Loading...
 

Marcus 11, 11-25

2 C.Leterme (Israëll2012)07634

Foto © Chantal Leterme (Jeruzalem - 2012)


…page…

Marcus 11, 11-25: Jezus en een vijgenboom

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1637)

Jezus en de leerlingen kwamen in Jeruzalem. Jezus ging de tempel in en bekeek daar alles goed. Het was al laat geworden. Daarom ging Jezus met de twaalf leerlingen terug naar Betanië.

De volgende dag gingen Jezus en de leerlingen weer weg uit Betanië. Onderweg kreeg Jezus honger. Hij zag in de verte een vijgenboom vol bladeren. Hij liep erheen. Hij hoopte dat er vijgen aan zouden zitten. Maar hij vond niets, alleen maar bladeren. Want voor vijgen was het niet de goede tijd van het jaar.
Jezus vervloekte de boom. Hij zei: ‘Niemand zal ooit nog vijgen van jou eten!’ De leerlingen hoorden dat.

Jezus en de leerlingen kwamen weer in Jeruzalem. Jezus ging de tempel in. Daar zaten handelaars, die geld wisselden en duiven verkochten. Jezus begon de handelaars en hun klanten weg te jagen. De tafels en stoelen van de handelaars gooide hij omver. En hij hield iedereen tegen die met spullen over het tempelplein liep.
Jezus legde uit waarom hij dat deed. Hij zei: ‘In de heilige boeken staat: «Gods huis is een plaats waar iedereen mag bidden.» Maar jullie hebben het veranderd in een huis van dieven!’
De priesters en de wetsleraren hoorden wat Jezus zei. Ze dachten na over een plan om hem te doden. Ze waren bang voor hem. Want het hele volk was diep onder de indruk van wat Jezus vertelde.
’s Avonds gingen Jezus en de leerlingen de stad weer uit.

De volgende ochtend kwamen Jezus en de leerlingen weer langs de vijgenboom. Ze zagen dat de boom van onder tot boven verdord was. Petrus herinnerde zich wat Jezus gezegd had. Hij zei: ‘Kijk, meester, dat is de boom die u vervloekt hebt. Die is nu verdord!’
Jezus zei tegen de leerlingen: ‘Je moet op God vertrouwen. Luister goed naar mijn woorden: Als je iets aan God vraagt, twijfel dan niet, maar geloof dat het zal gebeuren. Dan gebeurt het ook. Zelfs als je tegen die berg daar zegt: ‘Kom van je plaats en laat je in de zee vallen.’
Daarom zeg ik: Als je iets aan God vraagt, geloof dan dat je het al gekregen hebt. Dan krijg je het ook. En als je aan het bidden bent, vergeef dan een ander zijn fouten. Dan zal je hemelse Vader ook jouw fouten vergeven.’



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Jezus trok naar Jeruzalem en ging naar de tempel in.
Toen Hij er alles had gezien,
keerde Hij met de twaalf naar Betanië terug, want het was al laat.

Toen Hij de volgende dag Betanië verliet, kreeg Hij honger.
Hij zag in de verte een vijgenboom
en ging kijken of er misschien iets aan was.
Maar aan de boom vond Hij niets dan bladeren.
Het was trouwens ook niet de tijd van de vijgen.
Daarom zei Hij tegen de boom:
‘Nooit zal er nog iemand vruchten van je eten!’
Zijn leerlingen hoorden dat.

In Jeruzalem aangekomen, ging Hij naar de tempel
en begon er de kopers en verkopers van het tempelplein weg te jagen. Hij wierp de tafels omver van de geldwisselaars
en de stoeltjes van de duivenverkopers
en verdroeg niet dat er nog iemand iets over het tempelplein droeg.
Hij gaf hun als uitleg: ‘Er staat geschreven:
Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden voor alle volkeren.
Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt.’
De hogepriesters en Schriftgeleerden die dat hoorden,
zochten naar een mogelijkheid om Hem te doden.
Ze vreesden Hem
omdat iedereen erg enthousiast was over wat Hij zei.
‘s Avonds verlieten ze terug de stad.

Toen ze ‘s morgens langs de vijgenboom kwamen,
zagen ze dat die tot op de wortel verdord was.
Petrus dacht terug aan de voorbije dag en zei:
‘Meester, kijk!’ De vijgenboom die Je vervloekt hebt, is verdord.’
Jezus zei: ‘Geloof in God. Echt waar, Ik zeg je:
Als iemand tot deze berg zegt: Hef je op en stort je in de zee,
en als hij in zijn hart niet twijfelt,
maar gelooft dat zal gebeuren wat hij zegt,
dan wordt dit voor hem werkelijkheid.
Daarom zeg Ik jullie: Alles wat jullie in het gebed vragen,
geloof dat je het al verkregen hebt, en je zult het verkrijgen.
Heb je iets tegen iemand, terwijl je staat te bidden, vergeef hem dan,
zodat ook jullie Vader in de hemel jullie tekortkomingen vergeeft.’



Stilstaan bij …

Tempel
De tempel was één van de belangrijkste gebouwen in de stad Jeruzalem. Koning Salomo bouwde de eerste tempel. In 587 voor Christus werd die verwoest door de Babyloniërs. Daarna werd er een nieuwe tempel gebouwd. Koning Herodes de Grote gerestaureerde die tempel en maakte die groter en mooier (van 20 voor Christus en tot 64 na Christus). In het jaar 70 na Christus werd die tempel verwoest door de Romeinen. later werd die nooit meer heropgebouwd.

Betanië
Betanië lag op de zuidoostelijke helling van de Olijfberg, op vier kilometer van Jeruzalem, op de weg van Jeruzalem naar Jericho.

Vijgenboom
Jezus vervloekt een vijgenboom omdat Hij er alleen bladeren aan vindt en geen vijgen. Marcus merkt hierbij op: ‘Het was niet het seizoen van de vijgen’.
geen klaslokaal hadden, gaven ze les in de schaduw van een vijgenboom.

Verkopers
De verkopers verkochten dieren aan de mensen die naar de tempel gingen. Die dieren werden gebuikt als offer. Zo moest men zelf geen dieren mee nemen als men naar Jeruzalem reisd.
Jezus wilde die verkopers wegjagen, omdat ze van de tempel een plek maakten waar handel belangrijker werd dan gebed.

Geldwisselaars
Geldwisselaars wisselden de munten die in omloop waren om in munten die alleen gebruikt werden in de tempel.





Bij de tekst

Wortels in het Oude Testament

Jesaja 56, 7
"‘Hen allen laat Ik komen naar mijn heilige berg, en schenk hun vreugde in mijn huis van gebed. Hun brand - en slachtoffers zijn welgevallig op mijn altaar. Want mijn huis zal heten: Huis van gebed voor alle volken.’"


Jeremia 7, 11
"Is het huis dat mijn naam draagt, in uw ogen soms een rovershol? In mijn ogen beslist niet - godsspraak van Jahwe."



Spreken met beelden

De evangelisten schreven dat Jezus zich boos maakte om vijgenboom zonder vruchten. Maar ...
een vijgenboom was voor de joden het beeld van de trouw aan de Wet. Een bloeiende vijgenboom betekende dat de wet goed onderhouden werd. Een vijgenboom zonder vruchten betekende dat de manier waarop men de Wet beleefde niet ok was: men leefde niet in de geest van de Wet, of men was ontrouw aan de Wet / de Tora, omdat men andere dingen belangrijker vond.
Als Jezus zei: 'Niemand zal in eeuwigheid nog vruchten van je eten', kan Hij ook bedoeld hebben: 'Ik vind een Wet waardeloos als die de mensen niet meer helpt om in goede relatie te leven met elkaar en met God.'