Loading...
 

Johannes

04 Johannes


De schrijver
De evangelist Johannes




Het evangelie volgens Johannes
Johannes 1, 1-18: In het begin
Johannes 1, 6-8.19-28: Getuigen van het licht
Johannes 1, 19-28: Onwaardig om zijn sandalen los te maken
Johannes 1, 29-34: Johannes getuigt
Johannes 1, 35-42: Kom en zie
Johannes 1, 43-51: Jezus roept Filippus en Natanaël
Johannes 1, 47-51: Jezus en Natanaël

Johannes 2, 1-11: Bruiloft te Kana
Johannes 2, 13-22: Het lichaam als tempel
Johannes 2, 13-25: Weg met de handelaars in de tempel!

Johannes 3, 1-8: De Geest waait waar Hij wil
Johannes 3, 7-15: Eeuwig leven krijgen
Johannes 3, 13-17: Jezus en de bronzen slang
Johannes 3, 13-21: Jezus en Nicodemus
Johannes 3, 16-21: Het licht in de wereld
Johannes 3, 22-30: Johannes de Doper over Jezus
Johannes 3, 31-36: Door God gestuurd

Johannes 4, 5-42: Jezus en een vrouw uit Samaria
Johannes 4, 43-54: Jezus geneest een erg zieke zoon

Johannes 5, 1-9: Jezus en een verlamde man
Johannes 5, 1-3a.5-16: Genezing te Betzata
Johannes 5, 17-30: Jezus verdedigt zich
Johannes 5, 31-47: Betrouwbare getuigenissen

Johannes 6, 1-15: Jezus geeft veel mensen te eten
Johannes 6, 16-21: Wees niet bang
Johannes 6, 24-35: Brood dat eeuwig leven geeft
Johannes 6, 22-29: Voedsel dat blijft
Johannes 6, 30-35: Nooit meer honger!
Johannes 6, 35-40: ‘Ik ben het brood’
Johannes 6, 41-51: Het levende brood I
Johannes 6, 44-51: Wie gelooft, leeft eeuwig
Johannes 6, 51-58: Het levende brood II
Johannes 6, 52-59: Lichaam en bloed
Johannes 6, 60-69: Kiezen voor Jezus

Johannes 7, 1-2.10.25-30: Jezus gaat naar Jeruzalem
Johannes 7, 37-39: Bron van levend water
Johannes 7, 40-53: Een profeet uit Betlehem?

Johannes 8, 1-11: De overspelige vrouw
Johannes 8, 12-20: Het licht van de wereld
Johannes 8, 21-30: Jezus en de Farizeeën en Schriftgeleerden
Johannes 8, 31-42: God heeft Jezus gezonden
Johannes 8, 51-59: Wie mijn woord onderhoudt zal nooit sterven

Johannes 9, 1-41: Jezus en de blindgeborene

Johannes 10, 1-10: 'Ik ben de deur'
Johannes 10, 11-18: Jezus, de goede herder
Johannes 10, 22-30: Ik en de Vader zijn één
Johannes 10, 27-30: Luisteren naar mijn stem
Johannes 10, 31-42: ‘Waarom willen jullie Me doden?'

Johannes 11, 1-45: Jezus en Lazarus
Johannes 11, 19-27: Het geloof van Marta
Johannes 11, 45-56: Complot tegen Jezus

Johannes 12, 1-11: Zalving te Betanië
Johannes 12, 12-18: De intocht in Jeruzalem
Johannes 12, 20-33: Als een graankorrel niet sterft
Johannes 12, 24-26: Eeuwig leven
Johannes 12, 44-50: Licht in duisternis

Johannes 13, 1-15: Jezus wast voeten
Johannes 13, 16-20: Even belangrijk
Johannes 13, 21-33 . 36-38: Verraders
Johannes 13, 31-33a.34-35: Een nieuw gebod

Johannes 14, 1-6: 'Ik ben de weg'
Johannes 14, 1-12: De weg, de waarheid en het leven
Johannes 14, 7-14: Jezus en zijn Vader
Johannes 14, 15-16.23b-26: De Geest van de waarheid
Johannes 14, 21-26: Luisteren naar de woorden van Jezus
Johannes 14, 23-29: Mijn vrede geef Ik u
Johannes 14, 27-31a: Mijn vrede blijft altijd

Johannes 15, 1-8: De ware wijnstok
Johannes 15, 9-11: Blijf trouw aan mijn liefde
Johannes 15, 9-17: Verbondenheid
Johannes 15, 18-21: Julie horen niet bij deze wereld
Johannes 15, 26-27: De helper
Johannes 15, 26 – 16, 4a: Jezus zal een helper sturen

Johannes 16, 5-11: Jezus zal een Helper zenden
Johannes 16, 12-15: De waarheid
Johannes 16, 20-23a: Verdriet wordt blijdschap
Johannes 16, 23b-28: Totale vreugde
Johannes 16, 29-33: Jezus geeft vrede

Johannes 17, 1-11a: Jezus bidt
Johannes 17, 11b-19: Jezus bidt tot God
Johannes 17, 20-26: Bidden om eenheid

Johannes 18, 1-19, 42: Lijden en dood van Jezus
Johannes 18, 33b-37: De andere koning

Johannes 19, 25-27: ‘Dat is je moeder’
Johannes 19, 31-37: Jezus is dood

Johannes 20, 1-9: De leerlingen bij het lege graf
Johannes 20, 11-18: Maria Van Magdala ontmoet Jezus
Johannes 20, 19-23: Verschijning aan de leerlingen
Johannes 20, 19-31: Verschijning aan de leerlingen en aan Thomas
Johannes 20, 24-29: Jezus verschijnt aan Tomas

Johannes 21, 1-14: De grote visvangst
Johannes 21, 1-19: Bij het meer van Tiberias
Johannes 21, 15-19: Jezus en Petrus
Johannes 21, 20-25: Laatste woorden van het evangelie