... GOD
De vrouw van God
(C. LETERME, Parels van verhalen Uitgeverij Averbode, 2019, p. 87)
Een jongen van acht keek vol aandacht naar de schoenen
in de etalage van een schoenenwinkel.
Zelf liep hij op versleten sandalen
en bibberde in de kou van oktober.
Een vrouw sprak hem aan en vroeg:
‘Dag jongen, waarom kijk jij zo naar die schoenen?’
‘Wel, ik heb God gevraagd om een paar schoenen
en nu zoek ik de schoenen die ik het liefst zou willen,’ zei de jongen.
De vrouw nam hem bij de hand.
‘Kom,’ zei ze, ‘Kom maar met me mee.’
Samen gingen ze de winkel binnen.
Daar vroeg de vrouw om vier paar sokken voor de jongen.
‘Welke kleur vind jij de mooiste?’
‘Groen’, zei de jongen.
Toen wilde de vrouw ook schoenen voor hem kopen.
‘Welke schoenen vind jij de mooiste?’ De jongen wees ze aan.
Toen hij ze aandeed met zijn nieuwe sokken aan,
pasten ze hem als gegoten.
Hij mocht ze blijven aanhouden
en kreeg een zakje met de drie paar sokken.
Toen ze uit de winkel kwamen,
wilde de vrouw weggaan.
Maar de jongen pakte haar hand en vroeg:
‘Ben jij soms de vrouw van God?’
(Naar een Angelsaksisch verhaal)
Toch wel schattig dat het jongetje
de vrouw die voor hem schoenen en sokken kocht
‘de vrouw van God’ noemde.
Maar is God dan getrouwd? Wat weten we van God?
Tot op vandaag, vragen mensen zich af hoe alles tot stand kwam.
Als christenen zeggen dat God een vader is,
dan zeggen ze dat God aan het begin staat van hun leven,
en dat God aan de basis van alles ligt wat hen omringt.
Als ze bijeenkomen om eucharistie te vieren,
zeggen ze dan ook rechtop dat ze geloven in God,
de almachtige Vader, schepper van hemel en aarde,
van al wat zichtbaar en onzichtbaar is.
Hoe God eruitziet? Als een mens? Een engel? Een geest?
Niemand weet het, want ‘niemand heeft ooit God gezien’.
Maar als christenen zeggen dat Jezus de ‘zoon van God’ is,
zeggen ze dat ze God zien in wat Hij zei en in wat Hij deed.
Jezus riep mensen op om liefdevol om te gaan
met al wie ze op hun levensweg tegenkomen.
Hij sprak over God als over een bezorgde liefdevolle vader
en handelde daar ook naar als Hij mensen in nood tegenkwam.
Zo kan het jongetje de lieve vrouw die hem schoenen en sokken gaf
inderdaad de ‘vrouw van God’ noemen.
Want als christenen God ‘liefde’ noemen,
kan het toch niet anders dan dat ‘zijn vrouw’ ook liefdevol is.
En als christenen bij hun doopsel ‘kinderen van God’ genoemd worden,
kan het toch niet anders
dan dat ze zich als waardige kinderen van God gedragen
en de boodschap van Jezus zien als een leidraad in hun leven.
Chantal Leterme
Klik hier voor alle vorige verhalen.
