Loading...
 

Marcus 3, 1-6

2 Synagoge

(Morguefile free stock photo license)


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Marcus 3, 1 - 6: De man met de vergroeide hand

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1582)

Jezus ging weer naar de synagoge.
Daar was ook een man met een vergroeide hand.
De farizeeën letten goed op Jezus.
Ze dachten: Als hij die man beter maakt op sabbat,
kunnen we een klacht tegen hem indienen.
Jezus zei tegen de man: ‘Kom eens hier staan.’
Toen zei Jezus tegen de farizeeën: ‘Mag je op sabbat iets goeds doen?
Of is het beter om iets slechts te doen?
Mag je op sabbat iemands leven redden?
Of is het beter om iemand dood te laten gaan?’
Maar de farizeeën gaven geen antwoord.
Jezus keek hen aan.
Hij was boos en verdrietig omdat ze hem niet wilden begrijpen.
Jezus zei tegen de zieke man: ‘Steek je hand uit.’
De man stak zijn hand uit en meteen was de hand beter.
De farizeeën liepen weg. Ze maakten een plan om Jezus te doden.
Ze maakten dat plan samen met de dienaren van koning Herodes.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Jezus gaat weer naar de synagoge.
Daar is een man met een vergroeide hand.
De farizeeën houden Jezus in het oog:
als Jezus de man op sabbat geneest, kunnen ze Hem beschuldigen.
- Kom eens hier, zegt Jezus tegen de man met de vergroeide hand:
En aan de farizeeën vraagt Hij:
- Moet je op sabbat goed doen of kwaad? Moet je een leven redden of doden?’
Maar de farizeeën zwijgen.
Dan Hij kijkt hen stuk voor stuk aan.
Hij is kwaad en verdrietig, want hun hart is hard als steen.
- Strek uw hand, zegt Jezus tegen de man.
Dat doet de man en zijn hand wordt weer gezond.

Wanneer de farizeeën buiten de synagoge zijn,
maken ze samen met de dienaren van koning Herodes plannen om Jezus te doden.



Stilstaan bij...

Synagoge
Dit Griekse woord betekent bijeenkomst, vergadering.
In een synagoge komen joden bijeen om te bidden (God loven en danken) en de bijbel (het woord van God) te bestuderen. Synagogen ontstonden tijdens de Babylonische ballingschap, toen de joden niet meer naar de tempel in Jeruzalem konden gaan. Ze zijn niet alleen religieus, maar ook sociaal gezien een belangrijke plaats.

Vergroeide / Verschrompelde hand
In de nieuwste vertaling van de Bijbel is er sprake van een vergroeide hand. Meestal heeft men het over een 'verschrompeld ' hand, en soms ook over een 'verlamde' hand. Het Griekse woord dat daarmee vertaald werd betekent 'dor' of 'droog'.
Het blijkt dus te gaan om een handicap. Voor de joden uit die tijd had zo’n handicap te maken met ‘kwaad’. Men ging mensen met een handicap uit de weg omdat men meende dat ze een of andere zonde hadden bedreven, waarvoor God ze had gestraft.

Versteend hart
De concrete mens en onze verantwoordelijkheid tegenover hem, interesseert de farizeeën niet. Wat hen wel interesseert is de naleving van de voorschriften, de handhaving van het systeem.
Wat hen ook interesseert: zal Jezus zich aan de voorschriften houden? (Wanneer Hij dat niet doet, kunnen ze hem aanklagen!)

Herodianen
Dienaren van koning Herodes





Bij de tekst

Bedoeling

In de tijd van Jezus had men rond de sabbat een net van voorschriften gesponnen die dit gebod bijzonder ingewikkeld en zwaar maakten. Zo kwam het dat de sabbat niet meer ervaren werd als een geschenk, maar als een bijna ondraaglijke last. De Farizeeën wilden de wet tot in de puntjes uitvoeren en verloren daarbij uit het oog dat het doel niet de wet is, maar de liefde tot God en de naaste. De wet is hierbij alleen maar een hulpmiddel.

Jezus neemt het de Farizeeën kwalijk dat ze door hun omschrijving van de sabbatwet, mensen verhinderen het goede te doen. Iemand die in nood is, niet helpen, ook al is het sabbat, stelt Jezus gelijk aan het doden van de mens en noemt hij kwaad.



Wortels in het Oude Testament

In de tekst van Marcus zijn verwijzingen terug te vinden naar de uittocht uit Egypte:
. Dat Jezus de man vraagt om zijn arm uit te strekken,
- doet denken aan Mozes die met uitgestrekte arm het water van de Rietzee (Rode Zee) doet splitsen.
- doet denken aan God die de Israëlieten met 'sterke hand en uitgestrekte arm' uit Egypte heeft geleid. (Deuteronomium 5, 15)

. Dat de Farizeeërs verstokt zijn,
doet denken aan de houding van de Farao die geen oren had naar de verzuchtingen van de Israëlieten.




Bijbel en kunst

J. TISSOT

De man met de verschrompelde hand (1890)

5 Tissot

Aquarel over grafiet op grijs velijnpapier
(Brooklyn Museum, New York)



James Tissot (1836-1902) was een Frans schilder en illustrator. De laatste 17 jaar van zijn leven schilderde hij vooral Bijbelse taferelen.





Suggesties

Kleine kinderen

INLEVEN

‘Foto’ (bibliodrama)

Vertel of lees eerst het verhaal voor.
Roep dan een kind in het midden van de kring, en vraag het om de houding van de man uit te beelden die op Jezus afkomt. Roep nadien een ander kind in de kring om de houding van Jezus uit te beelden. Daarna wordt aan drie kinderen gevraagd de afwijzende houding van de Farizeeën uit te beelden.

Bij elke uitbeelding geven de andere kinderen suggesties en adviezen over wat in die houding duidelijk te zien zou moeten zijn. Wanneer de uitbeelding aan de verwachting beantwoordt, mogen de kinderen die een houding uitgebeeld hebben terug op hun plaats.

Daarna komen de drie ‘partijen’ bijeen om het gebeuren in zijn geheel uit te beelden.

Dan krijgen de kinderen die iemand uitgebeeld hebben, de kans om te verwoorden wat ze gevoeld en ervaren hebben bij het uitbeelden van hun personage.





Grote kinderen

EVEN TESTEN

Waar of niet waar

. De eerste zorg van de farizeeën is het naleven van de wet. (waar)
. Jezus overtreedt de Wet met opzet. (niet waar)
. De eerste zorg van Jezus is de man met de vergroeide hand. (waar)
. Jezus wil niet dat de farizeeën van gedacht veranderen. (niet waar)
. De farizeeën zijn blij dat Jezus de man met de vergroeide hand geneest. (niet waar)
. De herodianen willen Jezus doden. (waar)





INLEVEN

Interview

Vertel eerst het verhaal. Laat dan de kinderen in een driehoek zitten. Elke zijde staat voor iemand anders in het Bijbelverhaal: de man met de vergroeide hand, Jezus, de Farizeeën.
Stel telkens één vraag aan één van de drie 'groepen'. Laat de kinderen die vragen beantwoorden vanuit hun persoonlijk aanvoelen of vanuit de kennis die ze hebben van die tijd. Zorg ervoor dat je alle kinderen aan het woord laat komen over het geheel van de vragen.

Stel de volgende vragen aan de verschillende personen:
aan de man met de vergroeide hand:
- Wat is er met jou aan de hand (letterlijk)?
- Hoe denken de mensen over jou? Heeft dat gevolgen voor jouw leven?
- Wie zou je kunnen helpen? Van wie verwacht je geen hulp?

aan de Farizeeën
- Wat vinden jullie van Jezus? Waarom controleren jullie hem zo?
- Wat heb je erop tegen dat Jezus die man met de vergroeide hand geneest?
- Waarom willen jullie Jezus dood?

aan Jezus
- Waarom wil je die man met de vergroeide hand genezen?
- De Farizeeën zijn van plan je te doden. Ga je dan nog die man genezen? Waarom?
- Wat vind je van de farizeeën?



Julie valt

Die ochtend was de weg spiegelglad.
Julie, Marie, Lara en ik hielden elkaar bij de hand.
Heel voorzichtig schuifelden we over de stoep.
Plotseling gleed Julie uit. Ze kwam bovenop haar been terecht.
We gierden het uit. Tot we Julies gezicht opmerkten.
Haar ogen stonden vol tranen.
Ze probeerde op te staan,
maar ze zakte telkens weer door haar knieën.
Ze kreunde van de pijn.
- Je moet terug naar huis. De dokter moet komen, zei Marie.
- Dat kan niet. Zo ver raak ik nooit, huilde Julie.
Marie duwde haar schooltas en die van Julie in de handen van Lara:
- Ik ga met haar terug naar huis. Als ze op mij steunt, komen we er wel.
Zorg jij voor de schooltassen, Lara?
- Ah nee, zoiets mag niet. Straks kom je te laat op school en dat mag niet!
- Wel dan ben ik te laat, riep Marie. Of laten we Julie in de kou zitten?
Ga jij maar naar school ...



- Wie reageert op de goede manier?
Leg uit waarom.
- Wie reageert niet op de goede manier?
Leg uit waarom.



Correctiesleutel
Wie reageert op de goede manier?
Hierbij zijn verschillende antwoorden goed:

“De dokter moet komen”
= goed, want dat meisje heeft de ernst van de situatie gezien en reageert op een volwassen manier.

“Ik ga met haar terug naar huis”
= goed, want hieruit blijkt de zorg voor haar vriendin

“Ik kan hier niet blijven, want straks kom ik te laat op school”
= slecht
Op het eerste zicht kunnen kinderen dit ook een goede reactie vinden, want ze mogen niet te laat komen op school (= wet), maar vanuit het verhaal gebaseerd op Marcus 2, 23-28 weten ze dat in noodsituaties de mens belangrijker is dan de wet.

Het geweten wordt gevormd door het navolgen van de wet.
Maar soms moet het geweten van die wet loskomen
wanneer het gaat om de liefde voor de medemens.






REFLECTEREN

Geweten

Geweten
Als men zegt dat mensen een geweten hebben, wil dat zeggen dat ze in zichzelf beseffen wat goed en kwaad is.
Het geweten van christenen zegt dat de liefde voor de medemens het belangrijkste is. Of die medemens een vriend, een vreemdeling of een vijand is, heeft geen belang.


- Ken je een situatie waarin je eerst niet goed weet wat je moest doen?
De kinderen vertellen die situatie of beelden die uit.
Bespreek nadien of ‘goed handelen’ in dit geval handelen was volgens de wetten of volgens het geweten.

Mogelijke vragen:
- Heb je ook al eens meegemaakt dat ‘goed doen’ niet overeen kwam met regels of wetten?
- Heb je zelf ook al eens iets meegemaakt waarbij je geweten iets anders zegt dan een wet of een reglement. Dat was toen ...
- 'Goed doen' komt niet altijd met de regels of de wet overeen. Heb je dat wel eens meegemaakt?


Belangrijk
Het geweten wordt gevormd door het navolgen van de wet. Maar soms moet het geweten loskomen van die wet wanneer het gaat om de liefde voor de medemens.





VERTELLEN

Wat je waard bent

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Averbode 2007, p. 354)

Een meester nam een briefje van 50 euro
en vroeg aan zijn leerlingen:
‘Wie van jullie wil dit briefje?’
Alle handen gingen omhoog.
Toen frommelde hij het briefje en vroeg:
‘Wie wil dit briefje nog krijgen?’
De handen bleven in de lucht.
Toen liet hij het briefje
op de grond vallen,
trapte erop met zijn schoenen
en raapte het toen op.
Het was helemaal verkreukt en vuil.
‘Is er nog iemand die dit briefje wil?’
Alle handen opnieuw de lucht in.

Toen zei de meester:
‘Wat ik ook deed met het geldbriefje,
jullie wilden het steeds hebben,
want het verminderde niet in waarde:
het bleef 50 euro waard.
Vaak worden mensen in hun leven getrapt,
opzij geschoven,
door het slijk gehaald,
door wat wij zeggen,
of door allerlei omstandigheden.
Ze denken dan dat ze niets meer waard zijn.
Maar wat er ook gebeurd is of zal gebeuren,
ze blijven hun waarde behouden.’





Overwegingen

A. W. Wilson Tozer

Het verschil

"Een farizeeër is moeilijk voor anderen en gemakkelijk voor zichzelf, een spiritueel mens is gemakkelijk voor anderen en hard voor zichzelf."



Patrick van der Vorst

Uitgesloten

Het feit dat deze arme man zat, maakte zijn uitsluiting duidelijk. In de tijd van Jezus zat de onderwijzende rabbijn in de synagoge en wie 'mocht' luisteren, stond rond de leraar. Dus vrouwen, kinderen en wie ziek of niet bekwaam geacht werd om deel te nemen aan de dialoog, zaten achterin de synagoge. Jezus had de man kunnen genezen terwijl hij zat, maar door de man te vragen op te staan, geeft Hij aan dat de man weer wordt opgenomen en op het punt staat deel te nemen aan de leer. Dit kan de Farizeeën net zo van streek gebracht hebben als de genezing zelf.