Loading...
 

Psalm 115

2  Goden (Louvre)

(Morguefile free stock photo license)

Psalm 115: God, hulp en schild

De tekst

Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

God, niet wij moeten geprezen worden,
Niet wij, maar alleen jouw naam,
jouw goedheid en trouw.
Waarom mogen vreemde volkeren zeggen:
'Waar blijft die God van jullie?'
Weet: onze God is in de hemel,
Hij doet al wat Hij graag heeft.

Hun goden zijn afgoden:
ze zijn van zilver en goud,
gemaakt door mensenhanden.
Ze hebben een mond, maar kunnen niet spreken.
Ze hebben ogen, maar kunnen niet zien.
Ze hebben oren, maar kunnen niet horen.
Ze hebben een neus, maar kunnen niets ruiken.
Ze hebben handen, maar kunnen niet grijpen.
Ze hebben voeten, maar kunnen niet gaan.
Ze hebben een keel, maar hebben geen stem.
De mensen die hen maakten en op hen vertrouwden,
zijn een waardeloos.

Israël, vertrouw op God,
Hij is jullie hulp en schild!
Huis van Aäron, vertrouw op de Heer,
Hij is jullie hulp en schild!
Al wie respect heeft voor God, vertrouw op Hem,
Hij is jullie hulp en schild!

God denkt aan ons,
Hij wil ons zegenen,
Hij wil het huis van Israël zegenen.
Hij wil de priesters, het huis van Aäron, zegenen.
Hij wil de kleinen samen met de groten zegenen
en zij die respect hebben voor Hem.
Hij zal jullie blijven zegen geven
aan jullie en aan jullie kinderen.
Wees gezegend door God,
die hemel en aarde gemaakt heeft:
de hemel behoort aan God,
aan de mensen gaf Hij de aarde.

Niet de doden loven God,
niet zij die in de stilte gedaald zijn,
maar wij zegenen God,
van nu tot in eeuwigheid.
Halleluja!



Stilstaan bij …

Huis van Aaron
Priesters in de tempel van Jeruzalem. Zij waren afstammelingen van Aaron, de broer van Mozes.





Suggestie

Jongeren

VERTELLEN

Abraham wil weg

(C. LETERME, Parels van verhalen, uitgeverij Averbode 2019, p. 79)

Abraham zat in de winkel van zijn vader Terach.
Hij verkocht beelden en beeldjes van de goden in zijn land.
Maar Abraham had daar zo zijn bedenkingen bij:
‘Stel je voor: iemand van zestig jaar koopt zo’n beeldje...
Toch wel zielig dat zo iemand buigt
voor een beeldje dat maar een paar dagen oud is.’

Op een dag kwam er een vrouw in de winkel.
Ze had een mandje brood bij zich.
‘Abraham, wil je dit brood aan de goden geven?’ vroeg ze.
Toen de vrouw weg was, stond Abraham op.
Hij nam een hamer en sloeg alle beelden stuk, behalve de grootste.
Voor dat beeld legde hij zijn hamer.

’s Avonds kwam zijn vader terug. Hij zag de brokstukken.
‘Wat is hier gebeurd?’ vroeg hij.
‘Een vrouw kwam met een mandje brood’, zei Abraham.
‘Ze vroeg me om het brood te geven aan de goden.
Maar toen ik dat deed, zei elk beeld: “Ik wil het eerst eten.”
Dan stond de grootste beeld op en sloeg met een hamer alle andere stuk.’

'Wat probeer je me toch wijs te maken?' zei zijn vader Terach,
‘Beelden kunnen niet denken
en spreken kunnen ze ook niet!’
‘Luister even naar wat je zelf zegt’, zei Abraham,
‘als godenbeelden niets kunnen,
waarom moeten wij ze dan aanbidden?’

Met grote stappen liep Abraham naar zijn eigen huis.
‘Kom’, zei hij tegen zijn vrouw Sara, ‘we gaan hier weg!'
'We gaan naar een land, waar de echte God woont.’
Ze pakten al hun bezittingen bijeen
en vertrokken de dag nadien vroeg in de morgen.
Ze gingen op weg naar dat land.

(naar Midrasj Bereishit 38, 13)




Overweging bij het verhaal
C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 8 maart 2017, p. 1

Het verhaal hierbij is een midrasj.
Dat is verhaal dat joodse rabbijnen vertellen
om de Bijbel beter te kunnen verstaan.
Met deze midrasj over Abraham probeerden ze een antwoord te geven
op de vraag waarom Abraham op een dag uit zijn land wegtrekt.

Geconfronteerd met de vele vluchtelingen naar Europa,
kunnen we ons daar nu gemakkelijk een voorstelling bij maken.
Misschien was er hongersnood in het land waar Abraham woonde,
of was er niet genoeg graasland voor de dieren …
of waren er overstromingen, of oorlog, of …

Waarom Abraham uiteindelijk uit zijn land wegtrok …
daar kan men nu alleen maar naar gissen.
Maar de Bijbel zag er wel altijd de hand van God in
en vertelt dat Abraham beantwoordde aan de opdracht van God:
‘Trek weg uit je land, en ga naar het land dat Ik je zal tonen.’

Joodse rabbijnen vonden die tekst in de Bijbel
heel waarschijnlijk veel te beknopt.
Daarom vertelden ze in een nieuw verhaal waarom Abraham weg wou.
Een geschikte gelegenheid om het over geloven te hebben,
zullen ze gedacht hebben.

Voor Abraham was geloven niet zomaar
zonder nadenken een beeld vereren en daar offers voor brengen.
Hoe mooi beelden ook kunnen zijn,
het blijven voorwerpen die door mensenhanden gemaakt zijn.
God was voor Abraham een levende God.

De hele Bijbel door wordt dit als refrein herhaald:
God is een God die leven wil:
een kwaliteitsvol leven zonder onderdrukking,
zonder ziekte of handicap
zelfs een leven over de dood heen.