Loading...
 

Exodus 2, 1-15a

2 C.Leterme Egypte 2011 DSC03835

Foto © Chantal Leterme (Nijl in Egypte - 2011)


…page…

Exodus 2, 1-15a: Mozes

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 86-87)

Een man uit de stam Levi trouwde met een vrouw uit dezelfde stam. Zij werd zwanger en ze kreeg een zoon. Toen ze zag hoe mooi hij was, verstopte ze hem. Drie maanden lang hield ze hem verborgen.
Toen de vrouw haar zoon niet langer kon verbergen, pakte ze een rieten mand. Die maakte ze waterdicht, en ze legde het kind erin. Daarna zette ze de mand in de rivier de Nijl, tussen het riet. De zus van het jongetje bleef in de buurt. Want ze wilde zien wat er verder met hem zou gebeuren.

Even later kwam de dochter van de farao naar de Nijl. Ze ging een bad nemen in de rivier, terwijl haar slavinnen langs de kant heen en weer liepen. Opeens zag ze de mand tussen het riet. Ze liet hem halen door een slavin. Toen ze de mand opendeed, zag ze het kind. Het jongetje huilde, en de dochter van de farao kreeg medelijden. ‘Ach,’ zei ze, ‘het is een Israëlitisch jongetje.’
Toen kwam de zus van het jongetje eraan. Ze zei: ‘Zal ik een Israëlitische vrouw zoeken die het kind de borst kan geven?’ ‘Ja,’ zei de dochter van de farao, ‘doe dat maar.’
Het meisje ging haar moeder halen. De dochter van de farao zei tegen de moeder: ‘Neem dit kind mee en voed het voor me. Ik zal u ervoor betalen.’ De moeder nam haar kind mee en voedde het.
Toen het jongetje groot genoeg was, bracht de moeder hem naar de dochter van de farao. Die adopteerde het kind en ze gaf hem een naam. Ze noemde hem Mozes. Ze zei: ‘Ik heb hem uit het water gehaald.’

Op een keer kwam Mozes bij de mensen van zijn eigen volk. Hij was toen al volwassen. Hij zag hoe hard de Israëlieten moesten werken. Hij zag ook dat een Israëliet geslagen werd door een Egyptenaar. Mozes keek om zich heen en zag dat er verder niemand in de buurt was. Toen sloeg hij de Egyptenaar dood. Hij verborg hem vlug onder het zand.
De volgende dag zag Mozes twee Israëlieten met elkaar vechten. Hij vroeg aan de man die begonnen was: ‘Waarom sla je iemand van je eigen volk?’ De man zei: ‘Waar bemoei jij je mee? Wie zegt dat jij de baas bent over ons? Wil je mij soms ook doodslaan, net als die Egyptenaar?’ Mozes schrok. Hij dacht: De mensen weten dus wat ik gedaan heb.
Toen de farao hoorde wat er gebeurd was, wilde hij Mozes laten doden.




Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Een man uit de stam Levi trouwde met een meisje uit dezelfde stam.
Ze werd zwanger en kreeg een zoontje.
Toen ze zag hoe mooi het kindje was,
verborg ze het gedurende drie maanden.
Toen ze hem niet meer kon verbergen, nam ze een mandje van riet,
streek het dicht met asfalt en pek, legde het kindje erin
en zette het tussen het riet aan de oever van de Nijl.
De zus van het kindje verborg zich wat verder
om te zien wat er zou gebeuren.

Op een dag ging de dochter van de farao naar de Nijl om er te baden.
Intussen liepen haar dienaressen op en neer langs de oever.
Ineens zag ze het mandje tussen het riet
en stuurde haar slavin om het te halen.
Ze maakte het open, keek en zag er een schreiend kindje.
Vol medelijden riep ze: `Natuurlijk een Hebreeuws kindje!'
Toen kwam de zus van het kind. Ze vroeg aan de dochter van de farao:
‘Wil ik een voedster zoeken bij de Hebreeuwse vrouwen,
die voor jou het kindje kan voeden?'
De dochter van de farao antwoordde: ‘Ja, doe dat.'
Het meisje liep weg en haalde de moeder van het kindje.
De dochter van de farao zei tegen haar:
‘Neem dit kind mee en voed het voor me. Ik zal je er voor belonen.'
De vrouw nam het kind mee en voedde het.

Toen het kindje opgegroeid was,
bracht ze het terug naar de dochter van de farao.
Die nam hem aan als haar eigen zoon.
Ze noemde hem Mozes, want zei ze,
`ik heb hem uit het water getrokken.'

Toen Mozes volwassen was,
ging hij eens naar de Hebreeën, zijn broeders.
Daar zag hij hoe zwaar ze moesten werken.
Hij zag ook dat een Egyptenaar een Hebreeër neersloeg.
Hij keek naar alle kanten en zag dat er niemand in de buurt was.
Toen sloeg hij de Egyptenaar neer en verborg hem in het zand.
De dag daarna zag hij twee Hebreeuwse mannen met elkaar vechten.
Hij vroeg aan hem die ongelijk had: `Waarom sla jij je vriend?'
De man zei: `Wie heeft je als heer en rechter over ons aangesteld?
Ben je soms van plan om me ook te doden, net als die Egyptenaar?'
Mozes werd bang en dacht: ‘Het is dus toch bekend geworden.'
Toen de farao hoorde van dit gebeuren zocht hij Mozes te doden.



Stilstaan bij …

Rieten mandje
Met dit riet wordt het bekende papyrusriet bedoeld. Men maakte er papier van en zelfs boten.
Het Hebreeuwse woord voor het mandje is hetzelfde als het woord dat gebruikt wordt voor 'ark'.

Farao
Titel van de koningen van Egypte. Deze naam betekent 'het grote huis', zoiets als 'het hof' of 'het witte huis'.
In de Bijbel wordt deze titel foutief gebruikt als de eigennaam van die koningen. Daarom wordt in de Bijbel Farao met een hoofdletter geschreven, zonder lidwoord ervoor.

Eigen zoon
Dat Mozes door een prinses werd opgevoed, ook al was hij het kind van een slaaf, was niet zo verwonderlijk: dergelijke 'adopties' kwamen toen vaker voor.
Zo'n kinderen werden voorbereid op een verantwoordelijke positie in het leger, als priester of als ambtenaar.

Mozes
De precieze betekenis van de naam Mozes is niet met zekerheid bekend.
In het Egyptisch betekent Mozes: 'zoon'.
In het Hebreeuws: 'uit het water getrokken' of 'hij die uit het water (= symbool van de dood) haalt'.
Het volk Israël heeft Mozes van meet af aan ervaren als degene die het volk uit de 'dood' heeft bevrijd.
Die naam moet waarschijnlijk opgevat worden als een titel.

Hebreeën
In de antieke wereld van het Nabije Oosten verhuurden mensen zich voor bepaalde diensten zonder slaaf te zijn. Ze noemden zich Chabiru. Daarvan komt de naam Hebreeën. (Dat merk je aan de medeklinkers die in beide woorden dezelfde zijn.) Hebreeër is dus een sociologische aanduiding.
Later - wanneer de farao's niet meer tot de Hyksos-dynastie behoorden (die de Semieten goed gezind waren) - werden de Hebreeën tot slavendienst verplicht, ook al omdat de farao ze als bedreiging zag.
Vooral de Egyptenaren en de Filistijnen noemden de Israëlieten Hebreeën. Voor hen lag er iets van geringschatting in dat woord. In het late jodendom werd Hebreeën een erenaam voor joden.





Bij de tekst

Een geboorteverhaal

Het belang dat iemand heeft wordt onderstreept door een geboorteverhaal. Dat van Mozes komt zelfs in grote lijnen overeen met dat van Sargon I, koning van Akadië (± 2350-2294 voor Chr.).

'Ik ben Sargon, de sterke koning, de koning van Akkad.
Mijn moeder was een Enitum (een Entu-priesteres?),
mijn vader ken ik niet; (...)
Enitum, mijn moeder, ontving en baarde me in het geheim,
legde me in een rieten mand, maakte mijn deksel met asfalt dicht,
en legde me te vondeling in de rivier,
waarop ik bleef drijven.
De rivier droeg me naar Akki, de waterschepper.
Akki, de waterschepper, haalde me eruit,
toen hij zijn emmer onderdompelde,
Akki, de waterschepper, nam me aan als zoon en voedde me op (...)



Een roepingsverhaal?

Deze tekst kan men zien als het 'eerste' roepingsverhaal van Mozes: Mozes wordt 'geroepen' vanuit het ZIEN van zijn volk. Hij GAAT ernaar toe omdat hij zich niet neerlegt bij het onrecht dat zijn volk wordt aangedaan. In deze historische gebeurtenissen ervaart hij het roepen van God om ter harte te nemen, op te komen voor ...

Dat God zich zo openbaart is een gebeuren dat groeit in het bewustzijn van de persoon die nadenkt over zijn ervaringen.



Merk op

. Het is niet zo dat de Egyptenaren de slechten en de Hebreeën de goeden zijn. Geweld is in ieder mens latent aanwezig, ook bij Mozes.

. Mozes neemt de wet in eigen hand en bestrijdt de ene misdaad door er zelf een andere te begaan. Hij is zo gedreven tegen elke vorm van onrecht, dat hij/zij zelf onrecht begaat.