Loading...
 

Samuel

1 Samuel
1 Samuel 1,1a. 2- 8: Hanna weent
1 Samuel 1, 2-18: Hanna is ongelukkig
1 Samuel 1, 9 - 20: Hanna krijgt een zoon
1 Samuel 1, 20-22 . 24-28: De geboorte van Samuel
1 Samuël 2, 1.4-8: Danklied van Hanna
1 Samuel 3, 1-10.19-20: God roept Samuel
1 Samuel 3, 3b-10,19: De roeping van Samuel
1 Samuel 4, 1-11: De ark van het verbond wordt veroverd
1 Samuel 8, 4-7.10-22a: De Israëlieten willen een koning
1 Samuel 9, 1-4.17-19. 10, 1a: Saul, de eerste koning van Israël

1 Samuel 15, 16-23: Samuel wijst Saul terecht
1 Samuel 16, 1b.6-7. 10-13a: God kiest voor David
1 Samuel 16, 14-23: David werkt voor Saul
1 Samuel 17: David en Goliat
1 Samuël 18, 6-9 . 19, 1-7: Saul wil David doden

1 Samuel 20, 24-42: David en Jonatan
1 Samuel 24, 3-21: David doodt Saul niet
1 Samuel 26, 1-25: David spaart Saul




2 Samuel
2 Samuël 1, 1-4 . 11-12 . 19 . 23-27: David rouwt om Saül en Jonatan
2 Samuël 5, 1-3: David wordt koning van Israël
2 Samuel 5, 1-7.10: Koning David
2 Samuël 6, 12b-15.17-19: De ark in Jeruzalem
2 Samuel 6, 11-22: David danst voor de ark
2 Samuel 7, 1-5.8b-11.6: Een huis voor God
2 Samuel 7, 4-17: De droom van de profeet Natan
2 Samuël 7, 18-19.24-29: David bidt tot God
2 Samuel 9, 1-11: David en Mefiboset

2 Samuel 11, 1-17:David en Batseba
2 Samuel 11, 1 – 12, 25: Natan bij David
2 Samuel 12, 1-7a.10-17: David houdt geen rekening met God
2 Samuel 12, 1-17: David en Natan
2 Samuel 12, 7-10.13: De kracht van een parabel
2 Samuël 15, 13-14 . 30. 16, 5-13a: David op de vlucht