HERDER

Herders

Wie?

In de tijd van de Bijbel zorgden herders voor schapen, geiten en soms ook voor runderen en kamelen. Ze leidden hun kudde naar eten en drinken. Herders werkten meestal in opdracht van een eigenaar. Ze waren maanden achtereen weg van huis en moesten het hoofd bieden aan allerlei gevaren die hen en hun kuddes bedreigden (vooral wilde dieren op zoek naar voedsel).



Taken

Zorg voor eten en drinken
Herders leidden hun kudde naar een bron of een rivier(tje) en naar gras. Eenvoudig was dit niet: gras en water waren schaars. Bovendien maakten de heuvels en ravijnen in Israël / Palestina het weiden moeilijk.


Zorg voor beschutting
Herders zorgden ervoor dat hun kudde op het heetst van de dag schaduw van bomen kon vinden of als het te koud was of bij onweer dat ze in grotten konden schuilen.
’s Avonds leidden de verschillende herders van een dorp hun schapen bijeen naar een grote schaapskooi om ze er te laten overnachten onder de hoede van een deurwachter.
Zo’n schaapskooi, was een open omheind stuk veld, omringd door muren van ruwe steenblokken waarlangs doornstruiken groeiden. Zo werden én schapen én herders beschermd tegen roofdieren (wolven, jakhalzen, leeuwen hyena’s) en dieven.
De toegang tot de kooi werd afgesloten door een bundel droge takken of wat stokken en balken. Het gebeurde ook dat een herder zelf in de doorgang ging zitten om er de nacht door te brengen. Zo werden ze een ‘levende deur’. Die doorgang maakte het ook mogelijk hun schapen te tellen.
's Morgens liet de wachter de verschillende herders binnen, die hun eigen schapen buitendreven. De schapen herkenden hun eigen herder aan zijn stem.


Zorg voor bescherming
Herder moesten hun kudden beschermen tegen wolven en jakhalzen die zowel de kudde als de herder bedreigden.



Kleding en attributen

Jas
Herders hielden zich warm met een jas van schapenvel of van een wollen stof, geweven van geitenhaar of kameelhaar. Ze sliepen ook in die jas en wikkelden er zich dan helemaal in zoals in een slaapzak.
Overdag beschermde die jas hen tegen regen en koude.
In de binnenkant van de jas zat er vaak een grote zak, waarin ze een pasgeboren lammetje konden dragen of een gewond dier dat niet met de kudde kon meelopen.



Tas
In die tas staken herders hun eten: brood, olijven, kaas, rozijnen en vijgen.



Waterzak
In die zak uit dierenhuid bewaarden ze drinkbaar water.



Slinger
Dit was een soort riem van leder of gevlochten wol, die in het midden breder (5 tot 6 cm breed) was. Daarin kon een steen of een kluit aarde vastgehouden worden. Dan stak men de middelvinger door de lus aan het ene uiteinde van de riem en nam het andere uiteinde in dezelfde hand vast. Na een paar snelle, draaiende bewegingen liet men op het juiste moment één uiteinde los, zodat het steentje wegschoot naar zijn doel. De herders gebruikten als slingerstenen vooral kleine gladde stenen, die ze tijdens de zomer zochten in de beddingen van uitgedroogde rivieren.
Met slingers konden herders hun kudde bijeen houden voor het geval de dieren te ver zouden lopen en hielden ze de wilde dieren die de kudde bedreigden op afstand of doodden ze die.

In de oudheid hadden de meeste legers zelfs een speciaal korps slingeraars.
In de Bijbel staat het verhaal van David die met zijn slinger de reus Goliat gedood heeft.



Stok / knots / knuppel
De stok / knots / knuppel, die met een leren riempje om de middel van een herder hing, was meestal van eikenhout. Die was ongeveer 60cm lang en had een knop, de grootte van een sinaasappel die met scherpe ijzeren spijkers of met stukjes vuursteen beslagen was. Herders gebruikten die knuppel om er vijandige dieren en rovers mee op afstand te houden.

Zo’n knots is te herkennen in de scepter, één van de attributen van een koning(in).



Staf
Een staf was een lange stevige stok (zo’n 1,75m lang) die meestal gemaakt was van een tak van een olijfboom, waarvan men de schors afschilde. Herders gebruikten die om hun kuddes te leiden, te beschermen en bijeen te houden. Ze konden er rotsen mee beklimmen, takken en bladeren mee afslaan, treuzelende dieren van de kudde mee aanporren, dieren uit een benarde situatie bevrijden, vechtende dieren mee in toom houden enzichzelf steun geven wanneer ze toekeken op de kudde.

Zo'n staf is te herkennen in de staf van een bisschop, die staf zijn rol als herder van de gelovigen symboliseert.



Waardering

In de tijd van Jezus hadden herders een slechte reputatie.
In de ogen van de joden waren die ruwe mannen onrein, omdat ze de rituele voorschriften niet volgden. Daarom mochten ze niet in de tempel en de synagoge.
Ze werden van heel wat beschuldigd: het beroven van eenzame reizigers, het verkopen van schapen die zogezegd door een wolf verslonden waren, ...
Ze behoorden tot de laagste klasse, leefden aan de rand van het dorp of de stad, en hadden omzeggens geen rechten. Zo mochten ze, net als vrouwen, niet als getuige optreden in de rechtbank omdat hun getuigenis bij voorbaat onbetrouwbaar verklaard werd.





Spreken met beelden

Mensen in de marge

In de Bijbel zijn herders het beeld van de armen, de ongeletterden, de marginalen.



Koning, hoeder van mensen

Maar ‘herder’ is ook een koningstitel. Het was in het Oude Oosten een populaire manier om te spreken over een koning of andere leiders van het volk.

Ook God werd een herder genoemd.
Men wilde ermee zeggen: zoals een herder er is voor zijn schapen, zo is een koning / God voor zijn volk.

Het Nieuwe Testament gebruikt het beeld van de herder om over Jezus te spreken: Hij is de goede Herder.





Bijbel

Oude Testament

Psalm 23, 4
“Al moet ik door dalen van duisternis en dood,
ik ben voor geen onheil bang, want Jij bent bij mij:
je knots en je staf geven me nieuwe moed.”

Lees meer

Stok / knots / knuppel en staf dienden vooral om de kudde te beschermen. In deze psalm verwijzen ze naar God die als een herder ervaren wordt.



Jesaja 40, 11
“Als een herder zal Hij zijn kudde weiden. In zijn arm brengt Hij de lammeren samen en Hij koestert ze terwijl Hij de ooien leidt.'”



Nieuwe Testament

Lucas 2, 8-9
In de omgeving bevonden zich herders die in het open veld gedurende de nacht hun kudde bewaakten. Plotseling stond een engel des Heren voor hen en zij werden omstraald door de glorie des Heren, zodat zij door grote vrees werden bevangen.
Lees meer

Engelen vertellen herders in Betlehem dat Jezus voor hen geboren is.
Toen Lucas het verhaal over de geboorte van Jezus schreef, stonden herders niet hoog aangeschreven. Het waren mensen die buiten de samenleving stonden en woonden bij hun dieren. Uitgerekend zij kregen het eerst het bericht van de geboorte van Jezus te horen.
In die tekst vertegenwoordigen herders al wie in de marge van de maatschappij leeft, al wie overal buiten staat.


Lucas 15, 4-6
“'Wanneer iemand onder u honderd schapen heeft en er een van verliest, laat hij dan niet de negenennegentig in de wildernis achter om op zoek te gaan naar het verlorene, totdat hij het vindt? En als hij het vindt legt hij het vol vreugde op zijn schouders, gaat naar huis; roept zijn vrienden en buren bij elkaar en zegt: Deel in mijn vreugde, want mijn schaap dat verloren was geraakt, heb ik gevonden.”
Lees meer





Suggesties

Grote kinderen

KENNISMAKEN

Wat een herder doet

Schrijf het woord HERDER op een flap.
Trek een aantal lijnen vanuit dat woord. De kinderen schrijven bij elke lijn wat een herder doet.





ONDERZOEKEN

Smid / Efeze

De groep kinderen wordt verdeeld in een paar aantal groepen.
De kinderen bestuderen in die kleine groepen de informatie over herders of die over Hebron.
Daarna formuleren ze vragen die ze als interviewer zouden stellen op basis van die informatie.
Die vragen noteren ze op een papier (= vragenlijst).

Die vragenlijsten worden daarna voorgelegd aan de groep(en) die het ander onderwerp bestudeerde. Die andere groepen formuleren de antwoorden op die vragen op basis van het materiaal dat op de website te vinden is.

Om af te sluiten worden de vragen gesteld door leden van de ene groep en beantwoord door de leden van de andere groep.


TIPS
.
De meest interessante vragen en de antwoorden erop, worden opgenomen in de krant: 'De RONDE van de BIJBEL'.


.
Mogelijke vragenlijst:
- Wat doet een herder?
- Welke voorwerpen zijn voor een herder heel belangrijk bij het leiden van een kudde?
- Waarderen de mensen zijn werk?

- Ken je Abraham? Wie was hij?
- Zou je hem een herder kunnen noemen?
- Waar werd Abraham begraven? Wat weet je van die plaats?





VERDIEPEN

Over herders

Herders waren niet te vertrouwen! Daarom mochten ze ook niet getuigen in een rechtbank.
Toch waren ze de eersten aan wie de engelen het goede nieuws brachten van de geboorte van Jezus.

Waarom zou dat zijn? Kruis aan wat je antwoord is.
O om zeker te zijn dat ze Maria en Jozef niet zouden aanvallen
O omdat Jezus in de eerste plaats gekomen is voor arme mensen
O omdat ze dichtbij woonden
O omdat Jezus gekomen is voor alle mensen, ook voor hen die niet zo’n goede reputatie hadden.
O ...........





INLEVEN

Iedereen mag erbij!

De herders kregen niet echt een plaats in de maatschappij waarin Jezus geboren werd. Men hield niet zo van hen!
En bij jou in de klas? Wie voelt er zich niet op zijn plaats?
Doe eens een steekproef in de klas.

Ik voel me goed in de klas Ik voel me niet goed in de klas
aantal leerlingen
percentage


Wat kun je eraan doen zodat iedereen zich goed kan voelen in de klas?

.................
En in de samenleving: wie heeft er geen plaats in de samenleving?





VERTELLEN

Het gebed van de schaapherder

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Uitgeverij Averbode 2007, p. 118)

Op een dag hoorde Mozes een schaapherder
die aan het bidden was:
‘O God. Waar zijt Gij?
Want ik wil uw dienaar worden,
uw schoenen naaien en uw haar kammen.
Ik wil uw kleren wassen, uw luizen doden.
Laat mij U melk brengen,
laat mij uw handen kussen, uw voeten strelen,
laat mij uw kamer stoffen, vooraleer Gij gaat slapen.
O God, aan wie ik al mijn geiten wil offeren.’

Mozes vroeg: ‘Man, tot wie spreek je?’
Hij zei: ‘Tot God die ons schiep,
en ook de hemel en de aarde.’
‘Luister,’ zei Mozes,
‘zo ben je geen goede gelovige.
Wat is dat voor praat?
Schoenen en sokken passen niet bij God!’
De herder zei:
‘Dit maakt me erg verdrietig.
Van nu af aan zal ik zwijgen.’
Hij scheurde zijn kleren,
zuchtte en trok weg in de woestijn.

Toen zei God tot Mozes:
‘Ik heb elk zijn eigen aard gegeven
en elk zijn eigen taal geschonken.
Wat Ik bij hem goed vind,
zou ik van jou niet verdragen.
Ik word niet heiliger door zijn gebed,
hij is het die rein en stralend wordt.
Ik let niet op taal of op woorden.
Ik let op het hart en kijk hoe het is.’

Naar een tekst van: DJALAL ADDIN ROEMI (Perzië, 1207-l273)



Het hemd van de gelukkige

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Uitgeverij Averbode 2007, p. 263)

Er was eens een koning die al jaren ziek was.
Hij zei: ‘Ik geef de helft van mijn koninkrijk
aan wie mij weer beter maakt.’
Wijzen uit het hele land kwamen bijeen en bespraken
hoe ze de koning konden genezen.
Na lang beraad besloten ze:
‘We moeten iemand vinden die echt gelukkig is.
Als de koning zijn hemd krijgt,
dan wordt die weer beter.’
De koning vond dat een wijs besluit
en gaf zijn dienaren de opdracht
om overal in het land te zoeken
naar zo’n gelukkig mens.
Eerst vonden ze iemand die heel rijk was.
‘Die kan zijn geluk niet op,’ dachten de mensen.
Maar toen hoorden ze hoe ziek hij was
en hoe weinig hij van zijn rijkdom kon genieten.
Een ander was wel gezond maar bleek heel arm te zijn.
En iemand die rijk én gezond was
had een heel nare vrouw.
En bij een ander ging het niet goed met de kinderen.
Allemaal hadden ze iets te klagen.

Tegen het vallen van de avond bereikten ze een hut.
Ze hoorden de herder die er woonde zeggen:
‘Goddank had ik vandaag genoeg te eten
en kan ik nu gaan slapen.
Wat kan ik nog meer wensen?’
Toen de dienaren van de koning dit hoorden,
waren ze blij
dat ze eindelijk een gelukkig mens hadden gevonden.
Ze klopten aan bij de herder en vroegen naar zijn hemd.
Maar de gelukkige herder was zo arm
dat hij niet eens een hemd bezat.

Naar een verhaal van: L. TOLSTOÏ