Loading...
 

Ezechiël 1, 2-5.14-28

2 Foto

(Morguefile free stock photo license)


…page…

Ezechiël 1, 2-5.14-28: Roeping van Ezechiël

De tekst

Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Het was het vijfde jaar van de ballingschap van koning Jojakin.
Op de vijfde dag van de maand sprak God tegen Ezechiël,
de zoon van priester Buzi.
Dat gebeurde in het land van de Chaldeeën, aan de Kebar.
Daar kwam de hand van God over hem.

In mijn visioen zag ik hoe een storm
uit het noorden kwam opzetten:
een grote wolkenmassa waar bliksem in opflitste
en die omgeven was door een gloed:
de wolkenmassa schitterde als goud.
In de wolken tekenden zich gestalten af,
die leken op vier levende wezens, op mensen.

Als ze zich voortbewogen hoorde ik hun vleugels klapperen.
Dat klonk als het gedruis van de zee,
als de donder van de Almachtige, als een dreunend leger.
Als ze stilstonden lieten ze hun vleugels neer.
En er klonk een stem boven het gewelf
dat boven hun hoofden was.
Daarboven zag men iets als een saffier
in de vorm van een troon.
En daarop, op wat dus een troon leek,
was een mensengestalte zichtbaar.
Ik zag een schittering als van metaal.
Aan de bovenkant glansde die gestalte als goud,
alsof er vuur in zijn binnenste gloeide.
Aan de onderkant gloeide die als een vuur.
Zoals de kleuren van een regenboog in de wolken,
zo zag de gloed eruit die hij uitstraalde.
Zo zag de heerlijkheid van God eruit.
Toen ik dat zag, viel ik plat voorover.
Daarna sprak een stem tot mij.



Stilstaan bij …

Jojakin
Deze koning van Juda werd in 598 vanuit Jeruzalem naar Babel gedeporteerd.

Ezechiël
(= 'JHWH is mijn sterkte')
Ezechiël was een priester, een tijdgenoot van Jeremia. Hij leefde in het koninkrijk Judea. Toen Jeruzalem in 597 voor Christus door Nebukadnesar, de koning van Babylonië, belegerd werd, maakte hij deel uit van het eerste transport ballingen naar Babylonië, waarbij zich ook koning Jojakin bevond.
Lees meer

Buzi
(= mijn minachting)
Volgens het boek Ezechiël, de naam van de vader van de profeet Ezechiël.

Kebarkanaal
Wellicht het kanaal dat van de Eufraat ten noorden van Babylon liep en dicht bij de stad Nippur weer in de rivier stroomt. Het was aan dit kanaal dat de ballingen uit Juda woonden.

Plat voorover vallen
Uiting van respect.





Bij de tekst

Ezechiël wordt geroepen

Heel het verhaal dat rond de roeping van Ezechiël geweven is, toont aan dat die roeping niet zijn eigen beslissing was, maar dat het God zelf was die het initiatief nam.



Spreken met beelden

Merk op hoe vaal Ezechiël in de beschrijving van zijn visioen de woorden gebruikt: ‘als’, ‘lijken op’.
Zo wordt duidelijk dat hij met zijn woorden iets wil oproepen, veel meer dan dat hij feiten wil weergeven.



Kerubs

De wezens die Ezechiël beschrijft, zijn een vermenging van mensen en dieren: ze hebben verschillende gezichten en vier vleugels. In het tiende hoofdstuk van zijn boek noemt Ezechiël ze ‘kerubs’ (cherubijnen). Waar kerubs zijn, is Gods aanwezig.

In de Bijbel wordt over hen gezegd dat ze ...

... de Tuin van Eden bewaken (Genesis 3, 24)
... rond de troon van God staan (Psalm 80, 1; 99, 1; Jesaja 37, 16)
... als houten beelden, met goud bedekt, op de ark van het verbond stonden (Exodus 25, 18-22; 1 Koningen 6, 23-28)






Bijbel en kunst

RAFAEL


Het visioen van Ezechiël - 1518

Wikimedia Rafael

Olieverf op paneel (41 × 29 cm)
Palazzo Pitti, Firenze (Wikimedia)


Dit werk van Rafaël (1483 – 1520), een Italiaans kunstschilder en architect uit de renaissance, stelt het visioen voor dat de profeet Ezechiël zag (het kleine figuurtje linksonder): een man zit op een troon, die gevormd wordt door vier wezens: een (gevleugelde) man, een os, een leeuw en een adelaar.
Later zag men in die wezens symbolen voor de vier evangelisten:
de gevleugelde man – Matteüs
de leeuw – Marcus
de os – Lucas
de adelaar – Johannes.