulus naar anderen kijkt.
Hoe kunnen kinderen dat in hun eigen woorden schrijven?
Deze antwoorden noteren ze in de wortels van de tweede stam. Bv.
. Ik heb je nodig
. Ik probeer je te verstaan
. Ik begrijp je
. Ik heb je graag
. Ik heb aandacht voor je


Toon twee foto's:
. een boom vol groene bladeren in het toppunt van zijn bloei in de zomer
. een dode boom waarvan alleen nog maar de takken te zien zijn.
Welke van deze twee bomen past het best bij de twee stammen.
De kinderen verantwoorden hun keuze.





ZINGEN / BELUISTEREN

Hand en voet

(Elly & Rikkert Zuiderveld, Vertel het aan de mensen, Een boom vol liedjes - deel 2)

Dit is m'n hand en dat m’n voet,
'k heb ze allebei nodig.
Waar moet ik heen als één het niet doet?
Niets is er overbodig.
'k Heb m'n voeten nodig om te lopen
en m'n handen om m'n schoenen vast te knopen.

Hand, voet, knie, oog, oor, neus, keel,
alles is nodig niets teveel,
alles is nodig niets teveel.


M'n hand kan niet zeggen tegen m’n voet:
‘Ik heb jou niet nodig'.
Stel je eens voor, dan ging het niet goed,
niets is er overbodig.
Want al kan ik met m'n handen ballen,
zonder m'n voeten zou ik op m'n snufferd vallen

Hand, voet, knie, oog, oor, neus, keel,
alles is nodig niets teveel,
alles is nodig niets teveel.


Ik ben de hand en jij de voet,
wij zijn allebei nodig.
Wat ik niet kan, kan jij juist goed,
niemand is overbodig.
Jij bent gemaakt om mee te spelen,
te lachen en te huilen en alles mee te delen

Niemand is minder, niemand is meer,
ieder is nodig bij de Heer,
ieder is nodig bij de Heer.


Klik hier om te horen hoe dit lied klinkt.





Jongeren

BIDDEN

Zegen ons

God die in ons lichaam wil wonen,

zegen onze ogen:
dat ze zich openen
voor al het mooie dat God in de wereld heeft gebracht
en dat ze opmerken waar er nog te weinig ruimte is voor Gods liefde.

Zegen onze oren:
dat ze zich openen
voor de schreeuw van mensen in nood
en dat ze de stem van God blijvend horen klinken.

Zegen onze mond:
dat hij zich opent om vreugde te verspreiden,
om woorden van troost en bemoediging,
eerlijkheid en mildheid te spreken.

Zegen onze handen:
dat ze zich openen om te delen en te ontvangen.
Dat ze nooit moe worden om goed te doen,
dat zij sterk en teder mogen zijn.

Zegen onze voeten:
dat zij steeds de weg vinden naar wie geen uitweg meer zien
en dat ze niet weglopen
van de unieke levensopdracht die in ons hart groeit.





Overweging

Het beeld van het lichaam

(Echt tov 1, Mijn beste wensen, Handleiding, uitgeverij Pelckmans, 2013, p. 7)

Paulus gebruikt in zijn brief aan de christenen van Korinte het beeld van het lichaam. Dat doet hij omdat hij gehoord had dat er na zijn vertrek uit Korinte onenigheid was ontstaan. Mensen zijn verschillend en dat zorgde toen, zoals nu voor meningsverschillen en ruzie. Met het beeld van het lichaam legt Paulus uit dat ook heel verschillende mensen en opvattingen bij elkaar kunnen horen, en zelfs niet zonder elkaar kunnen.
Paulus spreekt over handen en voeten, over ogen en oren. Hij spreekt zelfs over de 'delen van het lichaam die we liever bedekken' en merkt terecht op dat die zeker onmisbaar zijn. Paulus erkent dat de verschillende ledematen en organen eigen taken en functies hebben. Maar dat betekent niet dat ze daarom niet kunnen samenleven. Integendeel, juist omdat ze verschillend zijn, hebben ze allemaal hun eigen rol en kunnen ze samen het hele organisme in stand houden.
Zo is het ook in de groep mensen die de eerste kerk vormden. Er zijn mensen die een profetisch talent hebben, anderen kunnen goed het geloof uitleggen of zorgen voor de armen en zieken. Net zoals het oog en het oor niet met elkaar moeten ruziën over wie nu de beste bijdrage voor het menselijk lichaam levert, moeten ook de verschillende mensen in de groep christenen elkaar aanvullen in plaats van met elkaar in conflict te gaan.
Veel beelden uit de Bijbel zijn gedateerd en vragen veel uitleg voor ze begrijpelijk worden. Met het beeld van het lichaam dat Paulus gebruikt, is dat niet het geval. Het is nog even duidelijk als in de tijd van Paulus, zowel voor volwassenen als voor kinderen. De kerk wordt wel eens 'het lichaam van Christus' genoemd. Dat betekent dat christenen allemaal samen handen en voeten, ogen en oren geven aan het geloof. Ze wordt Gods liefde in de wereld heel concreet.