Loading...
 

Psalm 77

2 SOS

(Morguefile free stock photo license)


…page…

Psalm 77: God, help me!

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 941-942)

Een lied van Asaf. Voor de zangleider.
Op de wijs van een lied van Jedutun.

Ik roep naar God, ik schreeuw het uit!
Ik roep naar God, hij moet mij horen.
Ik ben in nood, ik vraag de Heer om hulp.
Dag en nacht bid ik tot hem.
Ik vind geen rust, ik vind geen troost.
Ik denk aan God en ik heb verdriet,
ik word wanhopig van het denken.

Door God kan ik niet meer slapen.
Ik ben onrustig, maar ik weet niet waarom.
Ik denk aan vroeger,
aan de jaren die voorbij zijn.
Toen zong ik voor God in de nacht.
Nu lig ik maar te denken,
ik zoek een antwoord op mijn vragen.
Wil de Heer zijn volk nooit meer zien?
Zal hij nooit meer van ons houden?
Laat hij ons voorgoed alleen?
Zal hij nooit meer spreken?
Weet God niet meer wat vergeving is?
Is hij alleen nog maar woedend?
De allerhoogste God is veranderd,
hij laat niets meer zien van zijn macht.
Nu begrijp ik waarom ik lijd!

Heer, ik denk weer aan uw daden,
aan de wonderen van vroeger.
Ik wil over uw daden spreken,
ik wil al uw wonderen noemen.
God, alles wat u doet, is heilig!
Geen andere god is zo machtig als u.
U alleen doet wonderen,
u laat alle volken zien hoe machtig u bent.
U hebt uw volk uit Egypte bevrijd,
de nakomelingen van Jakob en Jozef.

God, toen u verscheen, begon de zee te beven,
de zee begon te beven van angst.
Tot in de diepte beefde het water.
Regen stortte neer uit de wolken,
hoog in de lucht klonk de donder.
Overal liet u de bliksem flitsen,
overal liet u de donder rollen.
Uw bliksems verlichtten de wereld,
de aarde schudde en beefde.
U ging dwars door de zee,
dwars door het diepe water,
maar uw spoor was niet te zien.
Met uw dienaren Mozes en Aäron
hebt u uw volk uit Egypte geleid,
zoals een herder zijn schapen leidt.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Voor de koorleider.
Op de wijze van Jedutun.
Een psalm op naam van Asaf.

Luid roep ik tot God,
roep ik tot God tot Hij luistert.

Overdag zoek ik God in mijn nood,
‘s nachts strek ik rusteloos mijn hand uit.
Mijn ziel laat zich niet troosten.
Ik denk aan God - en blijf zuchten.
Als ik aan Hem denk, verlies ik de moed.

Je laat me mijn ogen niet sluiten,
door mijn onrust vind ik geen woorden.
Ik denk aan de tijd van vroeger,
de jaren van het begin.
’s Nachts denk ik terug aan mijn citerspel
ik klaag - en blijf me afvragen:

Zal God me voor altijd verstoten?
Zal Hij nooit meer goed zijn voor mij?
Is zijn trouw voorgoed voorbij?
Is zijn belofte voor alle generaties teniet gedaan?
Vergeet God goed te zijn,
of is zijn bezorgdheid in kwaadheid gevangen?

Ik zeg alleen: ‘Ik weet wat me kwelt:
'de hand van de Allerhoogste is niet meer dezelfde.'
Ik denk terug aan de daden van God,
aan je wonderen van vroeger.
Ik wil al je werken overwegen,
je machtige daden overdenken.

Je weg, God, is een heilige weg.
Geen god is zo groot als onze God!
Jij, de God die wonderen doet,
Jij toont je macht aan de volken.
Jij hebt je volk door je arm bevrijd:
de kinderen van Jakob en Jozef.

Toen het water Je zag, God,
toen het water Je zag, begon het te kolken,
het beefde tot op de bodem.
De wolken braken in regen en de hemel daverde.
Bliksemschichten schoten heen en weer.
Het geweld van je donder bleef rollen,
bliksems doorkliefden de wereld met licht
de aarde schudde en beefde.

Je weg ging dwars door de zee,
je pad liep door oneindig water.
Je voetsporen bleven onzichtbaar.
Jij die je volk leidde als een kudde,
door de hand van Mozes, van Aäron.



Stilstaan bij …

Denken
In deze psalm heeft ‘denken’ twee betekenissen:
. Denken kan leiden tot wanhoop. Dit denken lijkt op rondtollen van eigen gedachten.
. Denken kan ook ‘gedenken’ zijn: uitbreken uit de eigen gedachtewereld en stilstaan bij wat God heeft gedaan en beseffen dat dat vandaag betekenis heeft.

''God'
Psalm 77 typeert God als volgt:
. Hij is geen god als de andere goden(vers 14)
. Hij is machtig onder de volken (vers 15)
. Hij is de bevrijder van de zonen van Jakob en Jozef (vers 16).





Bij de tekst

Opbouw

verzen 3-7Noodkreet / klacht van de psalmist: hij is rusteloos en moedeloos.
Verzen 8-11God lijkt niet langer om zijn volk te geven.
Verzen 12-21Herinnering aan de daden van God in het verleden en aan zijn grootheid.




Bronnen

Deze psalm verwijst duidelijk naar de doortocht door de Rode Zee en naar de schepping.





Suggestie

Grote kinderen

VERTELLEN

God, waar ben je?

(C. LETERME, Parels van verhalen, uitgeverij Averbode 2019, p. 83)

‘God, zeg eens iets tegen mij,’ fluisterde het kind.
Een leeuwerik zong,
maar het kind hoorde het niet.

‘God, spreek tot mij,’ schreeuwde het kind.
De donder rolde in de lucht,
maar het kind hoorde het niet.

‘God laat me Jou zien,’ eiste het kind.
Een ster scheen,
maar het kind merkte het niet.

‘God, toon mij een wonder!’ schreeuwde het kind.
Een baby werd geboren,
maar het kind wist het niet.

‘Raak me aan God,’ riep het kind uit in wanhoop,
Toen daalde God uit de hemel en raakte het kind aan.
Maar het kind verjoeg de vlinder en liep onwetend weg.