Loading...
 

Jeremia 14, 17-22

2 Honger

(Morguefile free stock photo license)


…page…

Jeremia 14, 17-22: God, verstoot ons niet

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1248)

Ik kan niet stoppen met huilen, mijn tranen stromen dag en nacht. Want er is een vreselijke ramp over mijn volk gekomen. Het komt nooit meer goed!
Overal waar ik kom, zie ik doden liggen. Buiten de stad liggen ze op het veld, gedood in de oorlog. In de stad liggen ze op straat, gestorven van de honger. En de profeten en de priesters zijn verdwenen naar een onbekend land.

De inwoners van Juda zeggen: ‘Wij hoopten op vrede, we hoopten dat het goed zou komen. Maar er kwam geen vrede, alleen maar angst. Heer, waarom hebt u ons zo zwaar gestraft dat het niet meer goed kan komen? Mogen wij uw volk niet meer zijn? Mag Jeruzalem uw stad niet meer zijn?
Heer, we weten dat we slechte mensen zijn, net als onze voorouders. We zijn niet trouw geweest aan u. Maar laat uw volk niet in de steek, Heer. Laat iedereen zien hoe machtig u bent. En bescherm uw heilige tempel. U hebt ons toch beloofd dat u onze God zou zijn? Vergeet uw belofte niet!
Die waardeloze goden van andere volken kunnen niet voor regen zorgen. En regen komt ook niet vanzelf uit de lucht. U zorgt voor regen, Heer, onze God, en ook voor alle andere dingen. Daarom hopen wij op uw hulp, Heer.’



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Ik ween dag en nacht zonder ophouden,
want mijn dochter, mijn volk, werd getroffen door een vreselijke ramp.
Ze ligt geveld door een zware slag.
Ga ik de stad uit, dan zie ik ze geveld door het zwaard.
Ga ik de stad in, dan zie ik ze uitgeteerd door de honger.
Zelfs profeten en priesters worden weggesleept
naar een onbekend land.


Heb Jij Juda verworpen?
Heb Je een afkeer gekregen van Sion?
Waarom heb Je ons zo geslagen, dat er geen genezing meer is?
We hoopten op vrede, maar die bleef uit.
We hoopten op herstel, maar de verschrikking bleef duren.

God, wij bekennen onze schuld en die van onze voorouders.
We hebben inderdaad tegen Jou gezondigd.
Omwille van je naam, verstoot ons niet, bescherm je roemrijke troon.
Denk aan je verbond met ons en verbreek het niet.
Brengen de goden van andere volken soms regen?
Is het de hemel die zelf regen laat neerstromen?
Neen, Jij bent onze God. Wij hopen op Je, want dit alles komt van Jou.



Stilstaan bij …

Zwaard
Verwijst naar een oorlogssituatie.

Honger
Verwijzing naar hongersnood.

Sion
Naam van één van de bergen waarop Jeruzalem is gebouwd. Vroeger lag daar de stad zoals David en Salomo die kenden. Tegenwoordig is dit het joodse kwartier van de Oude Stad.
Later werd ‘Sion’ gebruikt als naam voor de hele stad Jeruzalem.

Troon
Verwijst in deze tekst naar Jeruzalem / de tempel.





Bij de tekst

Twee delen

In dit fragment uit het boek Jeremia
. komt eerst God aan het woord, die uiting geeft aan zijn verdriet en het heeft over de ravage waar zijn volk slachtoffer van is.
. Daarna komt het volk aan het woord en vraagt God of Hij hen heeft verworpen.



Betekenis

De rampen die het volk van Jeremia treft, komen hard aan. Dat er tegelijk oorlog is, hongersnood en ziekte wordt geïnterpreteerd als een totale veroordeling.
Daarom richt de profeet zich in naam van het volk tot God en bekent schuld. Hij vraagt aan God om niet te vergeten dat Hij een verbond heeft aangegaan met zijn volk.