Loading...
 

Marcus 12, 35-37

2 C. Leterme Israël 2012
Foto © Chantal Leterme (2012)


…page…

Marcus 12, 35-37: Zoon en Heer van David

Marcus 12, 35-37 // Matteüs 22, 41-46 // Lucas 20, 41-44



De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1603)

Jezus sprak in de tempel tegen de mensen. Hij gaf uitleg over de messias. Hij zei: ‘De wetsleraren zeggen dat de messias een zoon van David is. Maar luister eens wat David zelf gezegd heeft over de messias: «God zei tegen mijn Heer: Kom naast mij zitten, aan de rechterkant. Ik zal je vijanden diep voor jou laten buigen.»
Dat is wat David gezegd heeft. Het zijn woorden van de heilige Geest. David zelf noemde de messias dus zijn Heer. Hoe kan de messias dan tegelijk Davids zoon zijn?’
De mensen hielden ervan om naar Jezus te luisteren.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Toen Jezus les gaf in de tempel
wierp Hij eens de vraag op:
‘Hoe kunnen de Schriftgeleerden zeggen,
de Messias Zoon van David is?
David heeft zelf gezegd,
geïnspireerd door de Heilige Geest:
De Heer heeft gesproken tot mijn Heer:
“Zit aan mijn rechterhand,
totdat Ik jouw vijanden
onder je voeten heb gelegd.”
Als David Hem Heer noemt,
hoe kan Hij dan zijn zoon zijn?’
De meeste mensen luisterden graag naar Hem.



Stilstaan bij …

Zoon van David
Messiaanse titel die voor Jezus gebruikt wordt.

David
Tweede koning van Israël. Hij zou ook de schrijver zijn van een aantal psalmen.
Lees meer

Heer
In deze tekst verwijst 'Heer' naar twee verschillende personen:
‘De Heer’ verwijst naar God.
‘Mijn Heer’ verwijst naar de Messias.





Bij de tekst …

Psalm 110

Jezus vermeldt in deze tekst het eerste vers van psalm 110, een psalm die toegeschreven is aan David.



God en mens

Als mens is Jezus: zoon van David, een nakomeling van de meest geliefde koning van Israël.
Als God is Jezus: heer van David.