Vieringen
Die woorden worden in een eucharistieviering driemaal uitgesproken vlak voor de communie. Ze werden geïnspireerd door de woorden van de honderdman van Kafarnaüm toen die Jezus om hulp vroeg voor zijn zoon.
Woorden van een honderdman
Een honderdman was een Romeins legeraanvoerder die het bevel uitoefende over honderd soldaten. Later werden dat er een tachtigtal.
Toen de honderdman van Kafarnaüm Jezus vroeg om zijn knecht te genezen was dat buitengewoon: contact opnemen met een joodse rabbi lag voor een officier in het Romeinse leger politiek gezien erg moeilijk.
'Heer/Kyrie'
Heer/Kyrie is de titel die in het Oude Testament gebruikt werd voor God en in het Nieuwe Testament voor Jezus, vooral wanneer men het heeft over de verrezen Jezus Christus (de Gezalfde, de Messias).
Waard / Waardig
Voor de joden waren de Romeinen die het land bezetten ‘heidenen’, mensen die een ander geloof hadden en waar ze niet mee mochten omgaan. Ze mochten geen Romeinen bij hen thuis ontvangen en ze mochten bij hen ook niet op bezoek gaan.
Toen de honderdman uit Kafarnaüm tegen Jezus zei dat hij niet waard was dat Jezus bij hem thuis binnenging, liet dit zien hoe groot de waardering was die hij had voor Jezus als persoon en hoeveel hij rekening hield met de joodse afspraken. Zijn waardering voor de joodse godsdienst was zo groot dat hij de bouw bekostigde voor de bouw van de eerste synagoge van Kafarnaüm.
De woorden ‘waard’ & ‘waardig’ komen ook voor in het Oude Testament waar ze de eigen onwaardigheid verwoorden tegenover God.
Wortels in de Bijbel
Oude Testament
De woorden ‘ik ben niet waardig’ komen in het Oude Testament zelden voor. Maar het zich niet waardig voelen wordt er met andere woorden uitgedrukt.
In de Bijbel voelt men zich vooral onwaardig in de relatie met God.
Genesis 18, 27
“Abraham begon weer en zei: ‘Mag ik zo vrij zijn tot mijn Heer te spreken, hoewel ik maar stof en as ben?”
Lees meer
Genesis 32, 10-11
“En Jakob bad: ‘O God van mijn vader Abraham en God van mijn vader Isaak, Jahwe die me gezegd heeft: Keer terug naar je land en je verwanten, en Ik zal u weldoen: je dienaar is al je gunstbewijzen en al je blijken van trouw niet waardig.’”
Lees meer
Exodus 3, 11
“Maar Mozes zei tegen God: ‘Wie ben ik dat ik naar Farao zou gaan en dat ik de Israëlieten uit Egypte zou leiden?'
Lees meer
Rechters 6, 15
“Gideon hernam: ‘Als ik het zeggen mag, Heer: Hoe zou ik Israël kunnen bevrijden? Mijn geslacht is het armste van heel Manasse en ik ben de jongste van de familie.'”
Lees meer
2 Samuël 7, 18
“Toen ging koning David het heiligdom binnen. Hij zette zich neer voor God en zei: ‘Wie ben ik, Heer God, en wat is mijn huis, dat Je me zover gebracht hebt?”
Lees meer
Nieuwe Testament
De woorden ‘Heer ik ben niet waardig …’ werden geïnspireerd door de woorden van een honderdman uit Kafarnaüm:
Matteüs 8, 8
“Maar de honderdman zei: ‘Heer, ik ben het niet waard dat Je onder mijn dak komt, maar een enkel woord van Je is voldoende om mijn knecht te doen genezen.’”
Lees meer
Lucas 7, 6–7
"Toen Jezus niet ver meer van het huis was, liet de honderdman Hem door vrienden zeggen: 'Heer, doe geen verdere moeite; ik ben niet waard dat Je onder mijn dak komt. Daarom meende ik ook er geen aanspraak op te mogen maken persoonlijk naar Je toe te komen.’”
Lees meer
