Loading...
 

Ruth 2, 1-3.8-11 . 4, 13-17

2 Oogst

(Morguefile free stock photo license)


…page…

Ruth 2, 1-3.8-11 . 4, 13-17: Ruth en Boaz

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 394-395.397)

Op een dag zei Ruth tegen Noömi: ‘De boeren zijn koren aan het maaien. Ik wil graag naar het land gaan, en koren oprapen dat na het maaien is blijven liggen. Ik ga alleen maar koren oprapen bij een boer die dat goedvindt.’ Noömi zei: ‘Dat is goed, kind, doe dat maar.’
Ruth ging dus naar het land. Toevallig kwam ze op het land van een man die familie was van Noömi en Elimelech. Die man heette Boaz. Hij was rijk en belangrijk.

Boaz ging naar Ruth toe. ‘Luister eens,’ zei hij. ‘Je moet niet naar een andere boer gaan. Blijf hier op het land bij de vrouwen die voor mij werken. Loop maar achter hen aan. Ik zal tegen mijn knechten zeggen dat ze je met rust moeten laten. Let jij maar op het koren dat op de grond gevallen is, en blijf dicht bij de andere vrouwen. En als je dorst hebt, kun je water halen bij de knechten.’
Ruth maakte een diepe buiging en zei: ‘Waarom bent u zo vriendelijk voor mij? Waarom zorgt u zo goed voor me? U kent me helemaal niet.’ Boaz zei: ‘Ik heb veel over je gehoord. Ik weet hoe goed je voor Noömi geweest bent na de dood van je man. Je hebt je vader en je moeder en je geboorteland verlaten. En je bent met Noömi meegegaan naar mensen die je helemaal niet kende.

Ruth werd de vrouw van Boaz en ze sliepen met elkaar. De Heer liet Ruth zwanger worden en ze kreeg een zoon.
Toen zeiden de vrouwen van de stad tegen Noömi: ‘Dank de Heer! Hij heeft je vandaag een kleinzoon gegeven die voor je kan zorgen. Later zullen de mensen in Israël zich dit kind nog steeds herinneren. Hij zal weer geluk in je leven brengen en voor je zorgen als je oud bent. Je hebt dit kind gekregen van je schoondochter Ruth. Zij houdt veel van je. En ze is meer waard dan zeven zonen!’
Noömi nam het kind op schoot en ging voor hem zorgen. Toen zeiden de buurvrouwen: ‘Kijk, Noömi heeft een zoon gekregen!’ Ze noemden het kind Obed.

Obed, de zoon van Ruth, werd later de vader van Isaï, en die werd weer de vader van David.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Noomi was via haar man Elimelek verwant aan Boaz, een vermogend man uit de familie.
Ruth, haar schoondochter uir Moab zei tegen haar: `Ik zou naar het land willen gaan om ergens koren op te rapen bij iemand die me dat toelaat.' Noomi zei: `Doe dat, mijn dochter.' Ze ging dus naar het land om koren te rapen dat was blijven liggen na het maaien. Bij toeval kwam ze terecht op de akker van Boaz, de man uit de familie van Elimelek.

Boaz zei tegen Ruth: `Hoor eens, mijn dochter, je moet niet naar een andere akker gaan. Blijf maar hier en sluit je aan bij de vrouwen die hier werken. Volg ze en kijk goed op de akker die gemaaid wordt. Ik gaf mijn knechten de opdracht, je te laten begaan. En als je dorst krijgt, ga dan naar de waterkruiken en drink van het water dat de knechten geput hebben.' Ruth boog diep en zei: `Waar heb ik het aan verdiend dat u zo goed voor me bent? Ik ben toch maar een vreemdelinge.' Boaz antwoordde: `Men heeft me uitgebreid verteld wat je na de dood van je man allemaal voor je schoonmoeder gedaan hebt. Je hebt vader, moeder en geboorteland verlaten om naar een volk te gaan dat je voordien niet kende.

Later trouwde Boaz met Ruth. Dankzij Jahwe werd ze zwanger en kreeg ze een zoon. Toen zeiden de vrouwen tegen Noomi: `Gezegend zij God, die je nu toch nog een erfgenaam heeft geschonken, wiens naam in Israël zal gevestigd zijn. Hij zal je doen herleven en een steun zijn op je oude dag, want je schoondochter, die zoveel van je houdt, heeft hem gekregen: zij betekent meer voor jou dan zeven zonen.' Noomi nam het kind op haar schoot en verzorgde het. De buurvrouwen gaven het kind een naam en zeiden: `Noomi heeft een zoon gekregen.' Zij noemden het kind Obed. Hij werd de vader van Isaï, de vader van David.



Stilstaan bij …

Boaz ''
(= 'Op wie je kunt bouwen’, 'in hem is kracht')''
Man uit Betlehem, die familie is van Noömi en haar man.

Ruth
(= vriendin, gezellin)
Een vrouw uit het land Moab, een buurland van Israël. Zij trouwt met een zoon van Noömi, die met haar gezin uit Betlehem was gevlucht omwille van de hongersnood. Wanneer haar man en haar schoonvader overleden zijn, gaat Ruth samen met haar schoonmoeder terug naar Betlehem. Daar wordt ze opgenomen in het volk van Noömi. Zij huwt met Boaz en wordt de overgrootmoeder van koning David. Haar geschiedenis situeert zich in de tijd van de Rechters.
Lees meer

Koren oprapen / aren lezen / aren verzamelen
De tora bepaalt dat tarwe-aren die maaiers laten liggen, bestemd zijn voor vreemdelingen, weduwen en wezen. In de tijd van Ruth was dit is een vorm van sociale voorziening.
'Wanneer ge uw oogst van het land haalt, moogt ge uw akker niet tot de rand afmaaien en wat is blijven liggen moogt ge niet bijeenrapen. Dat is bestemd voor de armen en de vreemdelingen. Ik ben JHWH uw God.' (Leviticus 23, 22)

Elimelek
(= God is koning)

Kind op de schoot nemen Met dit gebaar adopteert Noömi Obed als haar eigen kind, zodat het kind een echte Judeese moeder krijgt en Noömi een erfgenaam. Daarmee krijgt de doodlopende levensweg van Noömi een nieuw perspectief.

Obed
'(= vereerder van God, dienaar / Hij die veel voor een ander doet)''
Zoon van Ruth en Boaz. Volgens de buurvrouwen van zijn oma Noömi is Obed de goede naam voor hem: hij zal voor Noömi zorgen en weer geluk in haar leven brengen. Later wordt Obed de grootvader van koning David. Obed staat ook in de lijst van voorouders van Jezus. Zijn naam past bij wat Jezus later over zichzelf zegt: ‘Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.’ (Matteüs 20, 28).

Isaï
Zoon van Obed, vader van koning David. Met deze mededeling wordt Ruth verbonden met het huis van David.





Bij de tekst

Stamboom van Jezus

Obed, het zoontje van Boaz en Ruth werd later de vader van Isai, die de vader werd van koning David.
Omdat in de Bijbel staat dat de Messias een koning wordt in de lijn van koning David, werden ze opgenomen in de stamboom van Christus.