Hebreeën 2, 10-18

2 Scott Rodgerson NgHgIc MD E Unsplash

Foto van Scott Rodgerson in Unsplash


…page…

Hebreeën 2, 10-18: Jezus, hogepriester bij God

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1910)

Omdat Jezus zijn lijden tot het einde toe heeft volgehouden, heeft God hem alle eer gegeven in de hemel. Zo is hij de redder van veel mensen geworden. Zo moest het gebeuren. Zo wilde God, die alles gemaakt heeft, de mensen redden.

Net als Jezus zijn wij kinderen van God, de Vader. Want in de heilige boeken heeft Jezus zelf gezegd dat wij zijn broers en zussen zijn. Hij zegt daar: «God, ik zal aan mijn broers en zussen over u vertellen. Samen met hen zal ik u prijzen.» Verder zegt Jezus: «God, op u zal ik vertrouwen.» En hij zegt ook over ons: «God, hier ben ik, samen met de kinderen die u mij hebt gegeven.»
Wij zijn dus Gods kinderen. Toch zijn we zwakke en sterfelijke mensen. Jezus werd mens zoals wij, en hij is gestorven. Alleen zo kon hij de duivel vernietigen, die de macht had over de dood. Wij waren ons hele leven bang voor de dood. Maar Jezus heeft ons van die angst bevrijd.
Het is duidelijk: Jezus is gekomen om de mensen te redden, niet om de engelen te redden. Hij redt ons, de nakomelingen van Abraham. En daarom moest hij een mens worden, precies zoals wij. Want alleen zo kon hij hogepriester worden bij God in de hemel. Nu is hij onze hogepriester, op wie we kunnen vertrouwen en die medelijden met ons heeft. Hij zorgt ervoor dat God onze zonden vergeeft.
Als wij in moeilijkheden komen, kan Jezus ons helpen. Juist omdat hij zelf zo veel heeft moeten lijden.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Omdat Hij veel kinderen
in de hemelse heerlijkheid wilde binnenleiden,
vond God, die einde en oorsprong van alles is,
het juist om ook de Redder door het lijden
naar de uiteindelijke volmaaktheid te brengen.
Hij die heiligt en zij die geheiligd worden
hebben dezelfde oorsprong;
daarom schrikt Hij er niet voor terug
hen zijn broeders te noemen, als Hij zegt:
‘Ik zal jullie naam bekend maken aan mijn broeders
en jullie loven midden in de gemeente.’
En opnieuw: ‘Ik zal Mij helemaal op Hem vertrouwen’
en nog eens: ‘Hier ben ik
samen met de kinderen die God Me gegeven heeft.’

Omdat kinderen van één familie
mensen zijn van vlees en bloed,
is de Zoon een mens geworden als zij,
om door zijn dood de koning van de dood, de duivel, te vernietigen
en iedereen die slaaf was
te bevrijden van een levenslange angst voor de dood.

Het is duidelijk: Jezus is niet begaan met het lot van engelen,
maar met dat van de nakomelingen van Abraham.
Daarom werd Hij een mens zoals wij.
Alleen dan kon Hij in zaken tussen God en zijn volk
een goede en betrouwbare hogepriester zijn,
die hun zonden kan verzoenen.
Want, omdat Hij zelf op de proef werd gesteld en geleden heeft,
kan Hij iedereen helpen die beproefd wordt.



Stilstaan bij …

Volmaaktheid
In de context van deze brief betekent dit: ‘volbracht’.
De filosoof Plato schreef eerder dat deze wereld een onvolmaakt gebied is en dat men door de dood treedt in een gebied dat volmaakt is.

Hogepriester
Vroeger was de hogepriester diegene die in de tempel de verzoening bewerkte tussen God en de mensen.
In de brief aan de Hebreeën is het Jezus die dé hogepriester is. Hij is de eeuwige, betrouwbare hogepriester in de ‘hemelse tempel’.



Bij de tekst

Betekenis

Door zijn lijden vulde Jezus dit hogepriesterschap op een bijzondere manier in. Hij bewerkte verzoening door in alles solidair te zijn met de nakomelingen van Abraham.