Loading...
 

Marcus 14, 10-25

2 Feest


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Marcus 14, 10-25: Het laatste avondmaal

Marcus 14, 10-25 // Matteüs 26, 14-56 // Lucas 22, 14-38



De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1596)

Judas Iskariot, één van de twaalf leerlingen, ging naar de priesters.
Hij zei: ‘Ik zal jullie helpen om Jezus gevangen te nemen.’
De priesters waren daar blij mee. Ze wilden Judas er zelfs voor betalen.
En Judas begon na te denken over een goed moment om Jezus gevangen te nemen.
Het was de eerste dag van het Joodse Paasfeest.
Op die dag slachten Joden een lam voor de paasmaaltijd.
De leerlingen zeiden tegen Jezus:
‘Waar zullen we de paasmaaltijd voor vanavond gaan klaarmaken?’
Jezus stuurde twee leerlingen op weg.
Hij zei: ‘Ga naar de stad.
Daar zul je een man tegenkomen die een kruik met water draagt.
Ga achter hem aan totdat hij ergens naar binnen gaat.
Zeg dan tegen de eigenaar van dat huis:
‘Onze meester vraagt waar hij met zijn leerlingen de paasmaaltijd kan vieren.’
Dan zal die man jullie naar boven brengen.
Daar is een grote kamer, waar alles al klaarstaat.
Daar moeten jullie de maaltijd klaarmaken.’
De twee leerlingen gingen op weg naar de stad.
Alles ging precies zoals Jezus gezegd had.
De leerlingen maakten de paasmaaltijd klaar.
’s Avonds kwamen ook Jezus en de andere leerlingen.

Tijdens het eten zei Jezus: ‘Luister goed naar mijn woorden:
Eén van jullie zal mij uitleveren. Iemand die nu met mij eet.’
Daar werden de leerlingen verdrietig van.
Eén voor één vroegen ze aan Jezus: ‘Dat ben ik toch niet?’
Jezus antwoordde: ‘Het is één van jullie twaalf,
iemand die uit dezelfde schaal eet als ik.
De Mensenzoon zal sterven, dat staat in de heilige boeken.
Maar wat een ramp voor de man die mij uitlevert!
Die man had beter niet geboren kunnen worden.’

Tijdens het eten nam Jezus een brood. Hij dankte God.
Hij brak het brood in stukken en deelde het uit. Hij zei: ‘Kijk, dit is mijn lichaam.’
Daarna nam hij een beker wijn. Hij dankte God en liet de beker rondgaan.
Iedereen dronk eruit. En Jezus zei: ‘Dit is mijn bloed.
Als ik gedood word, zal mijn bloed vloeien.
Maar daardoor zullen veel mensen gered worden. Dat heeft God beloofd.’
Jezus zei ook: ‘Luister goed naar mijn woorden:
Vanaf nu zal ik geen wijn meer drinken.
Ik zal pas weer wijn drinken in Gods nieuwe wereld.’



Dichter bij de tijd

(C. LETERME, Map Bijbel in 1000 seconden, fiche die hoort bij Marcus 14, 1 - 15, 47)

Intussen ging Judas Iskariot, een van de twaalf apostelen,
naar de hogepriesters om Jezus aan hen over te leveren.
Die waren blij toen ze dat hoorden. Ze beloofden Judas daarvoor te betalen.
Daarna zocht Judas een goed moment om Jezus aan hen over te leveren.

Op de eerste dag van het joodse paasfeest, vroegen de leerlingen aan Jezus:
‘Waar wilt U dat wij het paasmaal voorbereiden?’
Daarop stuurde Jezus twee leerlingen weg met de opdracht: ‘Ga naar de stad.
Daar zullen jullie een man tegenkomen die een kruik water draagt. Volg hem,
en zeg aan de eigenaar van het huis waar hij binnengaat:
“De meester wil weten waar Hij met mijn leerlingen Pasen kan vieren?”
Dan zal hij een ruime bovenzaal tonen, die ingericht is en in orde is.
Maak daar het feestmaal voor ons klaar.’
De leerlingen gingen weg.
Ze kwamen in de stad en vonden alles zoals Jezus gezegd had.
Daar maakten ze het paasmaal klaar.
’s Avonds kwam Jezus aan met de twaalf apostelen.
Als ze aan tafel waren en aten, zei Jezus: ‘Echt waar, Ik zeg jullie, een van jullie,
die nu met Mij eet, zal Mij verraden.’
Bedroefd vroeg de een na de ander: ‘Ik ben het toch niet?’
Tijdens de maaltijd nam Jezus een brood, bad, brak het brood, gaf het hun en zei:
‘Neem, dit is mijn lichaam.’
Dan nam Hij een beker, bad een dankgebed en gaf de beker door.
Ze dronken er allemaal uit.



Stilstaan bij …

Judas
Judas had wellicht contacten met verzetsstrijders. Hij was misschien teleurgesteld in Jezus omdat Hij niet opriep tot een strijd tegen de Romeinen, zoals de meeste joden dat van de Messias verwachtten.

Het feest van het ongedesemde brood
Gedurende de paasweek mocht men geen gedesemd brood eten. Daags voor Pasen werd alle gedesemd brood uit de huizen verwijderd (vgl. grote schoonmaak).
Op die voorbereidingsdag werd tegen de avond het paaslam geslacht.

Desem
Werkt in deeg zoals gist. Het is een deel van het oude deeg dat men heeft laten gisten.

Bovenzaal
Deze zaal waar Jezus het laatste avondmaal vierde, wordt ‘Cenakel’ genoemd. In dit woord hoor je ‘cène’, het Franse woord voor avondmaal. Lees meer

Dopen in de schaal
Het avondmaal was bereid met groenten, peulvruchten en olijven. Iedereen at uit één kom.

Lichaam / bloed
In de woorden bij het delen van het brood en wijn, klinkt reeds door dat het niet alleen om de herdenking van de uittocht uit Egypte gaat, maar over het lichaam en bloed van Jezus.
Ook wordt er niet alleen over het lam gesproken, maar over het lichaam en bloed van Jezus.
Jezus herneemt dus het Sinaïverbond en bezegelt het met zijn bloed, met zijn leven. (‘Het nieuwe altijddurende verbond’)



Spreken met beelden

Bloed
= leven. Het bloed wordt gezien als de zetel van leven.

Brood
= symbool van wat het bestaan in stand houdt.

Wijn
= symbool van wat het leven begeestert, inspireert.





Bij de tekst

Wortel in het Oude Testament

Het gebeuren aan tafel is een hernieuwing van het verbond op de Sinaï. In Exodus 24, 6-8 is te lezen hoe Mozes het bloed van stieren over het altaar uitgoot en het over het volk sprenkelde. Door dit gebaar werd het verbond een feit.



Pesach, het joods paasfeest

De laatste keer dat Jezus met zijn apostelen at, vierde hij het joodse paasfeest, Pesach genoemd. Pesach herdenkt de bevrijding uit Egypte. Het feest begint met de sedermaaltijd. Dit is een maaltijd met verhalen, gebeden, zegeningen, gezangen en gerechten vol symbolische betekenis. Volgens een vast patroon (seder betekent: orde) wordt aan tafel het verhaal van de Uittocht uit Egypte verteld. Dit verhaal wordt ingeleid door de jongste aan tafel die vraagt: “Waarom is deze avond anders dan andere?”



Pasen, het christelijk paasfeest

Als christenen Pasen vieren, doen ze dit om Christus te herdenken (= niet louter 'stilstaan bij', maar overgaan tot handelen)
. zoals Jezus brood brak en deelde met zijn medemens ...
... zo ook willen zijn volgelingen delen met anderen, samen van zijn woord leven
. Zoals Jezus wijn dronk als herinnering van het verbond met God...
... zo ook willen zijn volgelingen hun verbondenheid met God beleven



Judas en Petrus met elkaar vergeleken

Judas Petrus
verraadt Jezus verloochent Jezus 3x
pleegt zelfmoord komt tot inkeer
wordt vervloekt krijgt vergiffenis






Bijbel en kunst

ANONIEM

Het laatste Avondmaal

5 Sant' Apollinare Nuovo

Mozaïek in Sant’ Apollinare Nuovo, Ravenna


“De kelk ontbreekt hier en in plaats van het offerlam krijgen we twee vissen en zeven broden in piramidevorm. De apostelen liggen aan rond een tafel die op Romeinse wijze gedekt is. De enen kijken bevreemd naar Jezus, de anderen naar Judas, in de war gebracht door zijn aanstaande verraad, want Jezus heeft hun zojuist gezegd: ‘Een van u zal mij verraden’. Petrus met het witte haar schijnt te vragen: ‘Ben ik het, Heer?’.”
(A. FROSSAERD, Het evangelie volgens Ravenna, Elsevier Brussel Amsterdam, 1985, p. 51)

Merk op: de zeven broden op deze mozaïek verwijzen naar de zeven broden in de teksten over de tweede broodvermenigvuldiging (Marcus 8, 1-9; Matteüs 15, 32-39).



D. BOUTS

Het laatste avondmaal
Dirk Bouts, geboren te Haarlem in Holland, vestigde zich in het midden van de XVe eeuw te Leuven.
Daar vroeg de Sacramentsbroederschap hem in 1464 om een drieluik te schilderen, dat als retabel op het altaar van de kapel van de broederschap in de Sint-Pieterskerk kon geplaatst worden.
In het middenpaneel moest het laatste avondmaal uitgebeeld worden, op de zijluiken vier taferelen uit het Oud Testament die men kan zien als voorafbeeldingen van de eucharistie:
- het verzamelen van manna in de woestijn,
- Melchisedech verwelkomt Abraham met brood en wijn,
- de profeet Elia die van een engel eten krijgt in de woestijn
- het eerste paasmaal.


Het middenpaneel stelt het 'laatste avondmaal' voor. De evangelisten situeerden deze maaltijd in de avond, maar D. Bouts schildert dit gebeuren in het daglicht, want Christus - het licht in de wereld - doet alle duisternis verdwijnen door zijn aanwezigheid.
D. Bouts schildert dit avondmaal in een interieur van zijn tijd: een gotisch interieur men zicht op een tuin en een plein in de stad. Let op de prachtige vloer en het houten plafond. (Zo'n vloeren zijn nu nog te zien in sommige kranskapellen van gotische kerken die niet onder een oorlog geleden hebben.)
Christus zit in het midden van een grote rechthoekige tafel samen met de twaalf apostelen. Hij zit er tussen de jonge Johannes en de oude Petrus (aan de rechterhand van Jezus!). De anderen zitten in groepjes van twee of drie.
Helemaal in het midden van het schilderij is de zegenende hand van Jezus boven de hostie en de kelk.
De leerlingen zitten rustig met gesloten mond. Ze staren voor zich uit of hebben hun ogen neergeslagen. Alleen Judas valt wat uit de toon: hij is donkerder dan de anderen en hij heeft zijn linkerarm in de lende.
Op de tafel ligt een lang stuk stof dat gebruikt werd als servet. Er staan ook glazen zoals ze gebruikt werden in de tijd van D. Bouts. Ook de tinnen schotel doet aan zijn tijd denken voor er sprake was van porseleinen borden. In het bord lijkt nog was saus te liggen. Een herinnering aan het paaslam dat het gezelschap zojuist heeft gegeten? En een verwijzing naar het joodse paasfeest (Dit zelfde bord is ook te zien op het linkse zijluik onderaan.
Er liggen ook een drietal messen op tafel. In de tijd van D. Bouts gebruikte men nog geen vorken. Messen werden meegenomen door de mensen zelf.
De beker waaruit Jezus zal drinken herinnert aan de beker die de priesters nu nog gebruiken bij een eucharistieviering.

Op het schilderij staan nog vier andere personen. Zij vallen op doordat ze staan buiten de groep apostelen en ze kleren aan hebben van gegoede burgers uit de tijd van Bouts. Een van hen staat vlak achter Petrus, een tweede bevindt zich bij het aanrechtkastje onder de galerij rechts en twee andere ziet men door een opengeklapt luik links van de schouw. Men vermoedt dat deze personen de opdrachtgevers (Broederschap van het Heilig Sacrament) waren. Op het zijpaneel dat de ontmoeting van Melchisedech met Abraham voorstelt komen ook twee figuren voor uit de tijd van D. Bouts. Wellicht waren dat de theologen Johannes Varenacker en Egidius Bailluwel die inhoudelijk advies gaven bij het tot stand komen van dit drieluik.




Suggestie
- Wie zie je?
- Wie is de belangrijkste figuur? Hoe maakt de kunstenaar dit duidelijk?
- Waarom wordt dit schilderij 'het Laatste Avondmaal' genoemd?
- Hoe zou jij je voelen als je weet dat het de laatste keer is dat je met iemand samen eet?
Vertel wat er voorafgegaan is aan het moment dat uitgebeeld wordt.
Vergelijk dit gebeuren met hoe de eucharistie nu gevierd wordt.

Laatste Avondmaal Eucharistie
brood breken brood breken
dankgebed dankgebed
Jezus zegt de priester zegt
beker beker
dankgebed dankgebed
Jezus zegt de priester zegt


Sta ook stil bij het tafellaken. Het laatste avondmaal was een feestmaaltijd, waarbij men vierde dat God zijn volk uit Egypte had gered. (Vgl. met de gewoonte om een tafellaken bij feestmaaltijden te gebruiken.)
Vergelijk met het doek dat op het altaar ligt.
Lees de woorden voor die de priester tijdens de consecratie voorleest (maak gebruik van een misboekje). Vertel dat Jezus deze woorden zelf uitsprak toen Hij voor de laatste keer met zijn vrienden aan tafel zat.
De hostie herinnert aan het platte ongegiste brood dat Jezus toen at.
De kelk herinnert aan de beker wijn die Jezus toen dronk.
Toen Jezus dat 2000 jaar geleden deed, zei Hij dat als zijn volgelingen zo brood eten en wijn drinken, ze daarbij aan Hem moeten denken. Daarom gaan gelovigen tot op vandaag naar de communie om aan Jezus te denken, zijn voorbeeld niet te vergeten en naar zijn woorden te leven.





Suggesties

Kleine kinderen

EVEN TESTEN

Het verhaal reconstrueren

Materiaal
Speelgoed van de kinderen (B.v.: playmobil; lego ... )


Verloop
De kinderen beelden het laatste avondmaal uit met behulp van speelgoedblokken.
Een paar voorbeelden.





INLEVEN

Naspelen

De kinderen spelen het verhaal van het Laatste Avondmaal na.



Tekenen

Laat de kinderen daarna op hun manier het schilderij van Da Vinci natekenen. (Eventueel maken ze daar een groepscollage van)
Of ze tekenen zichzelf aan de tafel van Jezus met zijn apostelen.
Ze kiezen daarvoor de plaats waar ze het liefst zouden zitten.
Nadien zeggen ze aan elkaar waarom ze precies die plek kiezen.





Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Feesten

(C. LETERME in Simon Plus, uitgeverij Averbode, 2008 nr 5)

Wanneer vieren mensen feest?
. Gebeurtenis in de familie (geboorte, verjaardag...)
. Kerkelijk feest (Kerstmis, Pasen...)
. Burgerlijk feest (oudjaar, Nieuwjaar...)
. Feesten naar aanleiding van een sacrament (doopsel, eerste communie, vormsel, huwelijk, priesterschap)
. ...

Bij feesten behoren typische gerechten.
Kennen de kinderen zo’n gerechten?
Bijvoorbeeld:
. Kerstmis: kalkoen, stronk
. Verjaardag: taart met kaarsjes op
. Pasen: lam, eieren


Bij sommige feesten hoort ook een verhaal:
Kerstmis - de geboorte van Jezus
Pasen - de verrijzenis van Jezus
Hemelvaart - Jezus leeft verder bij God
Pesach - de bevrijding uit Egypte


Toen Jezus voor het laatst met zijn vrienden aan tafel zat, vierden ze het joodse paasfeest. De joden vieren dan dat ze lang geleden uit Egypte konden vluchten waar ze slaven waren. Met hun paasfeest eten ze allerlei gerechten die aan Egypte en aan hun tocht uit Egypte doen denken.



KENNISMAKEN MET DE BIJBELTEKST

Prentbespreking

Toon een grote prent van het laatste avondmaal van Jezus.
De kinderen bekijken de prent in stilte.
- Wat zie je?
- Wie zie je?
- Wat doen ze?
- Wanneer gebeurde dit?
- Wat zei Jezus?
- Hoe voelden de leerlingen zich?
- Als jij erbij zou mogen zijn, op welke plaats aan tafel zou jij willen zitten? Waarom?





EVEN TESTEN

Invuloefening: Het Laatste Avondmaal

Laatste Avondmaal

In de volgende tekst ontbreken de woorden:
kruik; brood; paasfeest; paasmaal; bloed; verdrietig, twaalf.
Vul ze in op de goede plaats.

Nog één dag en dan is het paasfeest.
De joden vieren dan de uittocht uit Egypte.
God had zijn volk uit Egypte gered.
Ook Jezus wil dit ...........................
vieren met zijn leerlingen.
Hij zegt:
'Ga naar de stad. Daar zie je een man met een
....................... water.
Volg hem.
Hij zal jullie de zaal tonen
waar we het paasmaal kunnen vieren.'
De leerlingen vinden de zaal zoals Jezus gezegd heeft.
Ze maken het ........................ klaar.

Het is avond. Jezus zit met zijn ..........................
leerlingen aan tafel.
Hij zegt: 'Iemand van jullie zal Mij verraden.
De leerlingen worden ..................................
Zij vragen: 'Ik ben het toch niet?

Jezus antwoordt: 'Het is één van jullie.
Hij zal met Mij het brood eten.

Jezus neemt het brood. Hij dankt God en geeft het aan zijn leerlingen.
Hij zegt: Eet van dit ..........................,
Het is mijn Lichaam, voor jullie.

Na de maaltijd neemt Jezus de beker met wijn. Hij dankt God
en geeft de beker aan zijn leerlingen.
Hij zegt: Drink van deze beker.
Het is mijn ....................., vergoten voor jullie.




Zet in de juiste volgorde

Onder de maaltijd neemt Jezus het brood in zijn handen.
Hij zegent het, breekt het en geeft het aan zijn leerlingen.
Hij zegt: ‘Neem, dit is mijn Lichaam.’

Ze zingen samen een lied
om God te loven en te danken.
Daarna gaan ze naar de Olijfberg.

De leerlingen vragen aan Jezus:
‘Waar wilt U dat wij het paasmaal voorbereiden?’
En Jezus zegt: 'Een man zal een grote bovenzaal laten zien’

Dan neemt Jezus de beker en dankt God.
Hij geeft hun de beker. Ze drinken er allemaal uit.
Hij zegt: ‘Dit is mijn Bloed van het Verbond.’

De leerlingen vertrekken en gaan naar de stad.
Daar vinden ze alles zoals Jezus hun gezegd heeft.
Ze maken er het paasmaal klaar.



Correctiesleutel
De leerlingen vragen aan Jezus:
‘Waar wilt U dat wij het paasmaal voorbereiden?’
En Jezus zegt: 'Een man zal een grote bovenzaal laten zien’

De leerlingen vertrekken en gaan naar de stad.
Daar vinden ze alles zoals Jezus hun gezegd heeft.
Ze maken er het paasmaal klaar.

Onder de maaltijd neemt Jezus het brood in zijn handen.
Hij zegent het, breekt het en geeft het aan zijn leerlingen.
Hij zegt: ‘Neem, dit is mijn Lichaam.’

Dan neemt Jezus de beker en dankt God.
Hij geeft hun de beker. Ze drinken er allemaal uit.
Hij zegt: ‘Dit is mijn Bloed van het Verbond.’

Ze zingen samen een lied
om God te loven en te danken.
Daarna gaan ze naar de Olijfberg.





BELEVEN

Een bijzondere maaltijd

(naar: C. LETERME in Simon Plus, uitgeverij Averbode, 2008 nr 5)

Maak enkele van deze gerechten, zodat je met de groep kinderen ahw het laatste avondmaal van Jezus culinair kunt reconstrueren.


Charoset
vruchtenmoes: een mengsel van wijn, vruchten (bv. appels, noten, amandelen, vijgen, dadels, granaatappels) en specerijen (bv. gember, kaneel).

Recept
± 350 gr zoete appelen, 40 gr fijngehakte noten of amandelen, 40 gr bruine suiker, 1 theelepel kaneel, 2 eetlepels wijn of druivensap. Verdeel de appelen in vier parten. Rasp elk partje (als je de schil niet weg schilt, lukt dit vlot). Voeg alle overige ingrediënten hier aan toe. Roer alles goed door elkaar.

De bruine kleur van de charoset herinnert aan de klei waarmee de Israëlieten als slaven stenen moesten bakken in Egypte.


Maror
Bittere kruiden. B.v. mierikswortel, radijs, bittere sla.

Herinnert aan de bitterheid van de slavernij in Egypte.


Karpas
Elke soort groene groente, meestal peterselie. Kan ook selderij zijn, of kleine artisjokken of...
Het wordt in zout water gedoopt.

Teken van de lente, de vruchtbaarheid en van hoop voor de toekomst.
Herinnert aan de tranen door de Hebreeuwse slaven gestort.


Beetsa
gekookt of gebakken ei.

Symbool van leven, hoop.


Zróa
Een gebraden/geroosterd lamsbotje met een beetje vlees aan.

Herinnert aan het lam dat in Egypte werd geslacht.


Bij het joodse paasfeest horen ook matses, ongedesemde broden, broden die niet gerezen zijn en er uitzien als pannenkoeken.

Ingrediënten:
2 kopjes bloem, 1 kopje water

Kneed de bloem met het water tot het niet meer plakt en je er balletjes mee kunt maken. Rol die zo dun mogelijk uit met een deegrol, tot ze op pannenkoeken beginnen te lijken.
Prik met een vork enkele gaatjes in het deeg.
Bak de ‘pannenkoekjes’ in een voorverwarmde oven van 245 graden gedurende 6 tot 8 minuten. Ze zijn klaar als ze licht beginnen te kleuren.
Schep ze op en laat ze afkoelen.
(Matses zijn ook in sommige grootwarenhuizen te koop.

Herinnert aan het haastig vertrek van de Israëlieten uit Egypte waardoor ze geen tijd hadden om het brood te laten rijzen.




Schik het lokaal zo dat je een lange tafel hebt, waarop de gerechten (zie hoger) staan die je uitgekozen hebt. Voorzie rood druivensap als drank. Wijs de kinderen erop dat deze gerechten bijzonder zijn. Het zijn gerechten die de joden eten de avond van hun paasfeest. Ook voor hen zijn die gerechten bijzonder. Daarom is het de gewoonte dat de jongste die mee aan tafel zit vraagt: ‘Waarom is deze avond anders dan andere. Hierop antwoordt de oudste met het verhaal over de uittocht uit Egypte. (Dit verhaal is gemakkelijk in een kinderbijbel te vinden)

Vertel dat toen Jezus voor het laatst men zijn vrienden aan tafel was, dat dit was met het joodse paasfeest. Maar dan gebeurde iets wat zijn vrienden tot op vandaag blijven vertellen. Jezus nam brood, sprak er een dankgebed over uit, brak het én zei: ‘Dit is mijn lichaam.’ Daarna nam Hij de beker, sprak er een dankgebed over uit, gaf die door aan zijn vrienden én zei: ‘Dit is mijn bloed ....
Alles wat Jezus deed behoort tot de normale gang van zaken bij een joodse paasmaaltijd. Maar door te zeggen dat dit brood zijn lichaam was, en de wijn zijn bloed, koppelde Hij hieraan de betekenis van zijn leven. Als zijn vrienden en zijn volgelingen dit later zullen nadoen, zullen ze niet meer denken aan de uittocht van de joden uit Egypte, maar aan deze laatste maaltijd van Jezus.


Hou samen met de kinderen een kort feestmaal. Praat nog even door over wat ze zonet vernamen: Wat trof hen het meest in het verhaal?



HET PAASFEEST BIJ DE JODEN (PESACH)
Dit feest wordt thuis gevierd: de bewoners van het huis en hun gasten, herdenken bij het eten de slavernij in Egypte en de uittocht uit dat land.
. dit komt tot uiting in de symbolische betekenis van de spijzen
. dit wordt uitgesproken in antwoord op de vraag van de jongste deelnemer: ‘Waarom is deze avond anders dan anders?’
. gedurende de maaltijd worden vier bekers wijn op rituele wijze gedronken.
Elk van die bekers belicht een bepaald facet van het feest.


Verre voorbereiding
Gedurende de week die aan Pesach voorafgaat, worden alle broodkruimels uit het huis verwijderd


De feesttafel
Op de mooi versierde tafel staan:
. Kaarsen

. Wijnbekers
worden gevuld en gedronken als zegening en dank voor Gods daden.

. Schaaltjes zout water
Hierin worden de groenten gedoopt.
Het zoute water herinnert aan de tranen van de Hebreeuwse slaven.

. Matses (ongedesemd brood)
herinneren aan het haastig vertrek uit Egypte. De joden vertellen dat de Israëlieten geen tijd hadden om het brood te laten rijzen. Matses herinneren ook aan het brood dat ze in de woestijn aten. (restant van het vroeger feest van de eerstelingen van het veld - landbouwersfeest)

. De séder-schotel met:
bittere kruiden (O.a. mierikswortel)
herinneren aan de bitterheid van de slavernij in Egypte
vruchtenmoes (charoset)
heeft de kleur van het leem waarmee de Israëlieten in Egypte stenen maakten.
gebraden lamsbeentje
herinnert aan het lam dat in Egypte werd geslacht, de avond voor de Uittocht.
(restant van het vroegere feest van de eerstelingen van de kudde - nomadenfeest)
gekookt ei
symbool van nieuw leven, hoop, nieuw land.
Groene groenten (O.a. peterselie, selder…)
herinneren aan de vruchten van het nieuwe beloofde land, aan vrijheid.






VERTELLEN

Eucharistie vieren

(K. JANSSEN, Ik geloof dat ik geloof, uitgeverij Averbode, 1997, p. 47-49)

Sara en mama lopen de kerk uit. De eucharistieviering is afgelopen.
- Als ik voor het eerst in een kerk zou komen, zegt Sara,
zou ik zo'n eucharistieviering toch maar iets raar vinden.
Eerst al dat gepraat, en daarna dat gedoe met brood en wijn. Behoorlijk gek allemaal!
Mam haalt haar schouders op.
- Als je niet weet waarom mensen iets doen, ziet het er altijd vreemd uit.
Van een gebedsdienst in een moskee snappen wij ook niet veel.
Sara trekt nog een denkrimpel.
- Doen christenen dat al lang, eucharistie vieren?
- Meteen na Jezus' dood en verrijzenis zijn ze ermee begonnen.
Op de eerste dag van de week, de dag waarop Jezus verrezen is,
kwamen ze samen, voordat ze begonnen te werken.
Ze verzamelden nu eens bij de ene thuis, dan weer bij iemand anders.
Ze vertelden elkaar herinneringen of verhalen over Jezus. Ze baden samen.
En als ze brood en wijn dronken, dachten ze aan Jezus toen Hij voor het laatst met hen gegeten had.
Als ze dat deden, voelden ze Jezus dicht bij hen.
- Als je dat zo vertelt, lijkt het meer een vriendengroepje dat samenkomt, zegt Sara.
Dat is wel iets anders dan onze eucharistievieringen nu.
- Toch is het hetzelfde, antwoordt mama.
Na een poosje begonnen die leerlingen in hun samenkomsten teksten voor te lezen.
Een brief van Paulus, of van Johannes of een tekst over wat Jezus gezegd of gedaan had.
En dat doen we nog steeds. Door te luisteren naar wat Jezus ons te zeggen heeft,
en samen het brood te eten en te bidden, krijgt ons geloof telkens weer nieuwe vitamines.
- Maar je kunt toch ook alleen in de Bijbel lezen en alleen bidden, merkt Sara op.
Daarvoor moet je toch niet naar de kerk gaan.
Natuurlijk! zegt mama. Maar niemand houdt het vol om een heel leven lang in zijn eentje te geloven.
Mensen hebben elkaar nodig om hun idealen wakker te houden. We steunen elkaar.
Daarom is het fijn om bij een parochie te horen en samen eucharistie te vieren.
- Misschien zou het helpen als de mensen in zo'n eucharistieviering
zich wat meer ouden gedragen als elkaars vrienden, zegt Sara.
Maar ze zitten daar nu allemaal zo doodernstig. Volgens mij zien ze elkaar niet eens zitten!
Mama trekt lachend aan haar haren.
- Je overdrijft, maar eigenlijk heb je wel gelijk.





Jongeren

VERTELLEN

Meer dan duizend woorden

(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 3 juni 2015, p. 1)

In de nacht van 6 juni 1944 vertrokken heel veel schepen uit Engeland.
De soldaten moesten Europa bevrijden van de Duitse bezetting.
Ze landden in Normandië.
Het was verschrikkelijk. Vele soldaten sneuvelden op het strand.
Maar de invasie was geslaagd.
En de troepen konden het binnenland intrekken.

Eén van de soldaten toen was Jack, een Amerikaanse marinier.
Hij was een van de eerste om een dorp te bereiken.
Overal om hem heen was verwoesting, brand, dood, vernieling ...
Te midden van dit alles stonden twee mensen op hoge leeftijd:
een man en een vrouw.
Vol vreugde begroetten ze hun bevrijder
en nodigden hem uit in hun fel beschadigde huis.
Eindelijk vrij! Eindelijk begon voor hen een nieuw leven.
Zo lang hadden ze op dit moment gewacht.
Ze vonden geen woorden voor hun sterke emoties.
Toen verdween de man in de kelder.
Wat later kwam hij terug met een fles champagne.
Hij droeg ze fles als een kostbaar bezit.
Jack, die een andere taal sprak dan die twee oude mensen,
begreep dat ze deze fles hadden bewaard
om de bevrijding te vieren, waar ze zo lang naar hadden uitgekeken.
Hij was diep ontroerd door de buitengewone vreugde
van het samen drinken op deze bevrijding.

Sinds Jack terug in Amerika is,
drinkt hij elk jaar op het feest van de bevrijding een glas champagne.
Dan beleeft hij opnieuw de ontmoeting met die twee mensen
van wie hij niet eens de naam kende.





Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 23 maart 2016, p. 1)

Tweeduizend jaar geleden … dat is heel lang geleden.
Als we over die tijd willen spreken,
moeten we ons behelpen met voorwerpen of met teksten uit die tijd.
Die voorwerpen liggen niet voor het rapen
en zijn voor heel veel interpretaties vatbaar.
Woorden zijn al wat concreter, maar verstaan we ze wel goed?

Wat gebeurde in het verhaal hierbij, kunnen we ons levendig voorstellen.
Sommige mensen hebben die tijd nog meegemaakt,
en wie er niet bij was, kan zich daar toch een idee van vormen:
er bestaan foto’s, er zijn interviews en er zijn filmbeelden van.

Maar een gebeurtenis van tweeduizend jaar geleden,
dat is best wel heel lang geleden.
Toch komen christenen over de hele wereld
tijdens het weekend bijeen om een maaltijd in herinnering te brengen.
Dé maaltijd waarbij Jezus zei:
‘Als je van dit brood eet en van deze beker drinkt, denk dan aan Mij.’

Dat ligt eigenlijk wat moeilijker dan voor Jack uit het verhaal:
Jezus hebben we nooit gezien en alles wat we van Hem weten
is gekleurd door de evangelisten, die over Hem spraken
als de Messias, als de zoon van God.
De dynamiek die Hij op gang bracht
kunnen we alleen nog afleiden uit de geschriften
die de reacties weergeven van de mensen die Hem bezig zagen.
Zo kan het gebeuren dat een eucharistieviering
zijn oorspronkelijke spirit en dynamiek verliest.

Daarom is het goed dat er een Goede Week is.
Een week in het liturgisch jaar die heel dicht bij de historische Jezus staat,
die men gekruisigd heeft, tot verbijstering van al wie Hem volgde.
Want christenen komen niet zomaar bijeen in het weekend,
ze beleven opnieuw de aanwezigheid van Jezus,
die hen bevrijdt en bevrijd heeft
van al wat hen onderdrukt, op welk gebied ook.





De keizersgrachtkerk

(Bron Grandia in Kiezen en delen, een avontuur van dagen - vastenbrochure 2012, Kleopas)

Ik denk aan een avond in de Keizersgrachtkerk. We zaten met een aantal mensen om de tafel. Een van hen was Mohammed, gevlucht uit Marokko.
Ik vroeg hem: 'Waaraan dacht jij de eerste keer toen jij bij ons avondmaal vierde?'
'Ik dacht aan mijn dorp, aan de maaltijden daar. Als je als gast een stuk brood krijgt, ben je heilig. Dan mag niemand je iets aandoen. Als mensen samen het brood breken, is dat een teken van vrede. Dan kun je daarna elkaar de koppen niet inslaan.'

In het breken en uitdelen van brood word je een breekbaar en kwetsbaar mens. je opent je handen, je balt je vuisten niet, je deelt uit, je leeft vrede.
Is dat het niet waarvoor Jezus leefde? Dat mensen aan tafel zitten, joden en niet-joden, vrouwen en mannen, homo's en hetero's, Israëli's en Palestijnen, mensen zo verschillend, die samen eten van dat enen brood en juist omdat ze samen eten van dat enen brood voor elkaar heilig zijn, kwetsbare en breekbare mensen die er niet op uit zijn de ander te kwetsen en te breken?
Er gebeurt inderdaad iets wonderlijks met mensen die brood en wijn delen met elkaar. Ze worden andere mensen.





Overweging

Marc Gallant, trappist (Orval)

Een nieuw verbond

De oudste vermelding van de eucharistie bevindt zich in de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs, geschreven rond het jaar 57: “de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, nam het brood (1) … (1 Korintiërs 11, 23). Daaruit blijkt dat men reeds ruime tijd de eucharistie vierde als gedenkmaal van de dood van de Heer, en dat Paulus overlevert wat hijzelf ontvangen heeft. Deze instelling werd reeds verhaald in gewijde termen, zodat ze op hoofdzakelijk dezelfde wijze te vinden is bij Paulus en de drie synoptische evangeliën, die geschreven werden in de volgende generatie. Bij het einde van de eerste eeuw was de eucharistie zo gebruikelijk en was het instellingsverhaal zo vertrouwd, dat Johannes, altijd attent op geschiedkundige details, het niet nodig vindt het in zijn evangelie te herhalen. Het instellingsverhaal is reeds “cultuurerfgoed” geworden van de eerste christen gemeenschap.
Volgens de synoptici heeft Jezus het paasfeest willen vieren met zijn leerlingen (Marcus 14, 12 vv; Matteüs 26, 17 vv; Lucas 22, 7 vv). Johannes plaatst Jezus’ dood nochtans op het ogenblik dat te Jeruzalem het paaslam geslacht werd (Johannes 18, 28): Jezus heeft dus het Pascha niet kunnen vieren op de gebruikelijke datum (2). In alle geval heeft hij vernieuwd. Van de stichtingsritus van het Oude Verbond heeft hij de instelling gemaakt van het Nieuwe. Marcus’ tekst is kort en schematisch. Het is blijkbaar reeds een gevormde liturgische tekst die bondig Jezus’ woorden en optreden weergeeft.

De Meester gebruikt een ritueel dat bij de Joodse feestmaaltijd hoort. Als familievader die de ereplaats heeft aan tafel, neemt hij het brood en richt tot God een groot gebed van lof en dankzegging om al zijn gaven. Deze Joodse “zegening” is een plechtige akte waarbij de Israëlieten de Heer danken om hun redding en bevrijding uit de slavernij van Egypte. Na dit gebed breekt Jezus het brood en deelt het uit aan de genodigden. Merken wij op dat Marcus hier, woord voor woord, de bewoordingen herneemt die hij gebruikt heeft bij de twee broodvermenigvuldigingen (in Marcus 6, 41 en 8, 6), maar als Hij het brood geeft zegt Jezus hier: “Neemt, dit is mijn lichaam”. In Jezus’ taal, het Aramees, verwijst het woord “lichaam” niet naar het vlees van de mens, maar naar zijn hele “persoon”. Jezus geeft ons dus niet zijn vlees te eten - materialistische en westerse interpretatie. Hij kondigt aan dat dat zijn persoon aan de dood zal worden overgeleverd, en dat men aan de gave van zijn leven kan communiceren door dit brood te eten.

De betekenis van die gave wordt nog duidelijker door het woord dat Hij spreekt over de beker. Plechtig verklaart Hij: “Dit is mijn bloed van het Verbond, dat voor velen wordt vergoten” (Marcus 14, 23-24). Alle woorden hebben hier een ongewone densiteit. Met de beker wijn in de handen begint Jezus nogmaals God te “danken”. Deze Griekse uitdrukking heeft in het Nederlands het woord “eucharistie” (dankzegging) gegeven die het geheel van het ritueel aanduidt.

Iets is hier buitengewoon: tegen de joodse gewoonte in, hebben alle leerlingen gedronken aan dezelfde beker, deze van Jezus zelf, en dit nog vòòr Jezus er de betekenis van geeft. Dat is begrijpelijk. In de antieke godsdienstigheid van het Midden Oosten, die Leviticus (17, 11) en Deuteronomium (12, 2 3) overgenomen hebben, behoort het bloed toe aan de godheid, alsook het varkensvlees en het geitje gekookt in de melk van zijn moeder (Deuteronomium 14, 8, 21), voedsel dat in de Ugaritische teksten, aan de goden voorbehouden is.
Het leven behoort God toe, en het bloed werd beschouwd als het levensprincipe. De mens had er geen recht op, en er aan raken was zich buiten Gods gemeenschap zetten door onrein te worden. Om zijn leerlingen alle walging te besparen laat Jezus hen aan de kelk drinken, voor Hij er de betekenis van geeft. Hier zet Jezus de dingen op hun kop, en verandert hij totaal de courante betekenis. Daar waar aan het bloed raken onrein maakte en uit de gemeenschap van God sloot, betekent zijn bloed drinken hier juist de gemeenschap met Jezus. Een revolutie in het hoofd van de leerlingen!
In feite betekent de uitdrukking “mijn bloed” in Semitisch taalgebruik “mijn leven” (Leviticus 17, 14). Door de gewijde wijn tot zich te nemen drinken de leerlingen geen mensenbloed. Het zijn geen menseneters. Zij nemen deel aan het levensprincipe van de verrezen persoon van Christus, die op het kruis zijn leven gegeven heeft (1 Korintiërs 11, 17-34).

De woorden die volgen verduidelijken de zin die Jezus geeft aan zijn dood. Zijn vergoten bloed zal “het bloed van het Verbond” zijn. Op de Sinaï had Mozes aan de Israëlieten eerst de Wet voorgelezen, om daarna het eerste Verbond van Israël met God te sluiten met het bloed van geofferde jonge stieren (Exodus 24, 3-8). Door zijn dood zal Jezus stichten, hetgeen Paulus (1 Korintiërs 11, 25) en Lucas (22, 20) het “Nieuwe Verbond” noemen, dat gesloten wordt tussen God en de ganse mensheid. Jezus geeft immers aan zijn dood een “reddende” en universele betekenis: zijn bloed zal worden “vergoten voor velen”. De “velen” is een Semitische uitdrukking die de totaliteit van de mensen uitdrukt. Deze formule is een discrete verwijzing naar de lijdende Dienaar van Jesaja die sterft om de menigte met God te verzoenen (Jeseja 53, 12).

“Dat was Jezus’ afscheid. Zijn navolgers zullen niet verweesd achterblijven, de gemeenschap met Hem zal niet door zijn dood verbroken worden; zij zal doorgezet worden tot op de dag dat allen samen de beken van de “nieuwe wijn” zullen drinken in het Rijk van de Vader. Zij zullen de leegte niet ondergaan van zijn afwezigheid: door het Avondmaal te hernieuwen, zullen zij zijn gedachtenis kunnen herbeleven en zijn aanwezigheid.” (José Antonio Pagola: Jésus. Approche historique. Cerf. 2012, p. 381)

__
(1) Paulus gebruikt hier een woordenspel. Woord voor woord zegt hij: “Ziehier wat ik hernomen (Grieks: parelabon) heb van de Heer, en wat ik u her-gegeven (paredôka) heb: de Heer Jezus, in de nacht waarin hij werd over-gegeven (paredidoto), nam het brood …

(2) Het is niet onmogelijk dat het paasmaal met de instelling van de eucharistie plaats vond, niet de donderdag, maar de dinsdag. Volgens Annie Jaubert, vermelden de documenten van Qumran het bestaan, in Jezus’ tijd, van twee kalenders: de ene traditioneel en gevolgd door de Essenen, de andere van heidense oorsprong en gevolgd door de Farizeeën. De eerste vierde het Paasfeest de dinsdagavond. In de tweede kon Pasen vallen gelijk welke dag van de week (een vrijdagavond in het jaar van Jezus’ dood, vgl. Johannes 19, 21). Jezus zou dan de traditionele kalender gevolgd hebben … (A. Jaubert : La date de la cène. Paris, Gabalda. 1957, p. 134).