Loading...
 

Matteüs 15, 29-37

2 Brood

(Morguefile free stock photo license)


…page…

Matteüs 15, 29-37: Jezus geeft veel mensen te eten

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1637)

Jezus ging weer verder, naar het Meer van Galilea. Daar ging hij zitten op de berg. Grote groepen mensen kwamen naar hem toe. Ze brachten veel zieken mee: mensen die niet konden lopen, mensen met vergroeide benen, blinden en doven. Al die mensen werden bij Jezus gebracht en hij maakte iedereen beter. Mensen die niet konden lopen, liepen nu rond. Mensen met vergroeide benen waren genezen. Blinde mensen konden nu zien. En dove mensen konden nu horen en spreken. Iedereen die zag wat er gebeurde, was verbaasd. En iedereen dankte de God van Israël.

Jezus riep zijn leerlingen bij zich. Hij zei: ‘Ik maak me zorgen over de mensen. Ze zijn nu al drie dagen hier zonder eten. Ik wil ze niet met honger wegsturen. Anders houden ze de reis naar huis misschien niet vol.’ De leerlingen antwoordden: ‘Hoe komen we aan genoeg eten voor al die mensen? Hier is niets te krijgen.’ Jezus vroeg: ‘Hoeveel eten hebben we bij ons?’ De leerlingen antwoordden: ‘We hebben zeven broden en een paar vissen.’ Toen zei Jezus tegen de mensen dat ze op de grond moesten gaan zitten. Hij nam het brood en de vis, en dankte God voor het voedsel. Daarna brak hij het brood en de vis in stukken. Hij gaf het aan de leerlingen, en zij gaven het aan de mensen. Alle mensen konden eten zo veel als ze wilden. Daarna haalden de leerlingen het eten op dat over was. Het waren zeven manden vol.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Op een dag trok Jezus langs het meer van Galilea.
Hij ging de berg op en zette zich daar neer.
Heel veel mensen kwamen naar Hem toe.
Ze brachten verlamden, gebrekkigen, blinden, stommen
en vele anderen met zich mee om ze aan zijn voeten neer te leggen.
Hij genas hen, tot verbazing van het volk
dat zag hoe stommen spraken en gebrekkigen gezond werden,
verlamden liepen en blinden konden zien.
En ze verheerlijkten de God van Israël.

Jezus riep zijn leerlingen bij zich en zei:
‘Ik heb te doen met al deze mensen:
ze zijn al drie dagen bij Me, zodat ze nu zonder voedsel zijn.
Maar Ik wil hen niet laten gaan
zonder dat ze eerst gegeten hebben,
want Ik vrees dat ze anders onderweg zullen bezwijken.’
Maar de leerlingen merkten op:
‘Waar vinden we in deze eenzame streek genoeg brood
om al die mensen eten te geven?’
Jezus vroeg: ‘Hoeveel broden hebben jullie?’
‘Zeven’, zeiden ze, ‘en wat visjes.’
Toen vroeg Hij de mensen om op de grond te gaan zitten
en nam Hij de zeven broden en de vissen.
Toen Hij het dankgebed uitgesproken had, brak Hij ze
en gaf ze aan de leerlingen, die ze aan de mensen gaven.
Allen aten tot ze geen honger meer hadden.
Daarna haalden ze zeven volle manden op met overgebleven brokken.



Stilstaan bij …

Brood
Als basisvoedsel is brood een beeld voor leven.
Brood en leven liggen zo dicht bij elkaar dat mensen die iets nodig hebben om in leven te blijven zeggen: 'Ik heb dat broodnodig'. Zo spreekt Johannes over Jezus als 'Het brood van het leven' (Johannes 6, 35).

Zeven
Dit aantal broden is anders dan in het eerste broodwonder. Dit kan wijzen op een andere context waarin dit verhaal werd verteld:
het eerste wonder zou men moeten zien in een joodse context (twaalf: verwijst naar de twaalf stamen van Israël), het tweede wonder in een universele context (zeven is het getal van de volledigheid en zo het getal voor de hele wereld).

Vissen
De eerste christenen die Grieks spraken, namen die vissen over in hun beeldspraak. Elke letter van het Griekse woord voor vis (IXTUS) was de beginletter van vijf woorden die de betekenis van Jezus weergeven: Ièsous Christos Theou (H)uios Sootèr
(Jezus, CHristus, Zoon van God, Redder).

Dankgebed
In de Griekse tekst staat hiervoor het werkwoord ‘eucharistein’. Dit kan erop wijzen dat de eerste christenen al de gewoonte hadden om eucharistie te vieren toen Matteüs over dit wonder schreef. Een bijeenkomst waarbij ze God dankten om ‘brood en wijn’ en ook om Jezus Christus.





Bij de tekst

Een kijk op Jezus

Goed mens
Hij is iemand vol zorg en kommer voor zijn medemens in nood. Hij roept zijn volgelingen op om ook de nood van mensen te zien en er iets aan te doen.

Messias
De rabbijnse literatuur schrijft over het Rijk van de Messias, met beelden van een grote maaltijd en van een nieuw mannawonder.
'... en dan zal de Messias beginnen zich te openbaren.
... de aarde zal tienduizendvoudig vrucht dragen; en aan de wijnstok zullen duizend ranken groeien, en een rank zal duizend druiventrossen dragen, en een bes zal een kor (= 360 liter) wijn geven. En zij, die honger hebben geleden, zullen genieten in overvloed; bovendien zullen zij elke dag wonderen zien gebeuren... En in die tijd zal het manna weer uit de hoogte neervallen.’
(Syrische Baruch-apokalyps ± 130 voor Christus)
Jezus is voor zijn volgelingen deze lang verwachtte Messias.

Brood van het leven
Van in het begin legden christenen een verband tussen de broodvermenigvuldiging en de eucharistie: Jezus zelf is het echte brood. Zoals brood kracht geeft, zo zijn de woorden van Jezus voor de gelovigen en zo moeten ook ze 'brood' zijn voor elkaar.

Nieuwe Mozes
De overvloed na het tekort doet vermoeden wat mogelijk wordt als God zijn volk weer nabij komt zoals vroeger, toen Hij veertig jaar lang de Israëlieten tijdens hun tocht door de woestijn elke dag genoeg te eten gaf.



Wortels in het Oude Testament

. Met het verhaal van de broodvermenigvuldiging wilden de evangelisten duidelijk maken dat Jezus, net zoals God, zijn volk niet in de steek laat. (vergelijk met het verhaal over het manna)

. “Komt allen die dorst hebt, hier is water; en gij, die geen geld hebt, komt, koopt koren en eet zonder geld, en drinkt zonder betaling wijn en melk. Waarom besteedt gij geld aan wat geen brood is, en uw loon aan iets wat niet verzadigt? Luistert aandachtig naar Mij, en gij zult eten wat goed is, en uw honger stillen met uitgelezen spijs. Neigt uw oor en komt naar Mij, luistert en gij zult leven; een eeuwig verbond zal Ik met u sluiten, een blijk van mijn blijvende trouw aan David gezworen.” (Jesaja 55, 1-3)

In het licht van Jesaja 55, 1-3, is de tekst over de wonderbare broodvermenigvuldiging op de eerste plaats het verhaal van mensen die Jezus achterna gaan om zich te voeden met zijn woord. Zo wordt de broodvermenigvuldiging het beeld van het stillen van de geestelijke honger van de mensen, de honger naar wat hun leven zinvol kan maken.



Een belangrijke tekst

Dat Jezus veel mensen te eten geeft komt op zes verschillende plaatsen voor in het Nieuwe Testament.
Klik hier als je deze teksten naast elkaar wilt lezen.
Dat er zoveel versies zijn, toont aan hoe belangrijk de eerste christenen het vonden om dit door te vertellen. Wie deze zes teksten zorgvuldig leest, vindt er vele verwijzingen naar het laatste avondmaal van Jezus en naar de eucharistie ('Breken van het brood').





Bijbel en kunst

T. ROSLIN

Het voeden van vierduizend man (1262)

5 Toros Roslin

Toros Roslin (1210/1216 – 1270) was een belangrijk middeleeuwse illustrator in Armenië.

Deze miniatuur staat in een manuscript dat gemaakt werd in het scriptorium van Hromkla, een toonaangevend artistiek centrum in Armenië in de 13e eeuw.
De aanpak van Toros was in zijn tijd nogal onconventioneel: de miniaturen beslaan soms het volledige blad, soms een deel ervan en soms staan ze in de tekst zelf.
Omdat de stijl van de afbeeldingen en de uitvoering soms wat verschillen, vermoedt men dat hij assistenten had die hem hielpen bij het illustreren.


Merk op: Jezus staat niet in het midden, maar helemaal rechts. Hierdoor valt de aandacht op de handeling van de leerlingen.





Suggesties

Kleine kinderen

VERKENNEN

Brood, een wonder

(naar C. LETERME in Simon plus, uitgeverij Averbode, 2004 nr 7)

Materiaal
broodje, meel, korenaar, graankorrels


Verloop
Toon brood van bij ons
- Wat is nodig om brood te bakken? (meel, gist, water, ev. vetstof, suiker)
- Waar komt meel vandaan?
- Waar komen tarwekorrels vandaan?
(van korrels die gezaaid werden en in de grond ontkiemden tot kleine plantjes)
Indien je genoeg tarwe-aren hebt, geef je er aan elk kind één. Laat ze voorzichtig de aar uitwrijven en de graankorrels ontdekken. Verzamel die in een bord. Laat de kinderen ook van de korrels proeven – indien je grof bruin brood bij hebt, kun je ze de korrels in het brood laten terugvinden.
- Wie zorgde ervoor dat dit korreltje kon groeien?
(het korreltje zelf - kiemkracht; de natuur - zon, regen, groeikracht van de aarde; de boer - voorbereidend werk: ploegen, bemesten…)

Er worden in de wereld vele soorten brood gegeten.
- Waarom is het eten van brood belangrijk?
(Omdat nogal wat kinderen meer vertrouwd zijn met ontbijtgranen, kun je erbij stilstaan dat dit een andere manier is om granen te eten)

Sta ook stil bij de woorden van het Onze Vader: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’





VERTELLEN

De boterhamdoos

(C. LETERME e. a., Zes kruiken wijn, Standaard educatieve uitgeverij, 1994, p. 77)

Het is middag.
De kinderen mogen naar huis om te gaan eten.
Eerst mag de klas van Juf Mia naar buiten
en dan de klas van juf Janneke.
De kinderen die niet naar huis gaan,
mogen al naar de eetzaal.
Lien begint te huilen.
Haar vriendjes vinden dat heel vreemd:
Lien is toch niet gevallen
en niemand heeft haar pijn gedaan.
Thomas komt naar Lien toe.
‘Wat is er, Lien, waarom huil je zo?’
‘Ik heb mijn boterhamdoos niet bij me,’ snikt Lien,
‘en ik moet op school blijven,
want mijn papa en mama zijn de hele dag weg.’
Lien huilt dikke tranen.
Dan komt Alec.
Hij zegt: ‘Je krijgt een boterham van mij.’
Elke ziet dat en zegt: ‘Van mij krijg je een stuk appel.’
Thomas zegt:
‘Ik heb nog wat chocolade voor je.’
En van Tine mag Lien meedrinken.
Lien krijgt zo veel te eten van haar vrienden,
dat zij zelfs nog een groot stuk chocolade over heeft.
Als ze klaar zijn met eten,
mogen alle kleuters naar de speelplaats,
ook Lien en haar vrienden.
Lien huilt al lang niet meer.
Dat kan ook niet als je zulke vrienden hebt.




Onverwacht bezoek

(C. LETERME e. a., Zes kruiken wijn, Standaard educatieve uitgeverij, 1994)

Lien en Sam hebben de hele middag gespeeld.
Mama is net thuis van haar werk.
Daar gaat de bel.
Lien en Sam hollen naar de voordeur.
Wie staan daar?
Oom Jos en tante Greet, met kleine Annelies.
Lien en Jan zijn heel erg blij.
Nu kunnen ze Annelies nog eens knuffelen en bewonderen.
Ook mama is blij verrast met dit onverwachte bezoek.
'Wil je wat drinken?' vraagt mama
en ze pakt alvast wat glazen uit de kast.
Intussen begint iedereen te praten en nieuwtjes te vertellen.
De tijd vliegt zo voorbij, niemand let erop.

Tot ineens...
Oh, wat is het laat geworden!
Mama vraagt oom en tante of ze blijven eten.
Ze gaat naar de keuken.
Maar wat ziet ze: het brood is op.
Wat moet ze nu beginnen?
De bakker is nu al een tijdje gesloten, en mama kan toch niet zeggen
dat tante en oom zomaar zonder eten naar huis moeten gaan.
Daarvoor is het nu toch veel te laat!
Mama kijkt nog een tweede keer in de keukenkast:
er is nog bloem olie en suiker.
En in de koelkast staat nog melk.
Dan denkt mama: 'Als ik nu nog wat eieren had,
dan kon ik pannenkoeken bakken.'
'Lien,' roept mama,
'loop eens naar de buren
en vraag beleefd of je een paar eieren mag hebben.'

Natuurlijk mag dat!
Samen met tante Greet begint mama alles klaar te maken om te bakken.
En even later smullen ze met z'n allen van de heerlijkste pannenkoeken.
Het is net alsof er een groot feest is bij hen thuis.





Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Over brood

Materiaal
Ongesneden brood
Werkblad


Verloop
Haal uit een boodschappenmand een ongesneden brood.
Laat de kinderen over brood vertellen:
- Eten jullie brood? Wie eet er brood?
- Wanneer eten mensen brood?
- Waarom eten ze brood?
- Welke soorten brood kennen jullie?
- Welke soorten brood vind je het lekkerst?
- Wanneer eet je brood het liefst? (versgebakken?)
- Waar is brood van gemaakt? (meel, gist, water, ev. vetstof, suiker)
- Waarom is brood belangrijk?


Wijs er op dat mensen voor heel belangrijke dingen zeggen dat ze iets broodnodig hebben. Laat ze hierover nadenken bij de vraag met beeldmateriaal dat te vinden is op het werkblad.
Daarna denken de kinderen na over wat voor hen even belangrijk is als brood – maar iets dat je niet kunt eten (bijvoorbeeld: ouders, vriendjes ...) De belangrijkste ideeën worden onderaan het werkblad genoteerd.


Om af te sluiten
Verdeel het brood in stukken zoals je dat met een taart zou doen. Als het om een versgebakken brood gaat, heb je gegarandeerd veel kandidaten om te proeven.
Merken de kinderen ook op dat het gezellig is van één brood te kunnen eten?

Bid / Zing het Onze Vader en wijs voordien extra op de zin: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’


Belangrijk
Zing het Onzevader op de melodie die tijdens de eucharistie op de parochie gebruikt wordt. Dit verhoogt de herkenning van dit moment.





SPREKEN MET BEELDEN

De 'broodmachine'

Broodmachine

Vertel eerst het verhaal van de broodvermenigvuldiging.
Bekijk dan met de kinderen deze illustratie.
- Wat herken je uit het verhaal?
- Wat stond niet in het verhaal?
- Wat vind je van wat de kunstenaar toegevoegd heeft? Zeg ook waarom je dat goed of slecht vindt.





VERRUIMEN

Jezus, het brood van het leven

Kopieer deze twee bladen.

Lees het verhaal van de broodvermenigvuldiging voor.
Gebruik het eerste blad om stil te staan bij dat verhaal: waar gaat het over?
In de vakjes tekenen de kinderen wat de zin onder het vakje beschrijft.

Daarna doen de kinderen hetzelfde met de tweede bladzijde.
Het is hierbij de bedoeling dat de kinderen zien dat wat toen gebeurde, te herkennen is in de eucharistieviering.


TIP
Laat elke tekening door een ander kind uitwerken, zodat je nadien een fries of een boekje kunt maken. Daarbij is het interessant om de tekeningen van vroeger en van nu bijeen te plaatsen.





INLEVEN

Lege stoel

De kinderen zitten in een kring, waarin je een extra stoel plaatst waarop niemand zit.
Zeg dat er op die stoel de jongen zit, of Jezus of een leerling van Hem (maak vooraf een keuze) en dat de kinderen hem een vraag mogen stellen naar aanleiding van het verhaal over de broodvermenigvuldiging.
Nodig de kinderen uit om te ‘luisteren’ naar wat die persoon daarop te zeggen heeft. Wie wat gehoord heeft, mag achter de stoel staan om in naam van de ‘onzichtbare persoon’ op de stoel te spreken.


Merk op
Het is beter dat de kinderen niet op de stoel gaan zitten, want zij zijn alleen de woordvoerders van de 'persoon die op de stoel zit'.
Klik hier voor meer info over deze werkvorm.


Belangrijk
Laat de verschillende figuren niet allemaal door elkaar op de stoel gaan 'zitten'. Dit werkt verwarrend. Geef duidelijk aan wie er wannneer op de stoel gaat 'zitten'.





VERDIEPEN

Brood, al wat nodig is om te bestaan

'Broodnodig'
Noteer wat de kinderen nodig hebben om te leven.
Wellicht hebben de kinderen meer nodig dan alleen maar 'eten'.
Wat de kinderen aanbrachten wordt verder uitgediept door te klasseren:
Teken een hand op een flap.
Op een grote hand worden alle dingen opgeschreven die men nodig heeft voor zijn lichaam (om die hand te laten werken)
Bijvoorbeeld: melk, groenten, vlees, kleding, huis, brood, bed ...
Teken naast de hand een hart.
Op een groot hart wordt alles opgeschreven wat broodnodig is voor ons hart, voor onze geest.
Bijvoorbeeld: thuis, liefde, vriendschap, sympathie, knuffel ...


Niet iedereen heeft brood
De gehele wereld met haar grote honger wordt de klas binnengehaald: foto's van kinderen uit de gehele wereld.
(Liever geen tekeningen om te vermijden dat eenzijdige typeringen van mensen ingang vinden als: Indiaan met pluimen, zwart kind met strooien rokje)
Die foto's worden aangebracht op een wereldkaart.
Bij elk van die foto's noteren de kinderen op een post-it of die kinderen wat nodig hebben en of ze het gemakkelijk kunnen krijgen.
- Kunnen we dat zomaar laten?
We moeten van ons brood delen!


Jezus, brood voor allen
Bespreek:
- Is het moeilijk te delen?
- Wie houdt het delen in ons wakker?
Jezus wil dat het stillen van honger naar brood en vriendschap iedere dag gebeurt.
Lees het verhaal van de broodvermenigvuldiging





ACTEREN

Hou van elkaar

(naar: K. VAN CLEYNENBREUGEL in Simon, uitgeverij Averbode 2009 nr 7, p. 13-14)

Brood delen = woord van Jezus doen
Het woord van Jezus vermenigvuldigt zich ...


Vertel over de vader van Arne die over Jezus vertelt in de kinderwoorddienst (laat de kinderen zelf zeggen wat dat is. Pas dit woord eventueel aan aan het woord dat in de eigen parochie gebruikelijk is)

Vaderspreekt over Jezus in een kinderwoorddienst
Marliesvolgt de kinderwoorddienst en wil wel proberen om van de ander te houden. Zij helpt Dafne.
Arne vindt dat nogal stom, maar hij ziet het effect dat Marlies heeft bij Daphne. Hij stelt thuis voor om af te wassen.
Febe zij is de zus van Arne. Ze vindt ongelooflijk war Arne doet en gaat zelf Els helpen.
Els heeft aandacht voor de juf die jarig is en stelt voor om er iets voor te doen.



Daarna spelen de kinderen dit verhaal na. Je kunt ze de tekst van dit toneelstukje bezorgen, maar je kunt ze ook vanuit de herinnering laten spelen waardoor ze een veel grotere persoonlijke inbreng hebben.

Personages: papa, Arne, Marlies, Dafne, Febe, Els.
Zorg voor kaartjes waarop de volgende plaatsnamen: winterkapel, klas, thuis, turnclub, kleedkamer.
Plaats die zo in het lokaal dat er zekere afstand moet afgelegd worden tussen de verschillende plaatsen.


In de winterkapel
Papa
Beste kinderen,
Jezus zei: ‘Zie de andere graag zoals je jezelf graag ziet.’
Hou dus van elkaar.


Op weg naar huis
Papa
Wel, Arne, wat vond je van de woorden van Jezus?
Arne
‘Hou van elkaar?’
Ik vind dat nogal stom, papa. Daar doe ik echt niet aan mee.
Marlies
Ik vind het wel iets hebben, meneer. Ik ga het eens proberen.


In de klas
Dafne laat haar pennenzak vallen
Dafne
Oh, neen en de taakjuf wacht op mij.
Marlies
Geen nood, Dafne. Ik zal je snel even helpen.
Dafne
(geeft Marlies een knuffel)
Je bent een engel, weet je dat? ‘
Marlies
Dat heeft nog nooit iemand tegen me gezegd, dank je wel!


Op weg naar huis
Arne
Misschien was Jezus’ boodschap toch zo gek niet.


Thuis
Papa
Febe, het is jouw beurt om de afwas te doen.
Arne
Vandaag doe ik het wel in jouw plaats.
Febe
Waaauw, wat een verrassing, broer. Echt fijn van jou!


In de turnclub
Febe
Hé Els, als je wil, help ik je op de evenwichtsbalk.
Met twee gaat het toch altijd beter.
Els
Tof van jou. Ik doe deze oefening echt niet graag alleen.


Nadien in de kleedkamer
Els
Ik heb thuis nog een leuk boek liggen, je mag het lenen.
Febe
Vind je dat echt oké? Heel graag!


Els en Febe stappen naar buiten, Arne en Marlies staan te wachten.
Els
Hé kijk, Arne en Marlies staan ons op te wachten.
Arne
Zullen we met jullie mee lopen naar huis?
Els
Tof idee. De turnjuf is volgende week jarig. Doen we iets?
Marlies
Ik weet al hoe we haar kunnen verrassen. Kijk maar!


TIP
Daag de kinderen uit om een vervolg te bedenken bij dit verhaal.
Bijvoorbeeld: welke reactie kan dit bijvoorbeeld teweegbrengen bij de juf.
Misschien denkt ze aan haar oma die binnenkort verjaart.
En de oma kan iets extra doen voor haar kleinkind.
En dat kleinkind ...





OP STAP

Naar een hostiebakkerij

Vraag een bezoek aan bij kloosterzusters die hosties bakken.

Sta erbij stil dat deze broodjes gebakken worden met meel en water en zonder gist. Net zoals matses (ongedesemd brood dat de joden met hun paasfeest eten, en dat herinnert aan de avond voor hun uittocht uit Egypte) gebakken worden.

Het recept voor hosties is eenvoudig: neem wat bloem en water, kneed dit goed en smeer dit deegmengsel glad uit op een hete bakplaat, zonder dat het de kans kreeg om te rijzen.

Alleen tarwebloem en water. Geen gist! Zo verwijst elke hostie naar het ongedesemde brood van het Joodse paasfeest en Jezus' laatste avondmaal, waarbij Hij duidelijk de band legde tussen de hostie en zijn persoon.

Het woord 'hostie' komt van het Latijnse woord 'hostia',
wat slachtoffer of offerdier betekent.
Bij christenen slaat het woord 'hostie' op Christus,
die zichzelf als Brood te eten geeft.
Met 'hostie' worden ook de ronde stukjes ongegist brood bedoeld
die tijdens de eucharistie 'geconsacreerd' worden en gegeven aan de gelovigen.
Zo'n hostie verwijst naar het brood
dat Christus tijdens het laatste avondmaal deelde met zijn apostelen:
"En hij nam een brood, sprak het dankgebed uit,
brak het brood, deelde het uit en zei:
'Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt.
Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.'" (Lucas 22,19).
Maar het verwijst ook naar Jezus zelf.






VERTELLEN

Een zak vol cadeautjes

(Bron onbekend)

Als ik je vertel over iemand, die elk jaar een hele zak meebrengt
vol cadeautjes en lekkere dingen,
dan denk je meteen aan sinterklaas.
Maar niet iedereen. Eline en Hugo niet.
Die denken dan aan hun oom Toon.
Oom Toon werkt ver weg over zee.
Nu eens in Afrika, dan weer in India of Peru.
Overal waar waterputten moeten worden gemaakt.
Want hij werkt bij een bedrijf dat waterputten maakt.
Een keer per jaar komt hij terug.
Dan gaat hij bij iedereen van de familie op bezoek,
met een zak vol cadeaus,
met allerlei lekkere dingen en wel honderd verhalen
uit die verre landen waar hij is geweest.
Een heerlijke dag is dat, elk jaar opnieuw.
Geen wonder dat Eline en Hugo de dagen aftellen
tot hun oom weer komt.

Dit jaar lijkt het extra lang te duren voor hij opbelt dat hij komt.
En als die dag er eindelijk is, duurt het maar en duurt het maar.
Om half elf is er nog steeds geen taxi te zien in de straat.
De kinderen die al de hele morgen met hun neus tegen de ramen staan,
zien hem het eerst.
Hij stapt gewoon uit de bus, in z'n ouwe jas,
zonder ook maar een zak of doos of pak.
Mama doet open, en de kinderen vliegen hem al om z'n nek.
'Dat je gewoon met de bus bent, Toon,
dat is toch niets voor jou', zegt papa.
'Ach, ik had niks te dragen deze keer,
en geld heb ik ook niet, dus daarom', antwoordt oom Toon.
En dan begint hij te vertellen over het dorp waar hij nu werkt,
en van het bootje met vluchtelingen dat daar aan land gespoeld is.
Veertien mensen zaten erin.
'Het is een wonder dat ze onderweg niet verdronken', zegt oom Toon.
'Die schuit was zo lek als een zeef.
Ze moesten de hele tocht, dag en nacht, het water eruit scheppen.
Hier, ik heb er foto's van'.
Ze kijken vol verbazing.
'Och', zegt mama, 'moet je zien, ze hebben bijna geen kleren meer aan.
'Dat was alles wat ze hadden', zegt oom Toon.
'Ze wonen nu in mijn huis, en ik heb al mijn geld bij hen achtergelaten.
Daarom dus geen cadeautjes deze keer', zucht hij. Even is het stil.
Dan zegt mama: 'Toon, die meisjes op de foto lijken kleiner dan Eline.
Ik heb nog kleren waar zij uit gegroeid is. Heb je daar iets aan?'
'Nou en of,' zegt oom Toon.
'Ik heb nog wel wat gereedschap dubbel, kan ik hen daarmee helpen', vraagt papa.
'En speelgoed, hebben die kinderen speelgoed?', vraagt Hugo.
'Ze hebben helemaal niks', zegt oom Toon.
'Dan weten wij ook iets', roepen Eline en Hugo tegelijk.
En terwijl mama allerlei kleren tevoorschijn haalt,
en papa in zijn gereedschapskist rommelt,
duiken zij in hun speelgoedkast, op zoek naar knuffels voor de baby's,
een auto voor de jongen op de foto, een bal, een pop en een kleurdoos.
'We pakken alles mooi in', bedenkt Eline.
'Ik heb nog papier van de cadeautjes van vorig jaar'.
'Dan geven wij aan oom Toon een zak vol cadeautjes', glundert Hugo.
De hele middag zijn ze met z'n allen bezig.
Ze maken tekeningen, naaien knopen aan, zetten ritsen in,
zoeken schroeven uit en maken beitels scherp.
De babykleertjes komen voor de dag, en kleuterschoentjes.
Alles pakken ze mooi in in kerstpapier, in cadeaupapier,
in kaftpapier, zelfs in WC-papier.
Ze versieren ze met lintjes en uitgeknipte hartjes.
Wanneer de zak klaar is voor die veertien vluchtelingen,
merken ze dat ze vergeten zijn te eten!
'Pannenkoeken dan maar,' stelt mama voor.
'Prima', vindt papa.
'Waw!', zegt oom Toon.
'Joepie', roepen de kinderen.
Pas 's avonds laat ging oom Toon weg, met een zak vol cadeautjes.



Twee sneetjes brood

naar C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode 2007, p. 147

Twee sneetjes brood, een heel oud en een vers,
waren in de broodtrommel met elkaar aan het praten.

Het verse sneetje zei:
‘Ik ben heel jaloers op jou.'
‘Hoe kom je daar bij?’ vroeg het oude sneetje.
‘Er kan jou niets meer gebeuren.
Niemand haalt het nog in zijn hoofd om je op te eten.
Maar mij kunnen ze ieder ogenblik opeten,
en dan blijft er niets meer van mij over.’
‘Hoe kun je nu zo praten?' zei het oude sneetje.
Wat is er zaliger
dan opgegeten te worden als je brood bent?
Brood dat niet gegeten wordt, deugt nergens voor,
tenzij om weggegooid te worden,
te beschimmelen en helemaal te vergaan.’
‘Maar van mij blijft er toch ook niets over
als ik opgegeten wordt’ zei het verse sneetje
‘Heb je er dan nog nooit over nagedacht
wat er met je gebeurt als je opgegeten bent?’
‘Ja... eerst word je fijngekauwd,
dan word je doorgeslikt,
dan kom je in de buik van de mens
en daar word je fijngemaakt
tot er niets meer van je overblijft...’
‘Wel, zal ik je nu eens iets zeggen?' zei het oude sneetje,
'Als het lijkt dat er niets meer van je overblijft,
gebeurt er iets wonderlijks.
Dan stroom je door het hele lichaam van de man of vrouw
die je opgegeten heeft.
Die mens is heel blij met je,
want door jou kan hij werken en dansen
en springen en lachen...’
‘Dat heb ik nooit geweten’, zei het oude sneetje.



Een verhaal dat inspireert

(om voor te lezen, of om zelf te doen)

De juf zei bij het einde van de les dat elk een strootje mocht trekken.
Dat moesten ze goed bewaren en meebrengen naar de volgende les.

Ze waren het niet vergeten de week nadien, de kinderen van het tweede leerjaar.
De nummers 1 tot 10 mochten eerst de klas binnen.
Ze mochten plaatsnemen aan een rijk-beladen feesttafel:
koffiekoeken, fruitsap en kleurige versiersels.
De nummers 11 tot 30 mochten pas na de 10 eerste binnenkomen.
Ook voor hen stond een tafel gedekt: geen tafellaken, geen mooie versiersels, oude bekers.
Op gebarsten borden gebroken koekjes. Water in een kruik.
Iedereen stond bedremmeld. De juf zei dat ze mochten gaan zitten en doen wat ze wilden.
Eén meisje van de 'arme tafel' begon te huilen.
Een andere werd woedend en stampte op de grond en zei: 'Dàt is niet eerlijk.'
Maar een stem van de rijke tafel zei: 'Jawel, dat is wel eerlijk, want we hebben er toch om geloot.' 'Moeten we bidden, juffrouw?'
'Ik zeg niets,' zei de juf, 'Jullie mogen doen wat je graag doet.'
De 'rijke tafel' bad vlug en greep daarna gretig naar de koffiekoeken en het vele lekkers.
De 'arme tafel' bad langzaam en niemand maakte haast om de eerste te zijn.

(Hier zou je kinderen eventueel het verhaal verder kunnen laten vertellen)

Maar aan de rijke tafel bleef één meisje in stomme verbazing zitten...
Tenslotte zei ze: 'Juffrouw, mogen we dan niets delen met de anderen?'
De juf herhaalde: 'Jullie mogen doen wat je graag doet.'
Dit was voor het meisje voldoende om vlug koffiekoeken door te geven aan de andere tafel,
die ondertussen met lange tanden enkele kapotte koekjes at.
'Mogen we fruitsap geven ook?'
De juf zei niets. De anderen stonden er al met hun bekertjes.
En dat ene meisje schonk de bekers vol. Ze vergat zelf haar eigen koffiekoeken te eten.
Stilaan was er een tweede en een derde die ook al eens iets doorgaf.
Tenslotte had iedereen iets lekkers in de hand.
Toen kwam de juf dichterbij en ze vroeg of ze begrepen wat dit betekende.

Nee, dat was een raadsel.
'Wel zo gaat het in de wereld. Voor elke mens die overvloedig te eten heeft zijn er twee mensen die honger lijden, die aan een arme tafel zitten. Dat was de betekenis van die twee tafels.
Ineens werden de slokoppen wakker.
'Juf, ik dacht ook al: zo dadelijk ga ik de anderen iets geven.'
'Juf, ik wou ook iets geven, maar ik dacht dat U het niet graag wilde hebben.'
'Juf, ik had ook al gedacht: ik zal maar niet veel eten, dan blijft er nog wat over.'
Dat ene meisje zei niets, zich niet bewust van de rol die ze had gespeeld.





DOEN

'Mandala'

Communion Copie 1

Bespreek deze 'mandala' met de kinderen:
- Op welke manier komt deze tekening overeen met wat Johannes in zijn evangelie schrijft?
(vijf broden en twee vissen)
- Komt nog iets overeen met de tijd van toen?
(de vele mensen rond het brood en de vis)
- Wat komt niet overeen?
(Jezus is niet zichtbaar aanwezig;
de mensen lijken eerder op mensen van deze tijd)
- Wat zou de tekenaar daarmee willen zeggen?
(Mensen komen na tweeduizend jaar nog steeds bijeen rond voorwerpen die aan Jezus doen denken. Het brood is nu terug te zien in de hostie; de vis leeft nu minder als symbool dan vroeger.)



TIP
Inspireer je aan deze 'mandala' om met de kinderen een grote collage te maken met allemaal mensen (uitgescheurd uit tijdschriften)
De kinderen plakken een foto of tekening van zichzelf tussen de menigte.
In de menigte: jong, oud, verschillende huidskleuren, mannen, vrouwen ...





BIDDEN / MEDITEREN

Bidden met woorden van anderen

Jezus,
Je toonde
hoe je brood
met elkaar kunt delen.
Je toonde
hoe je brood kunt zijn
voor anderen.

Help me, Jezus,
om ook te delen,
om ook brood te zijn
voor de mensen om me heen.
Om tijd en vriendschap,
vreugde en verdriet te delen.




Jezus,
Je had medelijden met de mensen
Het was voor Jou niet genoeg te zien
dat er iemand iets tekort had,
Je wilde er ook iets aan doen.

Geef ons de moed ons in te zetten voor alle mensen
door te delen wat we hebben.
Zodat ook vandaag het wonder mag gebeuren
dat de honger naar brood en vriendschap van alle mensen
gestild mag worden.



Een bezinningstekst of een gebed schrijven

De kinderen schrijven een tekst / gebed waarin de volgende woorden voorkomen: Jezus, brood, delen, anderen.