Loading...
 

Job 1, 6-22

2 Ruïne

(Morguefile free stock photo license)


…page…

Job 1, 6-22: Allemaal slecht nieuws

De tekst

Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Op de dag dat de hemelbewoners bij God hun opwachting maakten,
kwam ook Satan met hen mee.
God vroeg aan Satan: 'Waar ben je allemaal geweest?'
'Ik heb rondgezworven over de aarde', antwoordde Satan.
'Wel,' vroeg God,' heb je ook gelet op Job, mijn dienaar?
Op aarde is er geen tweede zoals hij, onberispelijk, rechtschapen,
hij heeft respect voor God en mijdt het kwaad.'
Satan antwoordde: 'Hij vreest God niet voor niets!
Je beschermt hemzelf, zijn familie en heel zijn bezit,
Je zegent al wat hij onderneemt,
zodat zijn bezit steeds meer uitbreidt.
Maar pak hem eens aan, tref hem in al wat hij heeft:
wedden dat hij Je vervloekt in je gezicht.'
Toen zei God tegen Satan: 'Goed, al wat hij heeft is in jouw hand,
alleen van hemzelf moet je afblijven.'
Satan verliet de vergadering.

Op de dag dat de zonen en dochters van Job
weer hun feestmaal hadden in het huis van hun oudste broer,
kwam een bode bij Job met het nieuws:
'De runderen waren aan het ploegen, vlakbij graasden de ezelinnen,
en toen overvielen de Sabeeën ons:
ze roofden het vee en doodden de knechten met het zwaard.
Ik kan het u vertellen, want ik ben de enige die over is.'

Hij was nog niet uitgesproken, of een volgende kwam met het nieuws:
'Een geweldige bliksem viel uit de hemel,
En hield vreselijk huis onder schapen, geiten, herders
en heeft ze vernietigd.
Ik kan het u vertellen, want ik ben de enige die over is.'

Hij was nog niet uitgesproken, of weer kwam iemand met het nieuws:
'De Chaldeeën hebben in drie groepen onze kamelen overvallen:
ze roofden de dieren en doodden de knechten met het zwaard.
Ik kan het u vertellen, want ik ben de enige die over is.'

Hij was nog niet uitgesproken, of een vierde kwam met het nieuws:
'Uw zonen en dochters hielden hun feestmaal
in het huis van hun oudste broer
Toen kwam er een machtige windhoos uit de woestijn.
Die viel op alle vier de hoeken van het huis: het stortte in en uw kinderen vonden de dood.
Ik kan het u vertellen, want ik ben de enige die over is.'

Toen scheurde Job zijn kleed, schoor zijn hoofd kaal,
wierp zich plat op de grond en zei:
'Naakt kwam ik uit de schoot van moeder aarde,
naakt keer ik daar terug.
God geeft, God neemt, gezegend is de naam van God.'
Ondanks al deze gebeurtenissen zondigde Job niet.
Hij verweet God niets.



Stilstaan bij …

Hemelingen / hemelbewoners / engelen
In de Hebreeuwse tekst staat letterlijk: ‘de zonen van God’. De Griekse tekst heeft het Hebreeuwse woord vertaald met ‘engelen’.

Satan
Betekent: aanklager, tegenpartij.

Rechtschapen
Job zou er voordeel uit halen om deugdzaam / rechtschapen te zijn: welvaart is een beloning voor een deugdzaam leven, rampen zijn een straf. Job zou= er dus belang bij hebben om deugdzaam te leven.

Sabeeën
Nomadenstam die vermoedelijk uit Zuid-Arabië kwam.

Chaldeeën
Een stam uit Babylonië.

Kleed scheuren / Hoofd kaal scheren
Uitingen van verdriet.
Joden maken nog steeds een scheur in hun kleding als er iemand gestorven is.

Schoot van moeder aarde
In het Hebreeuws: ‘de schoot van mijn moeder’





Bij de tekst

Het boek Job

Dit boek heeft de naam van de hoofdpersoon: Job.
De twee eerste hoofdstukken en het laatste deel van het laatste hoofdstuk werd geschreven als een verhaal. De rest van het boek bestaat uit gedichten.



Kernprobleem

Het boek Job staat stil bij de vraag: waarom moet een mens lijden.
Al van bij het eerste hoofdstuk wordt duidelijk dat lijden niet altijd een straf is voor een zondig gedrag. Het blijkt dat God lijden kan toelaten om iemand op de proef te stellen.