Loading...
 

Jesaja 49, 8-15

2 Moeder En Kind

(Morguefile free stock photo license)


…page…

Jesaja 49, 8-15: God is jullie niet vergeten

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1200-1201)

De Heer zegt tegen zijn volk: ‘Israël, er zal een nieuwe tijd komen. Dan zal ik weer naar je luisteren. Ik zal je bevrijden en helpen. Ik zal je beschermen. Ik zal zorgen dat je de mensen vrede brengt. Je zult een voorbeeld worden voor alle volken.
En ik geef je deze opdracht: bouw het verwoeste land weer op. Dan zal het land weer van jou zijn. Tegen de gevangenen zul je zeggen: ‘Jullie zijn vrij! Jullie hoeven niet langer in het donker te zitten.’’

De Heer zegt: ‘Als mijn volk terugkomt, zullen ze overal voedsel vinden. Ook op de kale bergen zullen ze iets te eten vinden. Ze zullen geen honger of dorst meer hebben. Ze zullen geen last hebben van de hitte en de brandende zon. Want ik zorg voor hen. Ik wijs hun de weg en ik breng hen naar vruchtbare grond. Ik maak de bergen vlak. Zo komt er een weg voor mijn volk, een pad waarover ze kunnen lopen.
Kijk, daar komen ze al! Ze komen uit verre landen, uit het noorden en uit het westen. En ook uit het zuiden, uit het verre land Syene.’

Juich allemaal! Hemel en aarde, juich! Bergen en heuvels, doe mee! Want de Israëlieten moesten lijden, maar de Heer had medelijden en heeft hen getroost.

Jeruzalem zegt: ‘De Heer heeft mij verlaten, hij is mij vergeten.’
aar de Heer zegt: ‘Jeruzalem, ik heb je naam in mijn hart bewaard. Ik zal altijd aan je denken. Een moeder zorgt toch ook goed voor het kind dat ze in haar buik gedragen heeft? Ze vergeet haar kind nooit. En zelfs al zou een moeder haar kind vergeten, ik zal jou nooit vergeten!



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Dit zegt God:
In de tijd van goedheid zal Ik je antwoorden,
op de dag van het geluk zal Ik je helpen.
Ik vorm je en neem je in dienst om de man te zijn
voor mijn verbond met het volk
en om het land weer op te richten,
om het verlaten erfgoed terug te geven,
om aan de gevangenen te zeggen: `Naar buiten!'
en aan hen die in duisternis zuchten: `Kom te voorschijn!'
Langs de wegen zullen ze weiden,
en op de rotsen zullen ze gras vinden.
Ze zullen geen honger hebben en ook geen dorst.
Verzengende wind en zon zullen hen niet kwellen.
want Hij die voor hen zorgt,
zal hen leiden en hen laten rusten bij waterbronnen.
Van al mijn bergen maak Ik een weg,
en mijn paden worden geplaveid.
Kijk, ze komen van ver,
sommigen uit het noorden en van de zee,
anderen uit het land Sinim.
Juich, hemel! Wees blij, aarde!
Barst uit in gejuich, bergen.
Want God heeft zijn volk moed ingesproken,
en gezorgd voor wie ongelukkig is.
Sion zei: `God heeft me verlaten,
Hij heeft me vergeten.'
Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten,
een liefhebbende moeder het kind dat ze droeg?
En zelfs als zij het zou vergeten,
Ik vergeet jullie nooit!



Stilstaan bij …

Zee
Hiermee wordt de middellandse zee, die in deze tekst staat voor het westen.

Sinim
Hiermee wordt hiermee de grote joodse kolonie van Syene (het huidige Assuan) in het zuiden van Egypte bedoeld. Tot in de Perzische tijd was daar een kolonie van Israëlitische soldaten.





Bij de tekst

Einde in zicht

Het einde van de ballingschap is nabij. Het licht schijnt op het eind van de tunnel. God is zijn volk niet vergeten.
Heel de mensheid, hemel, aarde, bergen … alles deelt in de vreugde want God is zijn volk niet vergeten, niettegenstaande het Hem de rug toekeerde en andere goden vereerde.


Situering in de tijd

Deze tekst werd geschreven tijdens de ballingschap. Ze beschrijft de terugkeer van Israël naar het vaderland en de heropbouw van Israël.