Loading...
 

3e zondag van de advent B - evangelie

Johannes 1, 6-8. 19-28: Getuigen van het licht

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1673-1674)

Er kwam een man die door God gestuurd was. Hij heette Johannes. Hij kwam om te vertellen over het ware licht. Want alle mensen moesten in dat licht gaan geloven. Johannes was niet zelf het licht, maar hij kwam om over het licht te vertellen. (...)

Hier volgt wat Johannes de Doper zei over de messias.
Er kwamen priesters en Levieten uit Jeruzalem naar Johannes de Doper. Ze waren gestuurd door de Joodse leiders. Ze vroegen aan Johannes: ‘Wie bent u?’ Johannes aarzelde niet, maar gaf hun een eerlijk en duidelijk antwoord. Hij zei: ‘Ik ben niet de messias.’ Ze vroegen hem: ‘Maar wie bent u dan? Bent u Elia?’ Johannes zei: ‘Nee.’ Toen vroegen ze: ‘Bent u dan de profeet die zou komen?’ En weer zei Johannes: ‘Nee.’
Toen zeiden ze tegen hem: ‘Vertel ons wie u bent! De leiders die ons gestuurd hebben, willen dat weten. Hoe noemt u zichzelf?’
Johannes antwoordde met deze woorden uit het boek Jesaja: «Ik ben degene die roept in de woestijn. Ik roep: Maak de weg vrij voor de Heer!»

Er waren ook een paar farizeeën naar Johannes de Doper toe gekomen. Die zeiden tegen hem: ‘U bent dus niet de messias, niet Elia, en niet de profeet die zou komen. Waarom doopt u de mensen dan?’
Johannes zei: ‘Ik doop de mensen met water. Maar na mij komt iemand die belangrijker is dan ik. Ik ben het zelfs niet waard om zijn schoenen uit te trekken. Hij is al gekomen, maar jullie weten niet wie het is.’
Dat gebeurde allemaal in Betanië, aan de overkant van de Jordaan. Dat was de plaats waar Johannes de mensen doopte.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Er zal iemand komen die God heeft gezonden. Zijn naam is Johannes.
Hij zal spreken over het licht, zodat iedereen gelooft.
Daarover zei hij:
‘Ik zelf ben dat licht niet, maar ik kom spreken over dat licht.’

De joden uit Jeruzalem
stuurden priesters en Levieten naar Johannes.
Ze vroegen hem: ‘Wie ben je?
Ben jij misschien de Messias die ons komt bevrijden?’
Zonder te aarzelen zei Johannes: ‘Ik ben de Messias niet.’
Toen vroegen ze: ‘Maar wie ben je dan wel? Ben je Elia?’
Hij zei: ‘Die ben ik ook niet.’
‘Ben je soms de profeet?’
‘Nee,’ antwoordde hij.
‘Maar wie ben je dan?’ vroegen ze.
Wij moeten een antwoord kunnen geven aan wie ons gestuurd heeft.
‘Wie zeg je zelf dat je bent?’
Johannes zei: ‘Ik ben de stem die roept in de woestijn:
‘Maak de weg recht van de Heer.’
Net zoals de profeet Jesaja dat zei.’
Toen vroegen de joden die uit de kring van de farizeeën kwamen:
‘Waarom doop je, als je de Messias niet bent,
en ook niet Elia of de profeet?’
‘Ik doop met water,’ antwoordde Johannes,
‘Maar in jullie midden is iemand die je niet kent,
Hij die na mij zal komen.
Ik ben het niet waard om de riemen van zijn sandalen los te maken.’

Dit alles gebeurde in Betanië, aan de overkant van de Jordaan,
op de plaats waar Johannes doopte.



Stilstaan bij ...

Johannes
(= God is genadig)
Zoon van de priester Zacharias en zijn vrouw Elisabet.
Hij predikte en doopte in de streek van de Jordaan. Hij droeg een kameelharen kleed zoals de profeet Elia. Hij werd op bevel van koning Herodes onthoofd.
Merk op dat Johannes de Doper
in het evangelie van Johannes steeds 'Johannes' wordt genoemd, terwijl Matteüs, Marcus en Lucas (synoptici) het steeds over 'Johannes de Doper' hebben.

Licht
‘Licht’ is in deze hymne een synoniem voor de Logos / Woord.

Jeruzalem
Religieus en politiek centrum van Palestina. Plaats waar de tempelautoriteiten en Schriftgeleerden woonden.

Priester
Staat tussen God en het volk: hij draagt de offers van de mensen op en spreekt de zegen van God uit.

Leviet
Naam voor tempeldienaren. Ze maakten deel uit van de stam van Levi.

Priesters en Levieten
Zij vertegenwoordigen de centrale godsdienstige autoriteiten uit Jeruzalem en zijn belast met een officiële zending. Ze moeten de rechtgelovigheid van de beweging van Johannes de Doper onderzoeken.

Messias
(Hebreeuws = Gezalfde. Het Griekse woord ervoor is: ‘Christus’)
Tijdens de Babylonische ballingschap keek het joodse volk uit naar een Messias, iemand die vrede zal brengen.

Elia
(= Mijn God is Jahwe’)
Elia was een profeet ten tijde van koning Achab (9e eeuw voor Christus). Hij keerde zich tegen de afgodendienaars en kwam op voor de eredienst van Jahwe. Voor de joden is hij een belangrijk profeet.

Woestijn
De woestijn is een stuk natuur, waar niets groeit, waar alleen maar zand of stenen zijn. In de bijbel is de woestijn de plaats waar men honger en dorst lijdt en waar men getest wordt op de diepgang van het engagement en op de sterkte van de trouw aan God. Het is een plaats waar men zich voorbereidt op een nieuwe taak.

Profeet
Het Griekse woord voor ‘profeet’ betekent: ‘spreken voor of namens een ander’. Een profeet is iemand die spreekt in naam van God: iemand die een concrete situatie aanklaagt en oproept om ze te veranderen, om ze om te keren vanuit Gods droom over de wereld. Want hij roept de mensen op om te leven zoals God het droomt.

Farizeeër
(= ‘gescheidene’)
Lid van een godsdienstige lekenbeweging. Een Farizeeër kende de wet van God nauwkeurig en leefde er ook naar. Er waren farizeeën in alle lagen van de bevolking, maar vooral bij de Schriftgeleerden. Ze waren zowat de geestelijke leiders van het volk. Hun grote bekommernis was dat iedereen de wet zou onderhouden. Wat in de schrift stond legden ze vast in nauwkeurige voorschriften. Gewone mensen keken met bewondering en ontzag naar hen op.

Dopen
(= onderdompelen)
Johannes zag deze onderdompeling als een teken van bekering en vergeving. Als dopelingen onder water gedompeld worden is dat een beeld voor het verdrinken van hun oude bestaan en hun opstaan tot een nieuw leven.

Betanië
De meeste handschriften hebben het over Betanië. De toevoeging 'over de Jordaan' onderscheidt dit Betanië van het dorp bij Jeruzalem waar Lazarus woonde.
Andere handschriften hebben het over Betabara (= huis van de overtocht). Dit dorp aan de Jordaan lag bij de plaats waar deze rivier gemakkelijk over te steken was en waar men in de tijd van Johannes die intocht in het Beloofde Land lokaliseerde.

Jordaan
(Het woord 'Jordaan' betekent: naar beneden stromen)
De Jordaan is de belangrijkste rivier in Palestina. Hij loopt door de drie landstreken ervan. De afstand tussen het Meer van Galilea en de Dode Zee is 113 km in vogelvlucht. Maar omdat de rivier zo sterk kronkelt, is de afstand over de rivier wel tweemaal zo lang. Johannes doopte in de Jordaan op de plaats waar het volk Israël doortrok bij zijn intocht in het beloofde land.





Bij de tekst

Wat voorafgaat aan de tekst van Johannes

Hij begint zijn evangelie met een hymne die misschien reeds bestond en mogelijk bekend was. Die hymne kan men verdelen in drie strofen:

STROFESVERZENINHOUD
Eerste strofe1-5 bezingt het scheppende Woord van God, zoals dat in Genesis 1 te lezen is.
Tweede strofe10-13bezingt hoe he goddelijk Woord tot de mensen gericht wordt, waarbij sommigen het aannemen en anderen niet.
Derde strofe 14.16-18 bezingt hoe dat Woord mens geworden is.


Indien men uitgaat van een bestaande hymne, zou het kunnen dat de verzen 6-8.15 door de evangelist toegevoegd werden.



Jezus en Johannes

In het begin van het christendom waren er spanningen tussen de leerlingen van Jezus en die van Johannes. In het licht van die spanningen probeerden de evangelisten in hun teksten duidelijk te maken dat Jezus in alles de meerdere van Johannes is.
. In deze tekst van Johannes wordt dat duidelijk door wat Johannes de Doper zelf zegt.
. Lucas schrijft in zijn evangelie uitgebreider over de gebeurtenissen rond de geboorte van Jezus dan die van Johannes. Hij vermeldt dat Johannes de zoon is van een priester, terwijl Jezus een afstammeling is van koning David.



Ken je taal

'De stem van een roepende in de woestijn'
Dit wordt gezegd van iemand die iets zegt, maar naar wie men niet luistert.
'Een stem voor dovemansoren'.



Wortel in het oude testament

Jesaja 40, 3
"Ik ben de stem die roept in de woestijn: “maak recht de weg van de Heer, zoals de profeet Jesaja gezegd heeft.

Dit stukje tekst van Jesaja gebruikt de Doper als antwoord op de vraag wie hij is.
Zoals Jesaja een nieuwe situatie aankondigt voor de ballingen in Babylonië, zo vertelt de evangelist over de Doper als iemand die een nieuwe situatie aankondigt die op het punt staat te gebeuren.





Suggesties

Kleine kinderen

DOEN

Kleuren

Materiaal
Alles wat kleurt: kleurpotloden, stiften, pastels, verf ...


Verloop
Laat de kinderen op een wit blad 'licht' tekenen.
Bespreek even vooraf welke kleuren ze daar zullen voor gebruiken. Bespreek ook waarom ze bepaalde kleuren daarvoor niet willen gebruiken.





Grote kinderen

ERVAREN

Licht

Materiaal
. sterren die op een stevig papier werden getekend en waarop voldoende plaats is om te schrijven.
. een paaskaars (vraag bij de pastoor eventueel naar een oude paaskaars).
. schilderijen waarbij de stralenkrans achter het hoofd van Jezus duidelijk te zien is of van de pasgeboren Jezus die ahw licht uitstraalt.
. maak eventueel gebruik van dit werkblad.


Verloop
Gebruik geen licht bij het binnengaan van de ruimte waar je samen komt met de kinderen. Als iedereen (eventueel strompelend) op zijn plaats is gekomen, bespreek je wat ze ervan vinden om alles maar half te zien.
Steek dan het licht aan. De kinderen verwoorden wat dat licht bij hen doet. Dit wordt neergeschreven op een aantal 'sterren'.

Vertel over Johannes die zegt: 'Ik kom spreken over licht' en zeg dat Johannes met 'licht' Jezus bedoelt.

Laat dan de kinderen teruggrijpen naar de woorden op de sterren.
- Welke woorden zijn er van toepassing op Jezus en waarom?
Kennen de kinderen voorbeelden (verhalen, voorwerpen) die duidelijk maken dat Jezus 'Licht in de wereld' is.
Trek eventueel de aandacht
- op het aureool / stralenkrans achter het hoofd van Jezus,
- of op de paaskaars, die symbool is van de verrezen Christus, 'Licht in de wereld'
(ouders van een pas gedoopt kind, ontsteken de doopkaars aan de paaskaars, waarmee ze duidelijk maken bij wie ze hun 'licht' willen opsteken)
- of op de richting waarin de kerk gebouwd is. Vooral oude kerken zijn gericht naar het oosten, de plaats waar de zon opkomt (de zon, het licht voor de mensen en als dusdanig symbool voor Christus)
- of op een verhaal waarbij Jezus een blinde geneest. Iemand voor wie het altijd nacht is, krijgt van Jezus 'het licht'.





ACTEREN

Interview van Johannes de doper

(Personen: verteller, joden, Johannes)

VERTELLER
Er komt iemand die God heeft gezonden;
hij heet Johannes.
Hij komt om over het licht te spreken,
zodat hij iedereen kan doen geloven.
Johannes zegt: 'Ik zelf ben niet dat licht,
maar ik kom spreken over dat licht.'
De Joden stuurden vanuit Jeruzalem priesters en Levieten naar Johannes.

JODEN
Wie ben je?

JOHANNES
Ik ben niet de Messias.

JODEN
Wie ben je dan wel?
Ben je soms Elia?

JOHANNES
Die ben ik ook niet.

JODEN
Ben je soms de profeet?

JOHANNES
Nee.

JODEN
Maar wie ben je dan wel?
Wij moeten een antwoord kunnen geven
aan degenen die ons gestuurd hebben.
Wie zeg je zelf dat je bent?

JOHANNES
Ik ben de stem die roept in de woestijn:
'Maak de weg recht van de Heer.'
Net zoals de profeet Jesaja gezegd heeft.

JODEN
Waarom doopt u, als u de Messias niet bent,
en ook niet Elia of de profeet?

JOHANNES
Ik doop met water,
Maar in uw midden is iemand die u niet kent,
hij die na mij komt.
Ik ben het niet eens waard
om de riemen van zijn sandalen los te maken.

VERTELLER
Dit alles gebeurt in Betanië,
aan de overkant van de Jordaan,
op de plaats waar Johannes doopt.





VERTELLEN

Het lange verhaal van het verbond

(Zonneland 2002, nr 15, p. 20)

Op een dag dacht God:
'Ik ga eens terug naar de aarde.'
Hij ging naar de aarde,
wandelde in de natuur
en kwam zo aan een dorp.
Hij zag dat alles goed was
en zei tegen de mensen:
'Zorg dat je mijn vrienden blijft.'
En God ging welgezind terug naar de hemel.

Jaren later...
God hoorde niets meer van de mensen.
'Dat is vreemd,' dacht Hij,
'Ze weten toch hoeveel Ik van hen houd!
Misschien moet ik dat anders aanpakken.
Ik zoek een klein volk uit
en zal daar dan speciaal voor zorgen.
Zo zullen de mensen zien
dat Ik mijn beloften houd.
En Ik zal ook profeten sturen.
Zij zullen zeggen
wat Ik eigenlijk aan hen wil zeggen.'
En God zorgde speciaal voor het joodse volk
en stuurde profeten.

Jaren later ...
God zat er ontgoocheld bij.
'Dat kleine volk
heeft het eigenlijk ook al niet zo best begrepen.
Hoe kan Ik toch tonen
dat Ik wil dat ze zichzelf en anderen gelukkig maken.
Misschien moet Ik wel mijn zoon sturen.'
En Hij stuurde zijn Zoon,
zodat de mensen konden zien
hoezeer God met hen verbonden is
en Hij om hen bezorgd is.





Jongeren

ZINGEN / BELUISTEREN

Als alles duister is … (Taizé)

Klik hier om het lied te beluisteren.

Dit is een mogelijke Nederlandse vertaling:
Als alles duister is
ontsteek dan een lichtend vuur
dat nooit meer dooft,
vuur dat nooit meer dooft.





Overwegingen

Amanda Norman

Licht

(Slot van het gedicht van Amanda, dat ze voordroeg bij de inauguratie van Joe Biden als 46e president van Amerika op woensdag 20 januari 2021)

Er is altijd licht.
Alleen als we dapper genoeg zijn om het te zien.
Er is altijd licht.
Alleen als we dapper genoeg zijn om het te zijn.





Agnes Lameire

Een redder in aantocht

‘Het gebeurde aan de overkant van de Jordaan waar Johannes aan het dopen was..’.
Dat lijkt niet speciaal maar voor joden in de tijd van Jezus klonk dat heel belangrijk. Johannes doopte immers op de plek waar meer dan duizend jaar eerder het volk onder de leiding van Jozua, het ‘Beloofde land’ was binnengekomen. Dus was de oproep van Johannes groot nieuws voor het volk dat nu verdrukt en uitgebuit onder Romeinse heerschappij leefde.
Zo groot was dat nieuws dat het zonder radio of tv, zonder GSM of Smartphone, tot in Jeruzalem was doorgedrongen, tot bij de Farizeeën die een onderzoekscommissie van enkele priesters en levieten ter plekke stuurden om die Doper aan de tand te voelen.
’Wie zijt gij?’ vroegen ze hem.
‘Ik ben niet de Messias’, was het antwoord van de Doper. ’Ik ben niet Elia en ik ben niet de profeet.’
Jamaar, wie was hij dan wel? En wie gaf hem het recht om te dopen? In wiens naam deed hij dat?
Johannes geeft zijn identiteit niet prijs. Hij noemt zichzelf ‘een roepende in de woestijn’: de voorloper van iemand die groter was dan hijzelf. Van wie hij zelfs niet waardig was de riem van zijn sandalen los te maken.
‘Maakt de weg recht voor de Heer!’ preekte hij.

In verre tijden hield een zegevierende koning een triomfantelijke intocht in de steden die hij had overwonnen. Dan moesten de wegen speciaal worden effengemaakt. Net zoals toen koning Albert I tijdens de eerste wereldoorlog een bezoek bracht aan zijn soldaten achter het front in de streek van Veurne. Het had gesneeuwd en speciaal voor de koning had men ‘s morgens vroeg een paadje gebaand waarlangs de koning kon stappen zonder zijn laarzen nat te maken.
Dat beeld gebruikt Johannes. Als hij oproept om de weg vrij te maken voor degene die in aantocht is, dan wijst hij er op dat degene die na hem komt niet zomaar de eerste de beste is. Hij zal koning zijn, Hij zal herder zijn, Hij zal een licht zijn voor het hele volk.
Dat was vreugdevol nieuws voor de verdrukte kleine man daar bij de Jordaan. Eindelijk was een redder in aantocht, en als teken van bekering en voorbereiding liet iedereen zich dopen.

Elk van de vier evangelisten, Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes, getuigen over het optreden van Johannes de Doper.
‘Midden onder u staat Hij die gij niet kent ‘ zei de Doper.
Kennen wij hem ?
De profeet Jesaja licht een tipje van de sluier op:
“De komende zal aan armen de Blijde boodschap brengen,
Hij zal gebroken harten genezen
aan gevangenen vrijlating melden
en vrijheid aan allen die opgesloten zijn.”
Christenen hebben in die ‘komende’ Jezus van Nazaret gezien, van wie de geboorte binnenkort gevierd wordt.
Voor Hem moet ook nu de weg vrijgemaakt worden. Het is duidelijk dat het niet zomaar om een gewone weg gaat. Het gaat om de binnenkant, het gaat om de weg naar het hart.





Jan Wuyts, pr.

De prelude (2017)

Grote muzikale composities beginnen vaak met een ‘prelude’, letterlijk een voorspel. De prelude verraadt wat de luisteraar te wachten staat. De vaak terugkerende motieven en melodieën worden in die aanloop aangekondigd. Iets dergelijks gebeurt ook in de evangeliën. Johannes schreef zelfs een heuse proloog, waaruit zopas vier verzen werden voorgelezen. Hij stelt de laatste grote figuur voor uit het Oude Testament: zijn naamgenoot Johannes. Deze wordt mysterieus ‘getuige van het licht’ genoemd. De dialoog die daarop volgt zou dit moeten toelichten. Maar die dialoog is een dovemansgesprek. Daar wordt geen mens wijs uit. Wij kijken er wel van op wie daar onverwacht op het podium komen. Dezelfde joodse autoriteiten die op het einde van het evangelie het laatste woord, of beter het voorlaatste woord krijgen, krijgen hier het eerste woord. Zij hebben geruchten opgevangen over een man die zich als een soort profeet opstelt en religieuze activiteiten ontwikkelt bij de Jordaan. Ver van Jeruzalem en zijn tempel. Heeft geen benoeming en dus ook geen bevoegdheid. Hij dompelt mensen onder in de Jordaan, terwijl hij over hen bidt. Wie is dat en wat doet die man? Religie is ons terrein en niet het terrein van de eerste de beste bevlogen profeet.
Zij sturen een onderzoekscommissie, deskundige hoge ambtenaren, met twee vragen. De eerste vraag lijkt de voornaamste en het antwoord lokt een tweede vraag uit. Korter kan niet: ’Wie bent u?’ De Doper antwoordt wie hij niet is. Daarmee komen de ondervragers geen stap verder. Tot Johannes op hun aandringen toch antwoordt: ‘Ik ben de stem die roept in de woestijn: ‘Baan voor de Heer een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God.’ Dat is geen antwoord op hun vraag. Daarmee kunnen zij niet terecht bij hun opdrachtgevers. Maar ze gaan door. ‘Wat doe je daar?’ Zij vragen uitleg over Johannes’ dooppraktijk. Voor het eerst wijst de Doper, weg van zichzelf, naar een andere figuur, even mysterieus. Zonder ook maar één maal zijn naam te noemen, gooit de schrijver het plot van het verhaal over Jezus op tafel.
Hij zegt over die Jezus al heel wat in enkele woorden. ‘Hij staat in uw midden’. Jezus is bij deze dialoog blijkbaar aanwezig. Hij is getuige van dit gesprek en dus zelf ook aanspreekbaar. Twee: Het gaat over ‘iemand die jullie niet kennen’. In het evangelie van Johannes betekent dit: ‘iemand die jullie niet genegen zijn’. Drie: ‘hij komt na mij, in de tijd, maar in waardigheid voor mij.’ Daar moeten de Joodse ondervragers het mee doen. Wij ook.
Morgen over acht dagen is het Kerstmis. Lucas vertelt ons dan een heel ander verhaal.
Beide evangelieschrijvers, Johannes vandaag en Lucas op kerstdag, blikken terug naar twee grote figuren uit hun recente verleden: de Doper en Jezus. Zij kennen hun levensverhaal, tot het gewelddadige einde toe van allebei. Zij weten hoe God met allebei geschiedenis heeft geschreven.
Maar Lucas kijkt vanuit een andere hoek dan Johannes. Ingaande op een aloude Bijbelse traditie zegt zijn geloof hem: van bij hun geboorte, neen, van in de moederschoot waren zij allebei, de Doper en Jezus, getekend door een uitzonderlijke roeping en zending Zo komt Lucas bij de geboorte van de Doper, waartegen hij de geboorte van Jezus afweegt. ‘Maria legde Hem in een voerbak, omdat er geen plaats voor hen was in het gastenverblijf.’ Er zal voor Jezus, tot het einde van zijn dagen geen plaats zijn in onze mensenwereld.
De Advent is niet alleen een aanloop naar kerstdag toe, maar de prelude, het voorspel op een jaar waarin we van zondag tot zondag ons eigen leven kunnen leggen naast het leven van Jezus. En ons antwoord vinden op de twee vragen die vandaag ook aan ons worden gesteld: ‘wie bent u ‘ en ‘wat doet u?’





Frans Mistiaen s.j.

Midden onder u!

Aan Johannes de Doper wordt gevraagd:
“Wie zijt gij eigenlijk? Wat mogen wij van u verwachten?”
Vandaag stellen velen dezelfde vraag aan ons:
"Christen gelovigen, wie zijt gij eigenlijk?
Wat mogen wij van u verwachten?
Kunt gíj vrede en broederlijkheid brengen op onze aarde?"
Wat wij daarop kunnen antwoorden
kunnen wij misschien leren van Johannes’ antwoord vandaag.

Wij, wij zijn niet het licht van de wereld.
Wij , christenen, hebben de waarheid niet in pacht.
Met veel respect voor al wie zoekende is,
willen wij proberen naar de waarheid te verwijzen.
Van Johannes de Doper kunnen wij telkens opnieuw leren
verwijzers te zijn,
zodat wij met nederigheid en bescheidenheid
niet uit onszelf, niet in onze eigen naam gaan spreken,
maar Gods woord proberen te vertolken.

Wij zijn ook niet de grote profeten voor onze tijd.
Wij willen niet orakelen of waarschuwen,
of de mensen schrik aanjagen,
maar gezondenen zijn van de Liefdegod.
En gezondenen verdwijnen achter de boodschap die zij brengen
en vooral achter Diegene die hen zendt.

Wij willen ook voorlopers zijn van de Heer,
wegbereiders van Zijn gerechtigheid.
Zo zullen de christenen voorgaan
in het rechtmaken van de wegen die krom werden gemaakt
door onrecht en onrechtvaardigheid.

Wij willen vooral getuigen zijn van Gods liefdevolle aanwezigheid
en dus aanwijzen dat de Liefde er al is, midden onder ons,
maar versluierd, nog verborgen misschien.
Onze opdracht zal er eerst en vooral in bestaan
onze medemensen te leren dieper zien
en doorheen de onmacht en de miserie die wij ook wel merken en ervaren,
toch vooral de tekens aan te duiden waar liefde nu reeds aan het groeien is.

Wij proberen de aanwezigheid van de Liefdegod
te openbaren in al het schoonmenselijke
dat wij rondom ons zien ontluiken.

De christelijke bezorgdheid van Welzijnszorg om “armoede uit te sluiten”
kan dan ook niet verwijtend zijn.
Wij willen niet zozeer met de vinger wijzen naar wat nog niet gebeurt.
Wij willen wel duidelijk benadrukken
dat er al zo vele goede dingen wel gebeuren.
Het opvangtehuis om de hoek
waar kinderen uit de buurtscholen een stille ruimte vinden
terwijl hun moeder de gelegenheid krijgen hun talenkennis te verbeteren,
is een goed initiatief dat integratiekansen bevordert,
volledig in de lijn van de menswording van de liefde
waarop wij ons actief voorbereiden in deze weken.





Marc Galant, trappist (Orval)

Bekeer u

In het grote proces dat zich, in het vierde evangelie, opent tussen God en de ‘wereld’, speelt Johannes de Doper een hoofdrol: ‘Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven’ (Johannes 1, 7-8). Maar zijn getuigenis ten gunste van Jezus gebeurt in een vijandige context. De Doper wordt aan de tand gevoeld zowel door de priesters en levieten (Johannes 1, 19), als door de Farizeeën (Johannes 1,24). Toch is zijn getuigenis vreemd, want hij zegt zelf dat hij Jezus niet kende: ‘Ikzelf wist niet wie hij was, maar omdat Hij aan Israël moest worden geopenbaard, daarom ben ik komen dopen in water’ (Johannes 1, 31 en 33). Zijn getuigenis komt erop neer dat hij de Geest heeft zien neerdalen en blijven op Jezus (Johannes 1, 32). Zijn getuigenis is maar betekenisvol in het geloof aan de actie van de Geest.

Wie de Messias aankondigt in een midden dat leeft in een politieke Messiasverwachting, laat de overheid niet onverschillig. De ‘Joden van Jeruzalem’ zijn de instantie die de Doper wenst te ondervragen (Johannes 1, 19b). Zij zijn niet het Joodse volk, maar het officiële gezag dat een delegatie stuurt van ‘priesters en levieten’, zij vertegenwoordigen de tempel en zijn cultus. Het is dus de religieuze macht van Jeruzalem die tussenkomt.

Zoals bij een gerechtelijk onderzoek beginnen ze met de identiteit van de Doper vast te stellen: ‘Wie bent u?’. Het antwoord wordt ingeleid met een buitengewoon plechtige formule, woord voor woord: ‘Hij bekende en hij vocht het niet aan, hij bekende’ (Johannes 1, 20). Ze betekent dat het getuigenis voorgesteld wordt als een officiële verklaring in het kader van een proces. Wanneer Johannes zijn evangelie schrijft, behoren de werkwoorden ‘bekennen’ en ‘aanvechten’ tot de terminologie van de openbare belijdenis van het christelijk geloof voor de gezagsdragers

Het antwoord op deze eerste vraag: ‘Ik, neen, ik ben de Christus niet’, betekent dat de Doper weigert de Messiaanse hoop aan zijn persoon te binden. Ze blijft van waarde in de middens die later geconfronteerd worden met kringen die nog Johannes de Doper aanhangen (vgl. Handelingen 13, 25).
De tweede vraag (Johannes 1, 21) slaat op een belangrijk figuur van de Joodse Messiasverwachting. Het volk verwachtte immers de terugkeer van de profeet Elia die de komst van Gods oordeel aan zou kondigen (vgl. Marcus 9, 11-13). De Doper distantieert zich hier formeel van Elia.
De derde vraag (Johannes 1, 21) betreft ‘de Profeet’ die Mozes had voorspeld: ‘Uit uw eigen broeders zal de Heer uw God een profeet laten opstaan zoals ik, naar wie u moet luisteren’ (Deuteronomium 18, 15). Die profeet moest het einde van de tijden aanduiden. Met een derde ontkenning wendt Johannes de Doper alle mogelijke Messiaanse hoop af van zijn persoon. Hij is niet wat men van hem verwacht.

Wat de inhoud van zijn getuigenis betreft, preciseert de Doper dat hij zich beschouwt als een stem die roept in de woestijn. Hij verwijst niet naar zichzelf, maar naar een andere. En hij roept in de woestijn, waar God, zoals weleer, zijn volk wil ontmoeten. Anders gezegd, de Doper wil enkel de weg vrijmaken voor de Messiaanse tijd die begint. Hij refereert naar iemand anders.

Alsof dit nog niet duidelijk genoeg was, komt er een tweede delegatie om uitleg vragen. Ze bestaat nu uit Farizeeën. Na de val van Jeruzalem en het verdwijnen van de Tempel, vertegenwoordigen zij het gezag van het Joodse volk. De Doper bevestigt opnieuw dat zijn doopsel met water geen enkele aanmatiging heeft tegenover degene wiens schoenriem hij niet waard is los te maken (Johannes 1, 28). Dat antwoord is nogal vreemd, want het gaat om een persoon van wie de naam niet vermeld wordt. Het getuigenis bewaart het incognito. Toch begrijpt de lezer dat het gaat om Jezus.