Loading...
 

Johannes 20, 19-23

Duif

(Morguefile free stock photo license)


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Johannes 20, 19-23: Verschijning aan de leerlingen

De tekst

Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Het is zondagavond.
De leerlingen komen bijeen in een huis.
Ze doen alle deuren op slot uit vrees voor de joden.
Die avond komt Jezus binnen en zegt: „Sjalom (vrede).”
Daarna toont Hij zijn handen en zijn zijde.
De leerlingen zijn heel blij wanneer zij Hem zien.
Jezus zegt nog eens: „Vrede.
Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.”
Daarna blaast Hij over de leerlingen en zegt: „Ontvangt de heilige Geest.
Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven,
en als gij ze niet vergeeft, dan zijn ze niet vergeven.”



Stilstaan bij ...

Avond
Het kan letterlijk 'avond' geweest zijn, maar nog meer zeker is het dat 'avond' ook in de figuurlijke betekenis kan gelezen worden: donker, dreigend...

Eerste dag van de week
De dag waarop de leerlingen samenkwamen om Jezus te gedenken in het beluisteren van Gods Woord, het breken van het brood en het zoeken naar de manier waarop ze de wil van God kunnen beleven. Zoals christenen nu doen op zondag.

Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen
Een manier om te zeggen dat de leerlingen ervaren dat Jezus op een nieuwe manier aanwezig is.

Verblijfplaats
Jezus verschijnt aan zijn leerlingen wanneer ze in een huis bijeenzijn. Dit zou kunnen wijzen naar de oudste vorm van eucharistievieren.

De joden
Johannes bedoelde hiermee de joodse leiders die Jezus niet als de Messias erkenden. Zij vonden Jezus en zijn volgelingen gevaarlijk omdat die ook Romeinen toelieten tot de kinderen van Gods volk, zonder dat zij zich moesten aanpassen aan de joodse zeden en leefregels.
Deze manier van spreken is nog steeds gebruikelijk. Als men het bijvoorbeeld heeft over ‘de Amerikanen’, bedoelt men vaak de regering van de Verenigde Staten.

Vrede
In de Bijbel is vrede alles wat ‘te-vrede-n’ maakt. Het is de toestand waarin de mens in harmonie leeft met zichzelf, de medemens, de natuur, God. Zo is "vrede" verbonden met: gezondheid, het bereiken van een hoge leeftijd, veiligheid, vriendschap, eendracht, vertrouwen, welvaart, rechtvaardigheid, het bezit van vruchtbaar land, het kunnen slapen met een gerust hart, voldoende eten, kinderen...
Het gaat dus zowel om het materieel als het geestelijke welzijn van de enkeling als van de gemeenschap.
‘Sjalom’ is een gebruikelijke Joodse begroeting tot op vandaag. Daarom is iemand vrede (sjalom) toewensen, iemand alle goeds toewensen.

Blies
Deze handeling herinnert aan het scheppingsverhaal waarbij de Schepper zijn levensadem in Adam blies en aan het visioen van Ezechiël (hoofdstuk 37) waarbij de Geest van God een vallei vol beenderen tot leven wekt.
Het Hebreeuwse woord voor ‘geest’ is ‘adem’. Wanneer Jezus over de leerlingen blies, is dat een manier om te zeggen dat Jezus zijn leerlingen de heilige Geest schenkt, zodat ze nieuwe mensen worden.

Vergeven
Met deze woorden werd het sacrament van de verzoening ingesteld.
De gave van de Geest gaf de leerlingen het vermogen en de opdracht om mensen te vergeven. Hiermee wordt het aangerichte kwaad wel niet vernietigd, maar men krijgt de kans om een nieuwe bevrijde mens te worden. Geloven in de verrijzenis van Jezus betekent dat men vanuit de kracht van de Heilige Geest het kwaad kan overwinnen door elkaar te vergeven. Waar mensen vergiffenis kunnen vragen en krijgen, is de herscheppende Geest aan het werk.



Spreken in beelden

Avond
beeld voor: duisternis, vrees, angst (in dit geval: de leerlingen waren bevreesd voor de joden)

Vrede
beeld voor: licht, vreugde, tevredenheid, geluk.



Als je dit verhaal vertelt...

... weet dan dat deze tekst aan de basis ligt van verhalen over de bange apostelen na de dood van Jezus. Het wordt soms zo nadrukkelijk verteld, dat de meer positief geschreven verhalen van Lucas op de achtergrond komen.
De oorzaak hiervan ligt ongetwijfeld in de grote identificatiemogelijkheid: hoe zou je zelf zijn als diegene naar wie je opkijkt gekruisigd wordt?





Bij de tekst

Merk op

Deze tekst van Johannes ligt aan de basis van de vele verhalen over de leerlingen van Jezus die zich vol angst opsloten in een huis in Jeruzalem. Hierdoor komen de meer positief geschreven teksten van Lucas over de periode na de dood van Jezus in de verdrukking.



Betekenis

Deze tekst is geen historisch rapport, maar een verhaal dat stilstaat bij de twijfel die er aanvankelijk bij de leerlingen was. Johannes maakt er ook duidelijk mee welk effect de verrijzenis van Christus heeft op de leerlingen: zij 'verrijzen' mee, hun vrees slaat om in vreugde. Hun ongeloof wordt geloof, hun ‘dood’ wordt ‘leven’. Net zoals tijdens het leven van Jezus blinden konden zien, verlamden konden gaan, doden levend werden.



Verrijzenis

In deze tekst wordt duidelijk wat het effect is van de verrijzenis van Jezus op de leerlingen: zij 'verrijzen' mee, hun vrees slaat om in vreugde, hun ongeloof wordt geloof, hun ‘dood’ wordt ‘leven’. Net zoals tijdens het leven van Jezus blinden terug konden zien, doden tot leven kwamen en verlamden konden gaan.
Merk op dat dit gebeurt wanneer ze in een huis bijeenzijn – een mogelijke verwijzing naar de oudste vorm van eucharistievieren.
Dat de verrijzenis niet losstaat van het lijden, wordt duidelijk door de sporen van lijden op het lichaam van de verrezen Christus.





Bijbel en kunst

BUONINSEGNA

Jezus verschijnt aan de leerlingen (1308-1311)
De Italiaanse kunstenaar Duccio di Buoninsegna werd vermoedelijk in 1255 te Siena geboren. Hij stierf er in 1318 of 1319. Hij wordt gezien als een van de grondleggers van de schilderkunst van het westen. Aanvankelijk schilderde hij in de Byzantijnse stijl (een stijl die in iconen terug te vinden is), maar geleidelijk aan gaf hij zijn figuren meer menselijkheid, emotie en expressiviteit. Hij was een van de eerste schilders die zijn figuren in een architecturaal kader plaatste.

Jezus Verschijnt

Tempera op paneel (39 × 51 cm)
Museo dell'Opera Metropolitana del Duomo, Siena

Dit werk maakte deel uit van de Maestà, het grote altaarstuk van het hoofdaltaar van de dom in Siena.


Maesta 1

Reconstructie van de voorzijde van de Maestà.


Maesta 2

Reconstructie van de achterzijde van de Maestà.

De ‘kroon’ boven de Maestà, toonde zes taferelen met de verschijningen van Christus na zijn verrijzenis, met daarboven zes engelen. De meest linkse afbeelding sluit aan bij Johannes 20, 19-31



Ed DE GUZMAN (Filipijnen)

5 Ed De Guzman (Filippijnen)





Suggesties

Kleine kinderen

Goeiedag! Sjalom!

Sta stil bij de manier waarop Jezus zijn leerlingen groet. Hij zegt: 'Sjalom' ('vrede'). Hij wil dat mensen het goed hebben.

21

Op welke manier groeten mensen elkaar?
- Hoe doen soldaten dat? (hand aan de pet)
- Hoe doen goede vriendinnen dat? (elkaar omhelzen)
- Hoe doen Chinezen dat? (diep buigen)
- Hoe doet men dat in Indië? (de handen voor de borst vouwen, buigen en zeggen 'Namastè')
- Hoe doet men dat als men elkaar in de verte ziet? (wuiven)
- Hoe doen Eskimo's dat? (met hun neuzen tegen elkaar wrijven)
- ...
- Hoe kan dat nog? (elkaar de hand geven, ...)

Wat zeggen mensen als ze elkaar groeten?
Dag, goeiedag, hallo, hey ...

Sta met de kinderen stil bij de woorden: 'Goede dag'. Mensen wensen dat diegene die ze tegenkomen verder een goede dag mogen beleven.
Zo wenst Jezus zijn leerlingen 'vrede'. Hij wil dat ze te-vrede-n mogen zijn, dat ze gelukkig mogen zijn.

- Hoe zou jij iemand vrede toewensen?
- Hoe wensen mensen in de kerk elkaar vrede?





Grote kinderen

INLEVEN

Uitbeelden en bespreken (begin van de tekst)

Vertel het verhaal. In dit verhaal zitten drie momenten:
. de leerlingen zijn bang
. Jezus komt in hun midden
. Jezus stelt hen gerust en zegent hen.
Nadat je die gebeurtenissen samen met de kinderen hebt ontdekt, beelden ze deze drie momenten uit. Bespreek ze daarna.


De leerlingen zijn bang
Uitbeelden
- Hoe voelden de leerlingen van Jezus zich bij het begin van het verhaal?
- Hoe kunnen wij zoiets laten zien?
De kinderen zoeken een houding om deze gevoelens uit te drukken.

Bespreken
- Waarom ben je bang?
Eventueel:
- Waarom denk je dat de soldaten je kwaad zullen doen?


Jezus komt in hun midden
Uitbeelden
- Hoe voelden de leerlingen van Jezus zich nu?
- Hoe kunnen wij zoiets laten zien?
De kinderen zoeken een houding die dit gevoelen uitdrukt.

Bespreken
- Hoe ervaar je dit?
- Ben je bang of blij? Waarom?


Jezus stelt hen gerust en zegent hen
Bespreken
- Durf je nu wel?
- Waarom?
- Wat ga je doen?



Vertellen + plastisch uitdrukken

Vertel dat Jezus gestorven is en dat dit de leerlingen heel droevig maakt. Laat de kinderen sombere muziek beluisteren. Laat ze kort met kleur hun gevoel weergeven bij wat ze horen uit het verhaal en de muziek.
Vertel het vervolg van het verhaal. Laat intussen meer opgewekte muziek beluisteren. Ook nu geven de kinderen kort hun gevoel met kleur (verf / kleurpotlood) weer.
De kinderen stellen kort hun werk voor.





DOEN

Een glasraam maken

Vertel de kinderen over het evangelie van deze zondag.
Bezorg de kinderen daarna deze tekening of dezelfde tekening maar dan met de opdracht erbij


Opdracht
Verwerk deze tekening in een 'glasraam':
teken eerst een grote cirkel, vierkant of rechthoek rond de tekening.
Teken daarna de figuren op de tekening verder uit.
Vergeet niet de zwarte lijnen verder door te trekken, zodat het een echt glasraam kan worden.
Kleur daarna het volledige 'glasraam'.

Bekijk na het maken van het 'glasraam' samen met de andere kinderen alle glasramen die gemaakt werden.
Wie het glasraam gemaakt heeft, geeft wat uitleg bij: de kleurkeuze en wat hij/zij erbij getekend heeft.





Jongeren

ONDERZOEKEN

'Ontvang de heilige Geest'

Nadat je het evangelie voorgelezen hebt, sta je stil bij de zin:
'''Na deze woorden blies Hij over hen en zei:
'Ontvang de heilige Geest.'''

Vergelijk die woorden met de volgende tekst van de profeet Ezechiël (Ezechiël 37, 1-14).

Tekst uit de bijbel (Willibrordvertaling)
''De hand van de Heer kwam over mij;
zijn geest nam mij mee
en zette mij neer in het dal dat vol beenderen lag.
Hij leidde mij er in alle richtingen doorheen
en ik zag hoeveel er over het hele dal lagen en hoe dor ze waren.
Daarop vroeg Hij mij: 'Mensenkind,
zouden deze beenderen nog tot leven kunnen komen?'
Ik antwoordde: 'Heer god, dat weet U alleen.'
Toen zei Hij: 'Profeteer over deze beenderen en zeg:
"Dorre beenderen, luister naar het woord van de heer.
Zo spreekt de Heer god tot deze beenderen:
Ik ga de levensgeest in u brengen, en u komt weer tot leven.
Ik leg pezen op u, bekleed u met vlees en overtrek u met een huid;
dan schenk Ik u de levensgeest en u komt weer tot leven.
Dan zult u erkennen dat Ik de Heer ben."'
Ik profeteerde zoals mij was opgedragen.
En zodra ik begon, ontstond er een gedruis:
de beenderen voegden zich aaneen, elk op zijn plaats.
En ik zag hoe er pezen op kwamen en vlees
en hoe ze met een huid overtrokken werden.
Maar de levensgeest was er nog niet in.
Toen zei Hij tegen mij: '˜Profeteer tot de levensgeest,
profeteer, mensenkind, en zeg tegen de levensgeest:
"Zo spreekt de Heer God: Kom van de vier windstreken, levensgeest,
en blaas in deze gevallenen zodat ze weer leven."'
Ik profeteerde zoals mij opgedragen was
en de levensgeest kwam erin.
Ze werden weer levend en gingen overeind staan: een immens groot leger.

Daarop zei Hij tegen mij: 'Mensenkind, deze beenderen zijn het volk Israël.
Bij hen leeft de gedachte: 'Onze beenderen zijn verdord,
onze hoop is vervlogen, het is met ons gedaan.'
Profeteer daarom en zeg tegen hen:
"Zo spreekt de Heer God: Ik ga uw graven openen;
Ik wek u in grote aantallen uit de dood op en breng u naar Israëls grond.
En als Ik uw graven open en u in grote aantallen uit de dood opwek
dan zult u erkennen dat Ik de Heer ben.
Ik schenk u mijn geest, zodat u weer leeft,
en laat u op uw eigen grond wonen.
Dan zult u erkennen dat Ik, de Heer, doe wat Ik zeg"
'godsspraak van de Heer.'


Dichter bij de tijd
Ik droomde dat God zijn hand op mijn schouder legde.
Zijn Geest nam mij mee
en zette mij neer in een dal vol beenderen.
Hij bracht er mij overal heen
en ik zag hoeveel er het waren en hoe dor ze waren.
Toen vroeg God aan mij: 'Mensenkind,
denk je dat deze beenderen nog tot leven kunnen komen?'
Ik antwoordde: 'God, dat weet U alleen.'
Toen zei God: 'Zeg tegen deze beenderen:
"Dorre beenderen, God zegt:
'Ik zal de levensgeest in u brengen,
en u zult weer tot leven komen.
Ik zal u met vlees bekleden
en u met een huid overtrekken.
Dan zal Ik u de levensgeest geven,
en u zult weer tot leven komen.
Dan zult u zeggen dat Ik God ben."'

Ik sprak tot de beenderen zoals God het mij had gevraagd.
Zodra ik begon, ontstond er een gedruis:
de beenderen voegden zich aaneen, elk op zijn plaats.
Ik zag hoe er vlees op kwam
en hoe ze met een huid overtrokken werden.
Maar er was nog geen levensgeest in.
Toen zei God: 'Zeg tegen de levensgeest:
"Zo spreekt God: Kom van de vier windstreken, levensgeest,
en blaas in deze gevallenen zodat ze weer leven."'
Ik sprak zoals God het mij had gevraagd
en de levensgeest kwam erin.
Ze werden weer levend en gingen rechtop staan.

Toen zei God tegen mij:
'Mensenkind, deze beenderen zijn de mensen van Israël.
Zij denken: "Onze beenderen zijn verdord,
het is met ons gedaan."
Zeg daarom tegen hen:
"Zo spreekt God: Ik zal uw graven openen;
Ik wek u in grote aantallen uit de dood op
en breng u naar de grond van Israël.
Dan zult u erkennen dat Ik God ben.
Ik schenk u mijn geest, zodat u weer leeft,
en laat u op uw eigen grond wonen.
Dan zult u toegeven dat Ik, God, doe wat Ik zeg."

Ezechiël schreef deze tekst toen de joden in ballingschap waren in Babylonië. Het is een tekst die de ballingen moed wil inspreken.

- Wat bedoelde Ezechiël met de doodsbeenderen?
- Herken je zoiets in je eigen leven?
- Was je ooit meer dood dan leven?
- Hoe kwam dat?
- Wie / Wat heeft je toen tot leven gewekt?
- Herken je dit in de tekst van Ezechiël?
- Hoe spreekt hij daarover?

Let eens extra op de twee vetgedrukte woorden in de tekst van Ezechiël.
Lees dan het begin van het evangelie van deze zondag.
- Waarmee kun je de leerlingen van Jezus vergelijken in de tekst van Ezechiël?
Zie je het verband tussen: leven geven en zonden vergeven?
Probeer dat in je eigen woorden te zeggen.





Overweging

Marc Galant, trappist (Orval)

Het geschenk van de Heilige Geest

Wij horen in de eucharistie twee verschillende versies over de gave van de Heilige Geest. De Handelingen van de Apostelen situeren deze op de vijftigste dag na Pasen. Voor het evangelie van Johannes wordt de Geest gegeven op paasavond zelf. Wat is de betekenis van die verschillende voorstellingen. We kunnen de vraag nog een beetje opschroeven als we bij Johannes lezen dat Jezus reeds bij zijn dood de Geest gaf: “Hij zei : ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de Geest” (Johannes 19, 30). Het Grieks ‘paredôken’, ‘hij gaf’, betekent wel degelijk: ‘doorgeven, geven van hand tot hand’.
Jezus dus geeft de Geest bij zijn dood, op Pasen en op Pinksteren. De Handelingen vermelden echter dat de Geest nog gegeven wordt na Pinksteren (Handelingen 4, 31; 8, 17; 10, 44; 19, 6). Paulus, van zijn kant, vermeldt dat buiten Jeruzalem ook Romeinen en Korintiërs na Pinksteren de Heilige Geest hebben ontvangen (1 Korintiërs 2, 12; 6, 19; 2 Korintiërs 1, 22…). De gave van de Geest is dus een gebeuren dat boven de tijd uitgaat. In de eeuwigheid is het altijd ‘nu’. De Heilige Geest wordt gegeven, nu. Wij ontvangen hem, nu, jij en ik, om de Goede Boodschap te verkondigen.

Ja, maar waarom heeft Lucas dan in zijn Handelingen een precieze datum gesteld voor die durende gave van de Geest? Lucas past hier eenvoudig toe wat wij ‘het verchristelijken van de heersende cultuur’ zouden kunnen noemen.
Het feest van Pinksteren bestond reeds bij de Joden om God te danken voor de gave van oogst (Exodus 23, 16). Gevierd vijftig dagen na Pasen onder de naam van ‘het Wekenfeest’, werd er weldra ook de gave herdacht van de Wet aan Mozes op de Sinaï, waardoor Israël het Godsvolk werd (Exodus 19, 1). De joodse monniken van Qumran vierden dan ook op Pinksteren het feest van het Verbond, en hernieuwden er hun eed van trouw aan de Wet van het Verbond.
Lucas gaat nog een stapje verder door op die dag de uiteindelijke gave te vieren die God ons geeft: de gave van de Geest, grondvest van het Nieuwe Israël, de Kerk. Het is een sterk signaal: de christenen stappen over van de gave van de Wet naar de gave van de Geest, van het onderhouden van de Wet naar de vrijheid van de Geest van Liefde.

De gave van de Geest is dan ook niet opgesloten in de kring van het Cenakel, maar een wereldgebeuren waar alle volkeren van de toen bekende wereld de getuigen van zijn: “Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië” (Handelingen 2, 9-11). De Kerk is gesticht in haar wereldmissie.

En zodus “ieder hoorde de apostelen in zijn eigen taal spreken” (Handelingen 2, 6). In deze voorstelling doet de Geest de toehoorders niet de taal begrijpen die de apostelen spreken, maar Hij laat de apostelen zich verstaanbaar uitdrukken aan ieder in zijn eigen taal. De Kerk moet de mensen er niet toe brengen haar taal te doen begrijpen, maar hen spreken in hun taal. Geen gemakkelijke taak, maar voor die zending heeft ze op Pinksteren de Geest ontvangen. De Geest maakt het evangelie voor ieder actueel.

Ook in het Johannesevangelie wordt de Geest gegeven in het kader van de zending. Tot veertig maal toe wordt er Jezus benoemd als “hij die door de Vader gezonden is”. En nu zegt de verrezen Jezus tot zijn apostelen: “Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik u”. Jezus laat zijn leerlingen deelnemen aan het leven, de liefde, de kennis die hij van zijn Vader ontvangt, en tevens aan de zending hem door de Vader toevertrouwd.
Met een gebaar drukt hij het trinitair karakter uit van de zending: “na deze woorden blies hij over hen heen”, (‘inefusèsen’, zegt het Grieks, letterlijk ‘hij blies in hen’). Jezus herhaalt het gebaar van de schepping waarbij God de mens het leven inblaast (Genesis 2, 7). Hij blaast zijn apostelen nieuw leven in, het leven van de Geest: ‘Ontvang de heilige Geest’.
Er is een nauwe band tussen de gave van de Geest en de zending. Alleen de Geest is in staat de apostelen te herscheppen om de bovenmenselijke taak te vervullen die Jezus hen toevertrouwt. Zitten ze nu precies niet opgesloten in hun vrees achter gesloten deuren?

Door de werking van de Geest worden de leerlingen toegewijd aan de zending, zoals Jezus zelf “door de Vader geheiligd en naar de wereld gezonden werd” (Johannes 10, 36; vgl. 1, 33; 17, 17-19). Die band tussen de Geest en de zending van Jezus werd reeds vroeger aangehaald: “Hij die door God gezonden is, spreekt de woorden van God, en God schenkt de Geest in overvloed” (Johannes 3, 34). De Geest bevrijdt van de opgeslotenheid, zodat de woorden van de zendeling overvloedig het geloof opentrekken dat brengt tot eeuwig leven.

Ten slotte geeft Jezus aan de leerlingen de macht de zonden te vergeven: “Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven”. Jezus had de Joodse Schriftgeleerden diep geschokt door zich die macht toe te schrijven (Marcus 2, 5-7). Nu geeft hij die macht onbeperkt aan zijn leerlingen. In de context van Johannes is het de macht om de mensen, gezuiverd van hun zonden, te leiden naar de bron van het leven, zodat ze één geworden met de ware Wijnstok, in geloof en liefde het heilig volk van God (Johannes 15, 1-17). Door de zending van de leerlingen, zal de wereld de zending erkennen die Jezus van de Vader heeft ontvangen (Johannes 17, 19-21).

Zo volbrengt de verrezen Christus wat Johannes had aangekondigd: Hij is “het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt” (Johannes 1, 29), hij is die doopt in de Heilige Geest” (Johannes 1,33).
Het Johannesevangelie eindigt waarmee het is begonnen. De cirkel is rond.



Het geschenk van de Heilige Geest (2016)

Door zijn dood, is Jezus met zijn lichaam opgenomen in de onzichtbaarheid van de Vader, boven de tijd. Ook de Geest die hij aan zijn leerlingen geeft, staat buiten de tijd. Zo kan de Geest zich doorheen alle tijd herhaaldelijk en op verscheidene wijzen manifesteren.
Op paasavond geeft Jezus de Geest aan zijn leerlingen (Johannes 20, 22), nogmaals op Pinksteren wordt de Geest gegeven, nu echter aan allen “samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en zijn broeders” (Handelingen 1, 14). Dezelfde gave van de Geest blijft de geschiedenis van de Kerk doorflitsen. De Handelingen van de Apostelen vertellen hoe de Geest de opkomende Kerk in beweging zet (Handelingen 2, 4), en rechtstreeks de heidenen aanvat (Handelingen 10, 44). Hij stuurt op zending Filippus (Handelingen 8, 26, 29v), alsook Petrus (Handelingen 10,20), Paulus en Barnabas (Handelingen 13,2-4). Hij begeleidt de werking van de apostelen (Handelingen 16,6v). En op Patmos wordt Johannes door de Geest gegrepen (Apokalyps 1,10 ; 4,2). De tijd van de Kerk

Het evangelie werpt vandaag een licht op gave van de Geest, die Jezus in persoon aan zijn apostelen schenkt.
Hij had hen beloofd de Geest te sturen om hen te leiden naar de volle waarheid (Johannes 16, 7-15). Door deze zending ook, zou hij zijn apostelen niet verweesd achterlaten (Johannes 14, 18v). Nu de apostelen, bevreesd voor de Joodse autoriteiten, verweesd achter gesloten deuren zitten (v. 19) komt Jezus zelf om hen de Geest te geven.

Om deze gave van de Geest uit te drukken, maakt Johannes gebruik van hetzelfde woord dat zijn Griekse bijbel gebruikt bij de schepping van de mens: "Jahweh God vormde de mens, met stof genomen uit de aarde, Hij blies in (Grieks: enephusèsen) zijn neusgaten de adem van het leven, en de mens werd een levend wezen" (Genesis 2, 7, Griekse Septuaginta-vertaling). Jezus gaat over tot een nieuwe schepping: "Na deze woorden blies Hij in hen (enephusèsen). ‘Ontvang de heilige Geest’, zei Hij" (Johannes 20, 22).
De Schepper "heeft in de mens de adem ingeblazen die leven geeft", herhaalt het boek der Wijsheid (15, 11) Dat betekent dat de mens maar bestaat, afhankelijk van Gods adem. Nu gaat het echter om een nieuwe schepping : de verheerlijkte Jezus blaast de Geest in, en doet de mens herboren worden (vgl. Johannes 3, 3-8), door hem te laten delen in Gods gemeenschap. De Zoon "die het leven heeft in zichzelf", beschikt over dit leven voor de zijnen (vgl. Johannes 5,21. 26) ; zijn adem is die van het eeuwige leven. Als Jezus zijn doorstoken zijde toont, (Johannes 20, 27) verwijst hij daarmee naar de stromen van het levend water die eruit gevloeid zijn, symbool van de Geest die aan de gelovigen gegeven wordt (Johannes 10, 34, vgl. Johannes 7, 39).

In de onmiddellijke context, slaat de gave van de Geest in de eerste plaats op de zending die leerlingen krijgen. De zending en de gave van de Heilige Geest zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het gaat hier niet om een speciale gave aan de apostelen, en nog minder om een wijdingsritus dan wel om het mededelen aan alle gelovigen van het leven van de verheerlijkte Christus, zoals Johannes het bevestigt: "Hieraan weten we dat we in Hem blijven en Hij in ons: hij heeft ons van zijn Geest gegeven" (1 Johannes 4, 13, vgl. 3, 24). In een trek voegt Jezus daaraan toe: "Aan wie u de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, als wie je ze behoudt, zijn zij behouden."
Dit woord verrast in eerste instantie, omdat de 'vergeving der zonden' niet eerder vernoemd is in het vierde evangelie. In Lucas verklaart Jezus dat bekering "tot vergeving van zonden" gepreekt wordt (Lucas 24, 47). Johannes is meer expliciet, zonder nochtans te bepalen hoe die zondevergeving moet uitgeoefend worden.

Het perspectief van Johannes verschilt echter aanzienlijk van dit van Lucas. Lucas verbindt de gave van de Geest aan Jezus’ zetelen aan de rechterhand van God (Handelingen 2, 33). Voor Johannes kan de gave van de Geest op paasavond alleen verklaard worden in de verlenging van Jezus’ passie, als Hij, verrezen, de wonde in zijn zijde aan zijn leerlingen laat zien. In de laatste adem van Jezus aan het kruis ("hij gaf de Geest", Johannes 19, 30), en in het water en het bloed dat uit zijn zijde vloeide na zijn dood (Johannes 19, 30.34), onderscheidt Johannes een 'teken' de menselijkheid van Christus. Zijn bloedig offer, zijn gekruisigd lichaam, zijn voor hem als de bron van heil, waaruit de Kerk geboren wordt om te groeien in de genade van de Geest. Jezus’ verschijning op paasavond herneemt alleen maar deze werkelijkheid en stelt ze in een nieuw licht. Over de dood heen is ze de andere zijde van deze zelfde waarheid: de waarheid van "het Uur" van Jezus (Johannes 12, 23; 13,1; 17.1).



Spreken met beelden (2017)

Wij hebben volop Pasen gevierd. In de oudheid was zeven het getal van de volheid, en we hebben Pasen zeven maal zeven dagen lang gevierd: de volheid van de volheid! Pinksteren viert de volheid van Pasen. ‘Pinksteren’ betekent immers ‘de vijftigste dag’ (1).
Vijftig dagen nadat ze op Pasen de bevrijding uit Egypte en de doortocht door de Rode Zee hebben gefeest, vierden de joden op Pinksteren het Verbond dat gesloten werd tussen God en zijn volk Israël, en de gave van de Wet gegrift op stenen tafelen, gegeven op de Sinaï.
Vijftig dagen nadat we op Pasen de bevrijding van de mensheid hebben gevierd in de doortocht door de dood van de verrezen Jezus, sluiten wij het paasfeest af met ons Pinksteren, de gave van de Heilige Geest die de wet van de liefde schrijft in ons hart.
Akkoord, de heilige Geest werd reeds gegeven bij de dood van Jezus. “Hij gaf de Geest door”, zegt Johannes (‘paredôken to pneuma’, Johannes 19, 30), en Hij werd ook gegeven met de Verrijzenis, want op paasavond blaast Jezus over zijn leerlingen met de woorden: “Ontvangt de Heilige Geest” (Johannes 20, 22). Pinksteren toont ons hoe die gave van de Geest werkdadig wordt: zij barst uit haar voegen in de beginnende Kerk.

Hoe kunnen we spreken over de Geest? De Geest is onzichtbaar. Wij zullen beeldspraak moeten gebruiken. Maar zoals onze woorden, zo is ook onze beeldspraak te beperkt, te kort, te klein, om het mysterie van God of van de Geest uit te drukken. Ze kan enkel suggereren.
Dat horen we als bij Jezus’ doopsel Johannes de Doper van Jezus zegt: ”Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen en op Hem blijven rusten” (Johannes 1, 32). Als een duif: op de manier van een duif. Een duif blijft, ze is nestvast. Verzend een duif in een korf met de trein, en laat haar los, 600 km verder: ze komt terug op haar nest. Wij begrijpen het beeld: de Heilige Geest komt over Jezus als op zijn vaste verblijfplaats: Hij is de Zoon Gods, de volheid van de Geest is in Hem. Jezus is geboren uit de H. Geest, bewoond door de H. Geest. In de kracht van de Heilige Geest heeft Jezus als mens Gods liefde onder ons kunnen waarmaken.

Voor de neerdaling van de Heilige Geest op Pinksteren wordt er een ander beeld gebruikt. Over de apostelen daalt de Heilige Geest niet neer als een duif, maar “ze zagen iets dat op tongen van vuur leek: het verdeelde zich en daalde op ieder van hen neer” (Handelingen 2, 3). De Geest komt over de leerlingen als een oplaaiende vlam: ze hebben niet elk de volheid van de Geest, ze delen in de gave van de Heilige Geest. De Geest is gegeven aan de Kerkgemeenschap en allen ontvangen Hem in volgens zijn eigen gaven (1 Korintiërs 12, 11). De hoogste gave is die van de liefde (1 Korintiërs 12, 31-13, 13).

En van wie delen de apostelen de heilige Geest?
Om te zeggen dat het leven, het grote mysterie van het leven, van God komt, gebruikt de Bijbel als beeldspraak dat God de mens bij zijn schepping de levensadem inblaast (Genesis 2, 7). In het evangelie vandaag blaast Jezus zijn leerlingen de Geest in van God zelf, zijn Geest van Liefde. De Griekse tekst zegt letterlijk: “Jezus blaast in zijn leerlingen”(Grieks: “en-efusèsen”): Jezus “infuseert” de Geest. Hij geeft hen de Geest van liefde om te kunnen beminnen zoals hij zelf heeft bemind: Hij toont zijn leerlingen zijn verwonde handen en zijn doorstoken zijde. “Zoals de Vader mij gezonden heeft; zo zend ik u”, zegt Hij. Hij zendt ons, op onze beurt, met een liefde die kan leiden tot een doorstoken hart.

Zijn wij in staat om op eigen kracht te gaan tot daar? Jezus antwoordt op die vraag door ons zijn Geest te geven. Het is overigens wel voor een sterke missie dat wij de Geest nodig hebben: “Wier zonden gij vergeeft, hun zijn ze vergeven”. De zonde is communicatiestoornis met God en met de naaste. Door de zonde sluiten wij ons uit de vriendschap met God, blokkeren wij de uitwisseling met God. De Geest, die de communicatie is tussen de Vader en de Zoon, herstelt ons in die vriendschap, herstelt de communicatie met God en met de medemens.

Daarom heeft Jezus geen mooier geschenk voor zijn apostelen dan de gave van de Geest. Voor het eerst na zijn aanhouding, toen ze op de vlucht geslagen zijn, ziet Hij ze nu verenigd terug, en Hij geeft hun de Geest die vergeving schenkt. De Geest is communicatiekracht. Met de Geest krijgen zij de zending die vergeving op hun beurt door te geven aan alle mensen: ”zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend Ik u”. Zo zijn ook wij gezonden om vrede- en vreugdedragers te zijn in deze wereld, zaaiers van omgang met God. Vragen wij in de eucharistie licht en sterkte tot deze zending.

_
(1) Aanvankelijk was Pinksteren het Feest van de Oogst, dag van vreugde en dankzegging (Exodus 23, 16; Numeri 28, 26; Levitcus 23, 16v.). De eerstelingen van de vruchten der aarde werden geofferd, zie Exodus 34, 22, waar het feest de naam krijgt van ‘Feest der weken’ want het valt zeven weken na Pasen en de opdracht van de eerste schoof (vgl. Leviticus 23, 15). Pinksteren is het feest van het Verbond, het feest van de instelling van Israël als Godsvolk. Volgens de Joodse traditie, sloot God op Pinksteren een verbond met Noach, met Abraham en met Mozes. In Jezus’ tijd hernieuwden de monniken van Qumran daarom op Pinksteren hun geloften van trouw aan het Verbond met God.