Loading...
 

Handelingen 25, 13-21

C. Leterme Caesarea 2012

Foto © Chantal Leterme (2012)


…page…

Handelingen 25, 13-21: Festus en het geval Paulus

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1768-1769)

Een paar dagen later kwam koning Agrippa naar Caesarea, samen met zijn zus Bernice. Ze bezochten Festus, en bleven een paar dagen bij hem.
Tijdens hun bezoek vertelde Festus over Paulus. Hij zei tegen de koning: ‘Er zit hier in de gevangenis een man die door Felix achtergelaten is. Hij heet Paulus. Toen ik in Jeruzalem was, werd er door de hogepriesters en de andere Joodse leiders een klacht tegen hem ingediend. Ze wilden dat hij veroordeeld zou worden. Maar ik heb tegen hen gezegd: ‘Jullie willen dat ik Paulus zomaar aan jullie overdraag. Maar dat doen Romeinen niet! Jullie moeten mij eerst in een rechtszaak vertellen wat hij verkeerd gedaan heeft. En dan moet hij zich kunnen verdedigen.’

Toen gingen de Joden met mij mee naar Caesarea. Meteen de volgende dag liet ik Paulus uit de gevangenis halen en naar mij toe brengen. De Joden uit Jeruzalem gingen om hem heen staan. Ik dacht dat ze hem zouden beschuldigen van misdaden. Maar in plaats daarvan hadden ze ruzie over hun godsdienst. En over een man die Jezus heet. Die man is gestorven, maar Paulus zegt dat hij leeft.
Ik wist niet goed hoe ik die dingen moest onderzoeken. Daarom vroeg ik aan Paulus: ‘Vind je het goed om naar Jeruzalem te gaan? Dan kunnen de Joodse leiders daar over jou beslissen.’ Maar toen zei Paulus dat hij naar de keizer wilde. Hij wil dat de keizer zijn zaak beoordeelt, en tot die tijd wil hij hier blijven. Nu zit hij dus weer in de gevangenis totdat ik hem naar de keizer stuur.’



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Enkele dagen later kwamen koning Agrippa en Bernice in Caesarea
en maakten hun opwachting bij Festus.
Tijdens hun verblijf, dat een aantal dagen duurde,
legde Festus het geval Paulus voor aan de koning en zei:
Felix heeft hier een gevangene achtergelaten.
Toen ik in Jeruzalem was,
dienden de hogepriesters en de oudsten van de Joden
een aanklacht tegen hem in
met het verzoek hem te veroordelen.
Ik zei hun dat het bij de Romeinen niet de gewoonte is
om iemand uit te leveren,
voordat de beklaagde tegenover zijn beschuldigers heeft gestaan
en de kans krijgt om zich tegen de aanklacht te verdedigen.
Zij kwamen dus naar hier.
Zonder uitstel hield ik de volgende dag rechtszitting houden
en liet de man voorleiden.
Toen de aanklagers om hem heen stonden,
beschuldigden zij hem niet van misdaden die ik verwacht had.
Ze hadden wel bepaalde kwesties tegen hem
op het gebied van hun eigen godsdienst
en over een zekere Jezus die dood is,
maar van wie Paulus beweerde, dat Hij leeft.
Omdat ik niet goed wist hoe ik dit moest onderzoeken,
vroeg ik of hij naar Jeruzalem wilde gaan om daar terecht te staan.
Maar Paulus ging in hoger beroep
en wilde daarom in bewaring gehouden worden
tot de uitspraak van Zijne Majesteit.
Daarom gaf ik het bevel om hem gevangen te houden,
tot ik hem naar de keizer kan zenden.’



Stilstaan bij …

Koning Agrippa
Herodes Agrippa II (27-92), de laatste koning uit de Herodiaanse dynastie, was vanaf 50 koning over delen van Palestina en Libanon.
Wegens zijn goede relaties met de Romeinen vroegen die hem vaak om te bemiddelen of recht te spreken in conflicten die te maken hadden met godsdienstige zaken bij de joden.

Bernice
Zus van koning Agrippa II.

Caesarea
Caesarea (Maritima) was een havenstad aan de Middellandse Zee, halfweg tussen Tel Aviv en Haifa.

Festus
Porcius Festus was procurator van Judea van 60 tot 62 na Christus. Keizer Nero benoemde hem als opvolger van Felix, die er niet in slaagde om de anti-Romeinse gevoelens in Judea te controleren.

Felix
Antonius Felix was procurator van Judea van 52 tot 60 na Christus.
Omdat hij heel wreed optrad in een poging om de groeiende anti-Romeinse gevoelens in Judea onder controle te krijgen, riep keizer Nero hem terug naar Rome en stuurde Festus in zijn plaats.
Het was Felix die Paulus twee jaar gevangen hield, wellicht om zo losgeld te kunnen bekomen.





Bij de tekst

Romeinen in Palestina

De Romeinse machthebbers in Palestina werden geconfronteerd met spanningen die met de joodse godsdienst te maken hebben en waar ze niet vertrouwd mee waren. Daarom bespraken ze deze situatie extra met koning Agrippa, die zowel vertrouwd was met de joodse godsdienstige gebruiken als met de manier van denken van de Romeinen.
Dit is een heel andere houding dan die van Pilatus, die Jezus in een gelijkaardige situatie liet doden. Wellicht had dat ook te maken met het feit dat Paulus het Romeins staatburgerschap bezat. Dit wordt uiteindelijk de aanleiding om Paulus naar Rome te sturen.