Loading...
 

Johannes 6, 22-29

2 C.Leterme Israël 2012 07785

Foto © Chantal Leterme (Israël - 2012)


…page…

Johannes 6, 22-29: Voedsel dat blijft

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1684)

De volgende dag waren de mensen nog aan de andere kant van het meer. Dat was op de plaats waar ze gegeten hadden, nadat Jezus God gedankt had voor het voedsel. Ze dachten dat Jezus daar nog steeds was. Want ze hadden gezien dat er maar één boot was, en dat Jezus niet in die boot gegaan was. De leerlingen waren zonder hem vertrokken.
Toen de mensen merkten dat Jezus daar toch niet meer was, gingen ze weg. Ze stapten in boten die net uit Tiberias aangekomen waren. En ze staken het meer over om Jezus te gaan zoeken in Kafarnaüm.

Toen de mensen aan de overkant van het meer gekomen waren, vonden ze Jezus. Ze vroegen: ‘Meester, wanneer bent u hier gekomen?’
Jezus antwoordde: ‘Luister heel goed naar mijn woorden: Jullie zoeken mij alleen omdat jullie zo veel te eten gekregen hebben, niet omdat jullie begrijpen wat ik doe.
Luister! Gewoon brood verdwijnt als je het opeet. Maar het hemelse brood geeft eeuwig leven. Doe je uiterste best om dat brood te krijgen. De Mensenzoon kan het je geven. Want God, de Vader, heeft hem die macht gegeven.’

De mensen vroegen: ‘Wat moeten we doen? Wat vraagt God van ons?’ Jezus zei tegen hen: ‘God vraagt maar één ding, namelijk dat jullie in mij geloven. Want God heeft mij gestuurd.’


Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Het volk dat aan de ene kant van het meer was gebleven,
had gezien dat daar maar één bootje lag
en dat zijn leerlingen alleen waren vertrokken
zonder dat Jezus aan boord ging,
De volgende dag kwamen er bootjes uit Tiberias
dichtbij de plaats waar ze het brood hadden gegeten
na het dankgebed van de Heer.
Toen de mensen zagen dat Jezus en zijn leerlingen daar niet waren,
gingen ze in de boten
en voeren in de richting van Kafarnaüm om Hem te zoeken.
Aan de overkant van het meer vonden ze Jezus. Ze vroegen:
‘Rabbi, wanneer bent Je hier gekomen?’
Jezus zei: ‘Echt waar, Ik zeg jullie:
jullie zoeken Me niet omdat jullie tekenen zagen,
maar omdat jullie brood kregen tot jullie honger gestild was.
Werk niet voor voedsel dat vergaat,
maar voor voedsel dat blijft en eeuwig leven geeft.
De Mensenzoon zal het jullie geven.
Want op Hem drukte de Vader, God zelf, zijn zegel.
Daarop vroegen ze: ‘Wat moeten we voor God doen?”
Jezus antwoordde: ‘Dit is wat God van jullie vraagt:
Geloof in Hem, die Hij gezonden heeft.”



Stilstaan bij …

Tiberias
Een stad in het noordoosten van Israël, aan de westkant van het Meer van Galilea.

Kafarnaüm
Kafarnaüm, een stad, die vooral door vissers werd bewoond, lag aan de noordwestkust van het meer van Galilea.

Zegel drukken
= volmacht geven