Loading...
 

Pinksteren: vooravond

Genesis 11, 1-9: De toren van Babel

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 24)

Heel lang geleden sprak iedereen op aarde dezelfde taal. De mensen trokken toen van de ene plaats naar de andere. Zo kwamen ze op een keer in het oosten, in Babylonië. Ze gingen daar wonen in een dal.
Toen zeiden de mensen tegen elkaar: ‘Laten we van klei stenen bakken.’ Zo maakten ze bakstenen om mee te bouwen. Ze gebruikten teer om de stenen aan elkaar vast te maken. Toen zeiden ze: ‘Laten we een stad gaan bouwen met een toren die tot in de hemel komt. Dan worden we heel beroemd. En als we in die stad blijven, raken we niet over de hele aarde verspreid.’

Toen kwam de Heer naar de aarde. Hij kwam kijken naar de stad en de toren die de mensen aan het bouwen waren. Hij zei: ‘De mensen zijn nu één volk en ze spreken allemaal dezelfde taal. Wat ze hier doen, is nog maar het begin. Straks kunnen ze alles doen wat ze bedenken. Laat ik naar ze toe gaan. Ik zal ervoor zorgen dat ze elkaar niet meer kunnen verstaan.’
Toen verspreidde de Heer de mensen over de hele aarde. Ze stopten met de bouw van de stad.
Die stad wordt Babel genoemd. Daar zorgde de Heer ervoor dat de mensen elkaar niet meer konden verstaan. En dat ze overal op aarde gingen wonen.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Babylonië, zowat 500 jaar voor Christus.
Joachim is samen met zijn vrienden en de rabbi aan het wandelen. De rabbi wijst naar een hoop stenen in de verte.
- Zie je die stenen daar?
Joachim en zijn vrienden kijken in de richting van een grote hoop stenen. Ze kennen zo'n vraag van de rabbi: hij vertelt er dan steeds een verhaal bij.
- Onze priesters zeggen dat waar die stenen nu liggen, er vroeger een toren was. En over die toren vertellen ze het volgende:


Lang geleden spraken alle mensen op aarde één taal
en gebruikten ze dezelfde woorden.
Op hun tochten in het Oosten,
vonden ze een vlakke streek in Mesopotamië. Daar gingen ze wonen.
- Kom, laten we tegels maken en ze bakken, zeiden ze tegen elkaar.
Ze gebruikten de tegels als bouwstenen.
Als cement gebruikten ze asfalt.
- Kom, zeiden ze, laten we een stad bouwen
met een toren, die tot in de hemel reikt.
Dan worden we beroemd en blijven we bij elkaar.

Toen daalde God neer om te kijken naar de stad
en de toren die de mensen bouwden.
- Ze zijn één volk en ze spreken allemaal dezelfde taal.
Zo ligt er hen niets in de weg en kunnen ze alles doen wat ze beslissen.
Waar eindigt dit als ze zo verder gaan?
Wel, Ik ga naar hen toe en breng hun taal in verwarring.
Zo kan de een niet meer verstaan wat de ander zegt.

De volgende dag begrepen de mensen elkaar niet meer.
Zo kwam er een einde aan de bouw van de toren.
En de mensen ...
die zwierven uit over de hele wereld, elk met hun eigen taal.
En de stad ...
die werd niet verder gebouwd.
Ze kreeg de naam 'Babel',
want God bracht daar verwarring in de taal van de mensen.


Rabbi, is dit echt zo gebeurd? vraagt Joachim.
Wat denk je Joachim? Wat heeft dit verhaal ons te zeggen?
Denk er onderweg naar huis maar over na.



Stilstaan bij ...

Tegels
Stenen die gevormd waren uit leemaarde. Daarna werden ze gebakken in een oven.

Toren die tot in de hemel reikt
Zo'n toren doet denken aan de ziggurats of tempeltorens in Mesopotamië die soms wel 100 meter hoog konden zijn.

Een stad en een toren bouwen om roem te verwerven
Zo schetst de schrijver de menselijke hoogmoed: nl. de wil van de mensen om op eigen kracht en los van God alles te realiseren.

Neerdalen
Dit 'neerdalen' past in het oude wereldbeeld. Daarbij
zag men de wereld als de plaats waar mensen leefden,
de onderwereld als de plaats waar het kwade woonde
en boven de wereld: de hemel, de plaats waar God troonde.
Wanneer God zich wilde inlaten met het leven van de mens, moest Hij wel 'neerdalen'.

Babel
(Hebreeuws: Babylon)
De oude stad Babel / Babylon die nu ten zuiden ligt van het moderne Bagdad aan de Eufraat, was rond 1700 voor Christus de hoofdstad van Babylonië, een van de belangrijkste centra van de toenmalige wereld. De stad was gebouwd met harde baksteen. Er waren brede wegen en er was ook een netwerk van kanalen.
Tijdens de Babylonische ballingschap lag Babel aan weerszijden van de Eufraat en was omringd door een dubbele muur met zeven poorten.

Eén van die poorten was de Istar-poort, die nu te zien is in het Pergamon-museum te Berlijn. De poort was overdekt met blauw geëmailleerde baksteen-reliëfs van verschillende dieren en draken. De brede weg achter de poort liep dwars door de stad en was geplaveid met roze marmer en tegels van kalksteen.

Girl With Red Hat UgdaLITqPng Unsplash

Detail van de Istarpoort, Pergamon-museum, Berlijn.




Spreken met beelden

De stad BabelSteden worden in de Bijbel dikwijls gezien als negatief (de stad Jeruzalem met de tempel is hierop een uitzondering) omdat het plaatsen zijn waar mensen willen hogerop te geraken ten koste van wie of wat ook.
Toren tot in de hemelBeeld voor mensen die aan God gelijk willen worden. Dit gaat meestal ten koste van anderen en druist in tegen wat God voor de mensen droomt: men draagt niet langer zorg voor elkaar en wil het zelf zo ver mogelijk schoppen.




Als je dit verhaal aan kinderen vertelt ...

... dan kun je het als volgt inleiden:
Iedereen is anders: de een is zwak, de ander is niet zo leuk, nog een ander is vreemd ... Niemand is volmaakt. Mensen zijn beperkt. Toch krijgen mensen het soms hoog in de bol. Ze doen alsof ze God zelf zijn. Ze denken dat ze alles kunnen. Ze vergeten dat ze beperkte mensen zijn.
En dan loopt alles helemaal spaak. Daarover gaat een oud verhaal in de Bijbel ...
(naar: 'Beloofd blijft beloofd, handleiding B, p. 75)




Bij de tekst

Bedoeling van deze tekst

Dit verhaal is een mythologisch verhaal. Het lijkt alsof wat in dat verhaal staat echt gebeurd is, toch is dat niet zo. Het verhaal wil vooral een antwoord geven op vragen die men zich stelde naar aanleiding van wat men kon zien of horen.

Vragen als:
- Waarom zijn er verschillende talen?
In 586 voor Christus werd een deel van de joodse bevolking door de Babyloniërs gedeporteerd naar Babylon (Babel), een belangrijke stad, waar men verschillende talen sprak.

- Waarom werd de grote toren (ziggurat) bij de hoofdtempel van Babylon verwoest?
Men zag ruïnes van hoge gebouwen en ze vertelden dat dit verband hield met het spreken van die verschillende talen.

- Waarom wonen er mensen over de hele wereld?
Elke groep mensen met een eigen taal ging zich op een andere plaats in de wereld vestigen.


Gelovigen lezen in dit verhaal vooral dat er tussen mensen communicatiestoringen ontstaan wanneer ze in hun plannen geen rekening houden met de droom van God voor de mens.



Ziggurat

Kunstmatige berg
Zo'n toren doet denken aan de ziggurats of tempeltorens in Mesopotamië, trappenpiramides / kunstmatige bergen die soms wel 100 meter hoog konden zijn. Het woord ziggurat komt van een woord dat oprichten, bouwen in de hoogte betekent. Die bouwwerken hadden drie tot zeven terrassen die door zeer steile trappen met elkaar verbonden waren.
De vorm van een ziggurat stelde waarschijnlijk een symbolisch het heelal voor met aan de top een heiligdom dat de hemel moest voorstellen, de plaats waar de godheid woonde.



Verbondenheid
Een ziggurat verbond de wereld van de mensen met de plaats waar de goden verbleven. De trappen van het gebouw maakten het voor de goden gemakkelijk om op aarde neer te dalen. Langs diezelfde trappen gingen priesters omhoog naar de top van de toren, waar een tempel was. Daar brachten ze offers om de goden gunstig te stemmen en bestudeerden ze de loop van de sterren omdat ze hierin de wil van de goden konden aflezen.



Opgravingen
In Irak werden een dertigtal dergelijke torens opgegraven. Eén ervan was de toren van Babel, een enorme tempel in baksteen ter ere van Mardoek, de stadsgod van Babel (90m in het vierkant en 90 meter hoog). De verschillende verdiepingen waren te bereiken via een buitentrap.
De muren van een ziggurat waren van leem, in vakwerk van gebakken steen met asfalt, als bescherming tegen wind en regen. In het onderste gedeelte van de ziggurat waren opslagplaatsen en kleine verblijven.



Visie van de bannelingen
Toen de joden in de 6e eeuw voor Christus naar Babylonië gedeporteerd werden, zagen ze ruïnes van zo’n toren. In hun ogen was zo'n toren een teken van hoogmoed, want de mens wilde op dezelfde hoogte van God komen.



Babel en balal

De schrijver speelt in deze tekst met de woorden 'Babel' en 'balal'.

. 'Bab El' wil zeggen: 'Poort van God' en ligt aan de oorsprong van het woord 'Babylon'

. ‘Balal’ is een Hebreeuws woord dat 'verwarring' betekent. De bannelingen in Babylon vertelden dat de bouw van de toren verwarring had gezaaid, zodat de mensen elkaars taal niet meer verstonden en het hele project op een mislukking uitdraaide ...

Later werd dit verhaal opgenomen in de Bijbel, na de verhalen over de schepping en de zondvloed. Verhalen die antwoorden willen geven op de grote levensvragen van de mens: Waarom leven we? Waar komen we vandaan? Waarom is er kwaad in de wereld? Waarom spreken de mensen zoveel verschillende talen?
Het verhaal van de toren van Babel werd een universeel verhaal over hoogmoed en eerzucht, en de kwalijke gevolgen die daaruit voortvloeien.



Ken je taal

Babylonische spraakverwarring
Wordt gezegd wanneer mensen elkaar niet meer begrijpen of willen verstaan.



De 'toren van Babel' in de liturgie

Het verhaal van de toren van Babel wordt voorgelezen op de vooravond van Pinksteren. Deze tekst uit het begin van de Bijbel is de tegenhanger van het verhaal over Pinksteren op het einde van de Bijbel.
De verschillende talen die in het verhaal de oorzaak waren van het ineenstorten van de toren, vormen het beeld van verwarring, van niet samen werken aan één doel, dat ook God goed vindt.
Wat God goed vindt, blijkt uit het verhaal van Pinksteren. Vol van Heilige Geest spreken Petrus en de andere apostelen over Jezus en het Rijk van God. Hun taal lijkt iedereen te verstaan. Dit project wil God ondersteunen. Hoewel de mensen vele talen spreken, toch verstaan ze elkaar in die grote droom van God (uitbouwen van het Rijk van God).






Bijbel en kunst

C. ANTHONISZ

Het ineenstorten van de toren van Babel (1547)

Antheunissen

Cornelis Anthonisz (1507 - 1553), werd ook Anthonissen of Teunissen genoemd.
Deze Nederlandse prentkunstenaar is vooral bekend om zijn houtsnedes.





P. BRUEGEL de Oude

De toren van Babel (1556)

Breugel

59,9 x 74,6 cm
Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam


Op dit werk van Pieter Bruegel de Oude (ca. 1525-1569) is de toren al heel hoog en reikt in de wolken. De immense grootte van de toren is af te leiden van de vaartuigen rechtsonder op het schilderij. Naast de enorme toren staat een gedetailleerde weergave van menselijke bedrijvigheid.
Let op de kleur van de stenen: in het bovenste gedeelte van de toren zijn ze helder rood, in het lagere gedeelte zijn ze al verweerd. Waar een witte strook op de toren te zien is, werd de kalk omhoog gehesen.

Bruegel tekende de toren half op instorten. Daarmee bekritiseerde hij een maatschappij waar mensen niet samenleven met elkaar, en waar enkel macht en geld belangrijk zijn. Hij inspireerde zich bij het schilderen van de toren van Babel op de toren van Samarra, waarvan de top door een spiraalvormige trap langs buiten te bereiken is én op het Colosseum te Rome.




Suggestie
Elk van de volgende zinnen over dit schilderij van Bruegel is een antwoord op één van de vragen die erop volgen. Zet het nummer van elk antwoord bij de overeenkomstige vraag.
Soms is er meer dan één antwoord op de vraag.


Antwoorden
1. Er zijn nog bouwvakkers aan het werk.
2. De schepen aan de voet van de toren zijn heel klein.
3. Bovenaan de toren gaf Bruegel de bakstenen een helder rode kleur.
4. Onderaan zijn de stenen al verweerd.
5. Bruegel plaatste de wolken vrij laag.
6. Aan de bovenste verdiepingen ontbreken nog talrijke elementen.


Vragen
A. Hoe slaagt Bruegel er in om de toren immens groot te doen overkomen?
B. Hoe toont Bruegel dat het bouwwerk nog niet af is?
C. Hoe laat Bruegel zien dat de bouw van de toren een hele tijd in beslag nam?



Correctiesleutel
A. = 2, 5; B. = 1, 6; C. = 3, 4





Suggesties

Kleine kinderen

DOEN

Tekenen en kleuren

Vooraf
Maak een kopie van dit werkblad. Plooi het blad in twee, zodat de twee tekeningen in het midden komen.



Verloop
Vertel eerst het verhaal.
Nadien maken de kinderen er een 'mini-boekje' over: ze krijgen elk het gekopieerde blad dat in twee geplooid is en zo een 'boekje' vormt.
Op de 'voorpagina' tekenen ze een grote toren of schrijven ze in drukletters: TOREN VAN BABEL.
Op de laatste bladzijde van het 'boekje' tekenen de kinderen zelf een ineengestorte toren.





Grote kinderen

BELEVEN

De dozentoren

(naar C. LETERME in Samuel plus, uitgeverij Averbode 2012 nr 6)

Materiaal
dozen, papier, schaar, lijm, schrijfgerei
Eventueel: werkblad


Verloop
Vertel eerst het verhaal over de toren van Babel en bespreek het.
Zo vernemen de kinderen dat het bouwen aan een toren waarbij niet de droom van God, maar die van de mensen centraal staat, tot mislukking leidt.
Maak hierbij eventueel gebruik van dit werkblad.

Dan maken de kinderen een soort wikkel rond de dozen of kleven ze er een blad papier op. Hierop tekenen ze of schrijven ze op welke manier mensen hun steentje kunnen bijdragen om een toren te realiseren die in de lijn ligt van wat God droomt voor de mensen.
Bespreek met de kinderen wat ze zo aangebracht hebben:
- Is dit haalbaar?
- Wat kunnen we zelf zeker doen?
Daarna wordt de toren gebouwd en aan elkaar gekleefd.


TIP
Werk met open dozen waarin je kaartjes legt met wat belangrijk is.
Die kaartjes kunnen vervangen worden of aangepast aan de tijd van het jaar.

Wat op de kaartjes staat, kan ook een werkpunt zijn voor de dagen van de week die volgt.





VERTELLEN

Muren bouwen tussen elkaar

(Naar: Beloofd blijft beloofd)

Er waren eens twee goede vrienden: Frans en Jaak. Al van in de lagere school trokken ze met elkaar op. Ook hun vrouwen konden het goed met elkaar vinden. Als ze wat tijd hadden, gingen ze in het weekend bij elkaar op bezoek. Op een keer werd er in de krant een nieuw uitbreidingsplan aangekondigd: in een nieuwe wijk zouden vijftig dubbele woningen gebouwd worden.
Jaak las dat en dacht: 'In elk geval een rustige buurt. Heel wat anders dan mijn appartement hier in het centrum. Ik heb er wel zin in.'
Toen hij er met zijn vrouw over sprak zij die: 'Zou het ook iets voor Frans zijn?'
'Daar zeg je me wat. Ik bel hem even.'
Frans was enthousiast, hij zou er met zijn vrouw over praten.
'Maar het idee op zich... nou ja, je verrast me natuurlijk wel...'
De volgende dag kwam hij langs. Er werd gewikt en gewogen, hier en daar raad gevraagd - je koopt zomaar niet een groot huis - en ja hoor, binnen veertien dagen was de zaak rond. Hartstikke leuk: samen naar de stad, samen naar het voetballen, een kopje koffie om half elf. Fijn was dat!

Na een paar maanden konden ze verhuizen. Rondom het huis was het nog niet klaar. De tuin was alleen maar verdeeld door paaltjes met draad. Frans begon meteen aan zijn tuintje. Hij maakte heel zorgvuldig bedjes van sla, spinazie, erwtjes en grote bonen. Ook legde hij een bloemenborder aan. Hij had er flink aan gewerkt en had er veel plezier in. Jaak deed niets aan zijn tuin. 'Ik leg overal klinkers en zet er een grote garage op.'

Op een middag speelde het zoontje van Jaak met een bal achter in de tuin. Hij kon er toch niets vernielen. Maar even later viel de bal midden op het spinazieveld van de buurman.
'Oom Frans, krijg ik mijn bal terug?'
Natuurlijk kreeg hij de bal terug. Maar na een paar minuten viel de bal op het bed van de erwtjes. Weer kwam de bal terug. Zo ging dat in een kwartier tijd een keer of vijf, zes.
'Koffie', riep de vrouw van Frans.
Toen hij binnenkwam, zei zijn vrouw: 'Wat kijk je vriendelijk.'
'Ja, dat is geen wonder. Die kleine aap van Jaak schopt telkens de bal in onze tuin.'
'Dat ze de jongen naar het speelveld op de hoek sturen!'
Een paar dagen later had de vrouw van Frans zich verslapen.
Toen ze de melkman zag komen, ging ze in haar ochtendjas en op blote voeten gauw even naar buiten. Brrr... wat had ze het koud. Op dat moment had de vrouw van Jaak zin in een praatje. Maar de vrouw van Frans riep vlug: 'Morgen', en liep snel weg. Ze had het koud. Een beetje boos keek de vrouw van Jaak haar na. Die avond zei ze tegen haar man: 'De vrouw van Frans wordt er niet vriendelijker op. Er kan geen praatje meer af.'
De week daarop kwamen er voor Frans nieuw meubels, heel mooi. Veel mooier dan bij haar, dat had de vrouw van Jaak snel gezien.
'Nou, nou, het kan niet op', dacht ze jaloers.

Een paar weken later mat Jaak de tuin, omdat hij een garage wilde bouwen. Buurman Frans dacht iets heel anders.
'Ben je misschien bang, dat ik een meter grond te veel heb?' riep hij. Hij voelde zich kwaad worden. 'Ik zal je eens wat vertellen. Daar hoef je niet bang meer voor te zijn. We zullen het voorgoed afmaken.' Kwaad keerde jij zich om.
De volgende dag kwam er een grote vrachtwagen met betonnen palen en platen: een hele schutting. Die werd precies op de scheidingslijn van de twee huizen gezet. Zo! Af! Uit!
En het was ook uit met de vriendschap.




Even vergelijken

Bouwen
De muur van Frans De toren van Babel
om de ander niet meer te zien om tot in de hemel te reiken en naam te krijgen
Reden: Jaloersheid / hoogmoed
‘Ik ben beter dan mijn buurman’ ‘Ik wil zijn als God’
Wordt de muur vernietigd? De toren wordt vernietigd!
Worden Jaak en Frans terug vrienden? God wil terug ‘vriend’ worden met de mens: Hij roept Abraham.




De toren

(Naar: A. LAVIE, De toren, Van Reemst/Novib in: http://www.kuleuven.be/thomas/actualiteit/indekijker_lo/7d/)

Dit verhaal verbindt de problemen van het Amazone-regenwoud met die van de toren van Babel. De communicatie tussen mensen wordt verstoord door grootse bouwprojecten. Het verhaal roept op tot open communicatie en wederzijds begrip van verschillende bevolkingsgroepen en culturen.


De koning keek neer vanuit zijn toren.
- Kom, zei hij tegen zijn ministers, mijn land moet voor iedereen beter worden.
Dat vonden zijn ministers ook. Wat later vlogen ze over het grote oerwoud.
- Is daar iets waardevols beneden? vroeg de koning.
- O ja, Sire. Land in overvloed met diamanten, olie, uranium en goud.
De koning werd enthousiast. Hij ging terug naar de toren met zijn plan.
- Beste mensen, ik heb goed nieuws voor iedereen. We kappen het oerwoud om meer ruimte te maken!
Hij nodigde wijze mannen uit het noorden uit, die het plan van de koning bekeken.
- Koning, dit is een heel goed plan! Je krijgt al onze steun!

Een tijd later brandde het oerwoud dag en nacht. Bergen werden afgegraven. Men bouwde razendsnel: eerst wegen en pijpleidingen, daarna steden en fabrieken. Maar … de rijken werden rijker en de armen bleven arm.

Een paar jaar later droomde de koning in zijn toren: de lucht werd grijs … de wind huilde. Stortregens raasden over de vlakte, waar vroeger het oerwoud was. Gele rivieren stroomden levenloos, vol afval van oever tot oever.
Toen de koning wakker werd, vroeg hij zich af: zorgen we zo voor de oorspronkelijke bewoners? In de gevangenis zouden ze het beter hebben! Waar is er nog vruchtbare aarde? De oogsten moeten wel mislukken. De wilde dieren... voor altijd verdwenen! Fabrieken waar je niet in kunt werken en huizen waar je niet in kunt wonen.

De koning en zijn wijze mannen praatten erover en zochten naar oplossingen.
- Wat we gedaan hebben, was helemaal niet goed. Zo'n hebzucht en dwaasheid mag nooit meer gebeuren. Als we goed willen leven, moeten we beter voor de bossen, de rivieren en de bergen zorgen.

De koning riep iedereen op om de vervuiling tegen te gaan.
Het land begon te veranderen: mensen kregen stukjes land om hun eigen voedsel te verbouwen. Op school leerden kinderen elkaar helpen. Er werden schone fabrieken en stevige huizen gebouwd. Op sommige plaatsen begon het oerwoud weer te groeien.
Toen zei de koning tot het volk.
- Beste landgenoten, wat we met ons land hebben gedaan, was verkeerd. Daarvoor betalen we een hoge prijs. Van nu af aan moeten we samenwerken en zorgen voor elkaar en voor ons land.



De taal van de stilte

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Uitgeverij Averbode 2007, p. 226)

Twee goede vrienden
bleven maar ruzie maken.
Een van hen ging raad vragen
aan een bekende wijze man.

De vriend legde zijn probleem voor.
Nadat hij geluisterd had,
zei de wijze:
‘Je moet leren luisteren naar je vriend.’

De man kwam een maand later
opnieuw bij de wijze man en zei:
‘Ik heb goed geluisterd naar alle woorden
die mijn vriend heeft gezegd.’

Toen zei de wijze met een glimlach:
‘Ga nu terug naar je vriend,
en luister nu ook naar elk woord
dat hij niet heeft gezegd.’





BEZINNEN / MEDITEREN

Soms ...
willen wij alles kunnen,
alles doen, alles weten.
We willen de beste zijn,
de eerste, de mooiste.
We willen... een god zijn.

Maar...
eigenlijk zijn we mensen.
Gewoon: mensen.
De ene kan dit goed, de andere dat.
Maar niemand van ons is als God.
We hoeven niet zo hoog als de hemel te zijn.
We hoeven niet super te zijn.
Het is al goed als we een wereld bouwen
met de stenen van wat we goed kunnen.
(Bron onbekend)





Overwegingen

Koran

Proef

'En als God het gewild had,
zou Hij jullie tot één gemeenschap gemaakt hebben,
maar Hij heeft jullie in wat jullie gegeven is
op de proef willen stellen.
Wedijvert dus in goede daden.'
(Vers 48 van het vijfde boek)





Paul Kevers

Toren van Babel

(P. KEVERS in Samuel, uitgeverij Averbode, 2002 nr 7, p. 9)

In de 6e eeuw voor Christus hadden de Babyloniërs Jeruzalem veroverd en het joodse volk in ballingschap gevoerd naar Babel. In die schitterende stad stond een 'ziggurat', een trappenpiramide, met helemaal bovenaan de tempel van Mardoek, de stadsgod van Babel.

De joden in ballingschap hadden natuurlijk niet zo'n hoge dunk van de Babyloniërs. Daarom verzonnen ze bij die toren een verhaal waarin zij de spot dreven met de Babyloniërs: het bekende verhaal over de 'toren van Babel'. De naam Babel deed hen denken aan het Hebreeuwse woord 'balal', verwarring. De bouw van die toren had verwarring en verdeeldheid gezaaid, vertelden zij: de mensen verstonden elkaars taal niet meer en het hele project was op een mislukking uitgedraaid...
Later namen de joden dit verhaal op in de Bijbel, in het begin van het boek Genesis, na de verhalen over de schepping en de zondvloed. Dat zijn geen echt gebeurde verhalen, maar verzonnen verhalen waarin heel diepzinnige dingen worden gezegd over de grote levensvragen van de mens. Waarom leven wij? Waar komen wij vandaan? Hoe komt het dat er kwaad is in de wereld? Hoe komt het dat de mensen zoveel verschillende talen spreken? Het verhaal van de toren van Babel werd een verhaal over hoogmoed en eerzucht, en de kwalijke gevolgen die daaruit voortvloeien.





Kolet Janssen

De toren van Babel staat in Lissabon

(Kerknet - zaterdag 29 juli 2017)

Sommige Bijbelpassages zijn dringend aan een herschrijving toe. Het verhaal van de toren van Babel bijvoorbeeld.
De afgelopen week was ik in Lissabon. Je hoort daar natuurlijk veel Portugees. Een taal waarvan best nog wat te maken valt als je ze in geschreven vorm ziet, maar die heel exotisch en onverstaanbaar klinkt. Ik was telkens zo gefascineerd door het immense verschil tussen de aangekondigde volgende metrohalte op de bordjes enerzijds en de zachte stem van de omroepster anderzijds, dat ik regelmatig bijna vergat tijdig af te stappen.

Op straat hoor je zoals in de meeste grote steden alle talen door elkaar.
Engels, Frans, Italiaans, Duits, Chinees, iets Scandinavisch. Soms ook verrassend Vlaams en Nederlands. Maar in tegenstelling tot de bouwers van de toren van Babel wordt niemand daar ongelukkig van. Integendeel, al die talen zijn een weldaad voor het oor en dragen bij aan de vakantiestemming. En als het nodig is, helpen we elkaar met gebaren en zoeken een paar gemeenschappelijke woordjes, die bijna altijd te vinden zijn.

We wandelen door een park met hoge bomen. Voor ons loopt een Vlaams gezin, zo blijkt. ‘Wat is dat?’ vraagt de zoon van een jaar of acht. Hij bedoelt het doordringende krekelgeluid dat we horen. ‘Dat zijn krekels’, legt zijn mama uit. Hij denkt even na.
‘Die krekels spreken anders dan bij ons, hè’, zegt hij dan.
De krekels en de mensen spreken op vakantie vaak anders dan bij ons. Ze wriemelen door elkaar als mieren en maken zich met handen en voeten en wat elementaire woordjes verstaanbaar. En altijd vinden we, als de communicatie weer gelukt is, de onverwoestbaar sterke gemeenschappelijke taal van de glimlach.
Dat zou nog eens een mooi einde zijn van het verhaal van de toren van Babel. Ook al begrepen de mensen elkaars taal niet meer, ze vonden elkaar terug via de taal van de glimlach.
Misschien is de taal van de glimlach wel de taal van God.





Paus Franciscus

De toren van Babel en Pinksteren

(Algemene audiëntie van woensdag 2 september 2020 - vertaling Marcel De Pauw)

Toren van Babel
Vanaf het begin waarschuwt de Bijbel. Laten we aan het verhaal van de Toren van Babel denken (cf. Gen 11,1-9). Dat beschrijft wat er gebeurt als we trachten de hemel te bereiken – ons einddoel – maar de band vergeten met het menselijke, met de schepping en met de Schepper. Het is een manier om te zeggen: dit gebeurt telkens wanneer iemand wil opklimmen, opklimmen, zonder rekening te houden met de anderen. Ik alleen! Laten we aan die toren denken. We bouwen torens en wolkenkrabbers, maar vernietigen de gemeenschap. We brengen gebouwen en talen bijeen, maar breken de culturele rijkdommen af.

(...)
Ik herinner mij een middeleeuws verhaal dat dit syndroom van Babel – wanneer er geen solidariteit is – beschrijft. Dit middeleeuwse verhaal zegt dat tijdens de bouw van een toren, wanneer een man viel – het waren slaven – en stierf, niemand de stem verhief of ten hoogste zei: Sukkel, hij heeft zich vergist en is gevallen. Maar, wanneer een steen viel, begonnen allen te jammeren. En als iemand schuldig was, werd hij gestraft! Waarom? Een steen was duur om te maken, om voor te bereiden, om te bakken. Er was tijd en arbeid nodig om een steen te maken. Een steen was meer waard dan een mensenleven. Laat elk van ons denken aan wat vandaag gebeurt. Ook vandaag kan iets dergelijks gebeuren.

(...) De Heilige Geest die in wind en vuur uit den hoge komt, daalt neer op de gemeenschap die in de bovenzaal is opgesloten, en stort over haar de kracht van God uit, dringt hen naar buiten te gaan en aan alle mensen de Heer Jezus te verkondigen. De Geest schept eenheid in verscheidenheid, schept eensgezindheid. In het verhaal van de Toren van Babel is er geen eensgezindheid. Alleen de drang om vooruit te gaan en te verdienen. Daar was de mens een louter werktuig, louter arbeidskracht. Hier, met Pinksteren, is ieder van ons een hulpmiddel, een gemeenschapsinstrument dat dat zich geheel inzet voor de opbouw van de gemeenschap. Sint-Franciscus van Assisi wist het goed. Bewogen door de Geest gaf hij aan alle mensen, ja aan alle schepselen de naam broeder of zuster (cf. Laudato Si, 11; cf. Heilige Bonaventura, Legenda maior, VIII,6: FF 1145). Ook broeder wolf, zo herinneren we ons. Met Pinksteren komt God aanwezig en wakkert het geloof aan van de gemeenschap verenigd in verscheidenheid en in solidariteit. Verscheidenheid en solidariteit eensgezind verenigd, dat is de weg. Solidaire verscheidenheid bezit de antilichamen zodat de eigenheid van ieder – dat is een gave, enig en onherhaalbaar – niet ziek wordt door individualisme, door egoïsme. Solidaire verscheidenheid bezit ook de antilichamen om structuren en sociale ontwikkelingen te genezen wanneer ze ontaard zijn tot systemen van onrechtvaardigheid en onderdrukking (cf. Compendium van de sociale leer van de Kerk, 192).