Loading...
 

Daniël 6, 12-28

2 Leeuw

(Morguefile free stock photo license)


…page…

Daniël 6, 12-28: Daniël in de leeuwenkuil

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1425-1426)

Op dat moment renden de mannen zijn huis binnen. En ze zagen dat Daniël aan het bidden was.
Ze gingen direct naar de koning en zeiden: ‘Koning, u hebt toch gezegd dat iedereen dertig dagen lang alleen aan u iets mag vragen? U hebt toch verboden ook maar iets te vragen aan een ander mens, of tot een god te bidden? Wie dat wel doet, moet toch in een kuil met leeuwen gegooid worden?’
De koning zei: ‘Ja, dat heb ik gezegd. Het is een wet van Meden en Perzen. Daaraan kan niets veranderd worden.’
De mannen zeiden: ‘Daniël, die man uit Juda, trekt zich niets aan van u en uw wet. Driemaal per dag knielt hij om tot zijn God te bidden!’

Toen de koning dat hoorde, schrok hij heel erg. En hij probeerde van alles te bedenken om Daniël te redden. De hele dag zocht hij naar een oplossing. Maar de mannen werden ongeduldig en zeiden: ‘Koning, in dit land kan een wet niet veranderd worden. Het is een wet van Meden en Perzen. U hebt die wet zelf gemaakt.’
Toen liet de koning Daniël halen. En Daniël werd in de kuil met leeuwen gegooid. Maar de koning zei tegen hem: ‘Je zult gered worden door de God die jij zo trouw dient.’ Met een steen werd de kuil afgesloten. De koning drukte met zijn zegelring een stempel op de steen. Het was het stempel van de koning en zijn ministers. Dat betekende dat niemand de steen mocht weghalen.

De koning ging terug naar zijn paleis. Hij at niets en die nacht sliep hij niet. Hij kon alleen maar aan Daniël denken. De volgende dag stond de koning al vroeg op. Hij ging snel naar de kuil. Toen hij daar was, riep hij zenuwachtig: ‘Daniël, dienaar van de levende God! Heeft je God, die jij zo trouw dient, je kunnen redden van de leeuwen?’
Toen zei Daniël: ‘Koning, ik wens u een lang leven toe! Mijn God heeft zijn engel gestuurd. De engel heeft ervoor gezorgd dat de leeuwen hun bek niet open konden doen. Ze hebben me niets gedaan. God weet dat ik onschuldig ben. En dat ik u niets aangedaan heb, koning.’

De koning was heel erg blij. Hij liet Daniël uit de kuil halen. Iedereen kon zien dat er niets met hem gebeurd was. Want hij had op zijn God vertrouwd.
Toen gaf de koning opdracht om de vijanden van Daniël te grijpen. Zij werden samen met hun vrouwen en kinderen in de kuil gegooid. Nog voordat ze op de bodem lagen, hadden de leeuwen hen al opgegeten. Er bleef niets van hen over.

Daarna stuurde koning Darius een brief naar alle volken op aarde. Hij schreef:
‘Ik hoop dat het goed met u gaat. Vandaag geef ik het bevel dat de God van Daniël alle eer moet krijgen. Iedereen in mijn koninkrijk moet veel eerbied voor hem hebben. Want hij is de levende God, nu en altijd. Aan zijn macht komt geen einde. Hij redt mensen en bevrijdt hen. In de hemel en op aarde doet hij dingen die mensen niet kunnen begrijpen. Hij heeft Daniël gered van de leeuwen.’



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Mannen die een inval deden in het huis van Daniël, vonden hem terwijl hij aan het bidden was tot zijn God. Daarna gingen ze naar de koning en vroegen: 'Heb jij geen wet gemaakt die verbiedt dat wie binnen dertig dagen bidt tot een god of een mens buiten jou, koning, dat die in de leeuwenkuil moet geworpen worden?' De koning zei: 'Dat staat vast als een wet van Meden en Perzen, een wet die niet veranderd kan worden.' Toen zeiden ze tegen de koning: 'Daniël, een van de ballingen uit Juda, gehoorzaamt je niet, want hij bidt driemaal per dag.' Die beschuldiging beviel de koning niet. Hij vroeg zich af of hij Daniël toch nog zou kunnen redden. Tot zonsondergang probeerde hij dat, maar die mannen zeiden: 'Denk eraan, koning, bij Meden en Perzen kan er niets gewijzigd worden aan een verbod of besluit dat de koning heeft uitgevaardigd.'
Daarop zei de koning: ‘Haal Daniël’. En Daniël werd in de leeuwenkuil geworpen. De koning zei tegen hem: 'Ik hoop dat je God, die je zo trouw vereert, je redt!' Dan legde men een steen op de opening van de kuil. Die verzegelde de koning met zijn eigen zegel en met die van zijn rijksgroten, zodat niemand de kuil in kon. Daarna ging hij naar zijn paleis, vastte de hele nacht en liet zich niet vermaken. Die nacht sliep hij niet.

’s Morgens vroeg, toen het licht werd, stond de koning op en liep snel naar de leeuwenkuil. Daar begon hij klagend Daniël te roepen: 'Daniël, dienaar van de levende God, heeft je God, die je zo trouw vereert, je van de leeuwen kunnen redden?' En Daniël zei: 'Koning, leef in eeuwigheid! Mijn God zond zijn engel om de leeuwen te muilbanden. Ze hebben mij niets gedaan, omdat ik onschuldig ben in de ogen van God. Maar ook tegen jou, koning, heb ik niets misdaan.'
Toen zei de koning: ‘Trek Daniël uit de leeuwenkuil.’ Daarop werd hij uit de kuil getrokken. Hij had geen letsel opgelopen, omdat hij op zijn God vertrouwde. Toen gaf de koning bevel om de mannen te halen die Daniël beschuldigden en ze met hun kinderen en vrouwen in de leeuwenkuil te werpen. Ze waren nog niet op de bodem van de kuil beland of de leeuwen hadden hen reeds te pakken en verbrijzelden hun beenderen.

Daarna schreef koning Darius aan alle volken, naties en talen die op aarde wonen: 'Ik wens jullie veel geluk toe! Hierbij beveel ik dat men in alle delen van mijn rijk de God van Daniël moet eerbiedigen en respecteren, want Hij is de levende God, die blijft in eeuwigheid. Zijn koningschap vergaat niet en zijn heerschappij kent geen einde. Hij redt en bevrijdt en doet wonderen in de hemel en op aarde. Hij heeft Daniël gered uit de klauwen van de leeuwen.'



Stilstaan bij …

Een wet van Meden en Perzen
Hiermee bedoelt men een afspraak die men niet meer kan veranderen. Het lijkt vreemd dat een koning geen macht zou hebben om zijn eigen wetten te veranderen, maar omdat men toen koninklijke wetten zag als goddelijke besluiten, kon zelfs een koning die niet wijzigen.

Leeuwenkuil
Assyrische en Babylonische koningen hielden vroeger gevaarlijke wilde dieren om hun macht te laten zien. Soms lieten ze die dieren vrij om er op te kunnen jagen. Leeuwen werden ook gebruikt bij het straffen van mensen die in opstand kwamen.

Richting Jeruzalem
Voor de verwoesting van de tempel door Nebukadnessar, gingen veel Joden minstens een keer per jaar naar Jeruzalem om er in de tempel tot God te bidden. Toen de Joden in Babylonië in ballingschap leefden en ze niet meer naar Jeruzalem konden, ontstond de gewoonte om te bidden met hun gezicht in de richting van die stad.





Bijbel en kunst

B. RIVIERE

Daniel's answer to the King (1890)
Riviere

Briton Rivière (14 August 1840 Londen – 20 April 1920 Londen) was een Brits kunstenaar. Heel wat van zijn werken stellen dieren voor.





Suggestie

Grote kinderen

INFORMEREN

Bidden in een bepaalde richting.

Als moslims bidden, knielen ze in de richting van Mekka.
Vroeger werden kerken in onze streken gebouwd in de richting van Jeruzalem of in de richting van het oosten, waar de zon opkomt.