Loading...
 

Lucas 19, 11-28

2 Geldbeurs

(Morguefile free stock photo license)


…page…

Lucas 19, 11-28: Een man gaat op reis

Lucas 19, 11-28 // Matteüs 25, 14-30



De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1637)

De leerlingen hadden gehoord wat Jezus zei. Ze dachten: We zijn nu dicht bij Jeruzalem. Zodra we daar zijn, begint Gods nieuwe wereld.
Maar omdat de leerlingen dat dachten, gaf Jezus hun een voorbeeld. Hij zei: ‘Een belangrijke man gaat een verre reis maken. Hij roept tien van zijn dienaren bij zich. Hij geeft ze alle tien geld en zegt: ‘Gebruik dit geld om nog meer geld te verdienen, totdat ik weer terugkom.’
Daarna gaat de man op reis naar een ver land. Daar wordt hij koning gemaakt van zijn eigen volk. Maar de mensen van zijn volk willen dat niet. Ze haten hem. Daarom sturen ze boodschappers naar het verre land met het bericht: ‘Wij willen die man niet als koning.’ Maar de man wordt toch koning, en hij gaat terug naar zijn land.

Als de man weer thuiskomt, roept hij zijn dienaren bij zich. Hij wil weten hoeveel ze verdiend hebben met zijn geld. De eerste dienaar komt en zegt: ‘Heer, ik heb met uw geld tien keer zo veel verdiend.’ ‘Uitstekend,’ zegt zijn heer, ‘jij bent een goede dienaar. Je hebt trouw gezorgd voor iets kleins. Daarom geef ik jou de leiding over tien steden.’
De tweede dienaar komt en zegt: ‘Heer, ik heb met uw geld vijf keer zo veel verdiend.’ En de heer zegt: ‘Ik geef jou de leiding over vijf steden.’

Maar dan komt de derde dienaar en die zegt: ‘Heer, hier is uw geld terug. Ik heb het voor u bewaard in een doek. Want u bent een strenge meester en ik ben bang voor u. Voor u is het nooit genoeg, u wilt altijd meer.’
De heer zegt: ‘Jij bent een slechte dienaar. Je weet dat ik een strenge meester ben. Dat heb je net zelf gezegd. Je weet dat het voor mij nooit genoeg is en dat ik altijd meer wil. Waarom heb je mijn geld dan niet naar de bank gebracht? Dan had ik het nu met rente terug kunnen krijgen.’
Daarna zegt de heer tegen de mensen om zich heen: ‘Pak het geld van deze dienaar af! En geef het aan de dienaar die tien keer zo veel verdiend heeft.’ De mensen antwoorden: ‘Maar heer, die dienaar heeft al het meeste geld!’
Dan zegt de heer: ‘Luister naar mijn woorden: Iedereen die veel heeft, krijgt nog meer. Maar iedereen die bijna niets heeft, raakt ook het laatste nog kwijt. En breng nu de mensen hier die niet wilden dat ik koning werd. Dat zijn mijn vijanden. Breng hen hier en dood hen.’’
Toen Jezus dat voorbeeld gegeven had, reisde hij verder naar Jeruzalem.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Jezus vertelde nog een gelijkenis, omdat Hij dicht bij Jeruzalem was
en men dacht dat het Rijk van God onmiddellijk zou aanbreken.

Hij zei: 'Een man van hoge komaf ging op reis naar een ver land om het koningschap te verkrijgen en dan terug te keren. Hij riep tien van zijn dienaren, gaf hun tien ponden en zei: "Doe daar zaken mee tijdens mijn afwezigheid."
Maar zijn landgenoten haatten hem en stuurden een gezantschap achterna om te zeggen: "Wij willen niet, dat deze man koning over ons wordt."

Toen de man, die het koningschap toch had verkregen, was teruggekeerd, liet hij de dienaren roepen aan wie hij zijn geld gegeven had. Hij wilde weten, wat ieder wat ze ermee hadden verdiend. De eerste kwam en zei: "Heer, je pond heeft er tien opgeleverd."
Hij antwoordde: "Uitstekend, je bent goede dienaar! Omdat je trouw was in iets kleins, geef ik je het bestuur over tien steden."

Toen kwam de tweede en zei: "Heer, je pond heeft er vijf opgebracht." Tegen hem zei hij: "Jij krijgt het bestuur over vijf steden."

Toen kwam de derde dienaar. Hij zei: "Heer, hier is je pond. Ik stopte het weg in een doek om het te bewaren. Ik was bang voor jou, omdat je een streng man bent, die terugeist wat je niet hebt gestort en oogst wat je niet hebt gezaaid."
Tegen hem zei man:" Ik zal je veroordelen met je eigen woorden, slechte dienaar. Je wist, dat ik een streng man ben, die terugeist wat ik niet heb gestort en oogst wat ik niet heb gezaaid. Waarom bracht je dan mijn geld niet naar de bank? Dan kon ik het bij mijn terugkomst met rente opvragen." En aan hen die erbij stonden, zei hij: "Neem hem dat pond af en geeft het aan hem die de tien ponden heeft."
Ze zeiden: "Meneer, die heeft al tien ponden."

"Ik zeg jullie: Aan ieder die heeft, zal gegeven worden. Maar aan wie niet heeft, zal nog ontnomen worden, zelfs wat hij heeft. En die vijanden van me, die mensen die niet wilden dat ik koning over hen werd: breng ze hier en steek ze voor mijn ogen neer."

Na deze woorden, trok Jezus verder naar Jeruzalem.



Stilstaan bij …

Gelijkenis
Een gelijkenis is een kort verhaal waarbij men een waarde, een begrip, plaatst naast een concreet gegeven dat er gelijkenis mee heeft, en het helpt te begrijpen.
Het woord ‘gelijkenis’ wordt in Vlaanderen vaak vervangen door ‘parabel’. Lees meer

Dienaar
Die dienaren waren meestal slaven, mensen van tweede rang. In de bijbel is er sprake van twee soorten slaven:
. vreemdelingen die gekocht werden, of tijdens een oorlog buitgemaakt waren.
. joodse mensen, die verkocht werden of zichzelf verkochten, om hun schulden te kunnen betalen.
Slaven waren werkzaam in bouwprojecten of deden dienst in huizen van rijke mensen.

Pond
= honderd drachmen.
Eén drachme, een Griekse zilveren munt, had de waarde van een kwart joodse sikkel (= dagloon van een arbeider).

Ieder die heeft, zal gegeven worden
Deze zin betekent: wie een goed gebruik maakt van wat hij heeft, zal meer krijgen. Wie geen gebruik maakt van wat hij heeft, zal alles verliezen.





Bij de tekst

Een historisch feit

In deze parabel werd het volgende historisch feit verwerkt:
Archelaüs, een van de zonen van Herodes de Grote, was naar Rome gereisd in het jaar 4 voor Christus, om er de titel ‘koning’ te ontvangen, net zoals zijn vader Herodes de Grote dat had gedaan. Enkele Joden en Samaritanen probeerden dit te verhinderen en zonden een delegatie naar Rome.
Uiteindelijk kreeg Archelaüs niet de titel van ‘koning’, maar die van ‘etnarch’ (= leider van een volk)
Uiteindelijk zetten de Romeinen hem in het jaar 6 na Christus af, omwille van zijn wanbestuur.



De betekenis die Jezus wellicht in zijn parabel legde

Met de ponden bedoelde Jezus de boodschap van het Rijk Gods die aan mensen toevertrouwd wordt.
Tegenover die boodschap kan men twee houdingen aannemen: zijn verantwoordelijkheid opnemen en deze boodschap verder doorgeven en realiseren of angstig en 'kleingelovig' zijn en niets doen met deze boodschap.



Een parabel...

... informeert over God en zijn Rijk
Het vertrouwen van de heer in zijn dienaren beeldt het vertrouwen van God in de mens uit.

... roept op tot een aangepaste levenshouding
waarbij men zijn ‘ponden’ gebruikt.





Suggestie

Grote kinderen

INLEVEN

Van een rijk man die op reis ging

(Naar: B. RABIJNS, Een bijbel vol maar wat doe je ermee, p. 58-59)

Materiaal
Minstens zes bouwstenen (kartonnen dozen)


Verloop
Vertel het volgend verhaal. Zet bij de aangeduide stukjes uit het verhaal, de bouwstenen op elkaar.

Er was eens een rijk man die naar het buitenland vertrok. Maar eerst riep hij drie van zijn knechten bij zich. Elke knecht kreeg de opdracht om voor een deel van het bezit van de heer te zorgen. De eerste knecht, Dennis, moest zorg dragen voor de weiden en velden met gewassen. Kurt, de tweede knecht, kreeg de zorg over het vee: de koeien, de paarden, de schapen enz. En Tom, de derde knecht, moest een oogje in het zeil houden op de boerderij zelf. De heer kon nu zonder zorgen op reis vertrekken.
Dennis zorgde goed voor de velden en de weiden, hij zorgde ervoor dat de weiden in de zomer besproeid werden zodat ze niet zouden verdorren door de zon (bouwsteen). Hij had geholpen bij het ploegen (bouwsteen) en bezaaien van de velden (bouwsteen) en later ook bij de oogst (bouwsteen), het was een goede rijke oogst geworden dat jaar.
Kurt, de tweede knecht, had het erg druk met het vee, elke maand ging hij naar de veemarkt en verkocht de dieren die er te veel waren op de boerderij (bouwsteen), ook slachtte hij enkele dieren voor de wintervoorraad (bouwsteen). De dieren waren zijn vrienden geworden en hij deed zijn werk met veel plezier.


De kinderen vullen in wat Tom allemaal zou kunnen doen...
Als ze Tom laten handelen in de lijn van wat de twee andere knechten doen, vertel je het vervolg van dit verhaal:

Maar Tom, die zag het allemaal niet zo zitten, hij had wel gezien dat de schuurdeur hoognodig moest worden gemaakt en dat de stallen moesten worden uitgemest, maar hij deed er niets aan omdat hij bang was dat de heer zijn werk niet goed zou vinden. Daarom liet hij maar alles zoals het was.


Bespreek:
- Wat zal de heer van het werk van Tom vinden?


De kinderen vergelijken het einde van hun verhaal met het einde van de Bijbeltekst.


TIPS
. Bouw met de groep verder aan de muur als symbool van 'bouwen aan het Rijk van God'.
Telkens er in de groep iets positiefs gebeurt, als er werkelijk wordt gewerkt en gebouwd aan het Rijk van God, plaatsen ze er een bouwsteen bij. 'Iedereen kan zijn steentje bijdragen'.


. Schrijf op elke doos de naam van een kind.
In de loop van het jaar schrijven de andere kinderen die doos vol met goede dingen van dat kind. Zo wordt de muur een opeenstapeling van alle mogelijke fijne momenten, ervaringen ...